Decennialang was Frankrijk niet echt in trek als emigratieland. Lastige taal, lastige mentaliteit en nog lastiger om een bedrijf te ontwikkelen. Vooral dat laatste in volledig veranderd. Onder aanvoering van de melkfabrieken worden vooral jonge boeren gepaaid. Het land is inmiddels serieus in trek als emigratieland.
‘Het is echt enorm hoe sterk Frankrijk leeft en er serieuze interesse wordt getoond’, zegt Ilse de Schutter namens Farm4Sale-AgriPlaza. Zij begeleidt Nederlanders bij emigratie en neemt duidelijk waar dat het Franse platteland veel Nederlandse boeren triggert. ‘Een belangrijke reden voor de interesse is dat je in Frankrijk als startende boer relatief weinig eigen vermogen nodig hebt. Als je € 300.000 zelf in kunt brengen en daarmee 20% financiert, is het goed mogelijk om een fatsoenlijk melkveebedrijf op te starten en gezond te kunnen exploiteren. Daarmee is Frankrijk vooral ook interessant voor mensen zonder agrarische achtergrond met vaak een kleinere spaarpot.’

Bonus-korting kaart
Jarenlang was het plattelandsbeleid in Frankrijk erg protectionistisch, maar dat werkte voor de melkveesector onvoldoende goed. Er bleven wel meer melkveehouders over. Frankrijk produceert zo’n 24 miljard kilo melk op jaarbasis met nog bijna 60.000 melkveebedrijven terwijl in Nederland circa 14 miljard wordt geproduceerd door ongeveer 13.400 melkveebedrijven. Maar net als in ons land kiezen veel van hun kinderen nu voor een toekomst in andere bedrijfstakken. Dat leidt tot een serieus opvolgersprobleem.
Om die reden introduceerde de Franse regering verschillende stimuleringsregelingen voor nieuwkomers en dan vooral voor jongeren onder de 40 jaar. Het gaat dan bijvoorbeeld om een startsubsidie van € 30.000, een deel van de lening die voor 0% rente kan worden afgesloten en stevige kortingen op allerhande verzekeringen. ‘Ook krijgen jonge boeren bijna altijd voorrang bij het toekennen van bewerkingsrechten. Die zijn in Frankrijk verplicht om op je grond – eigendom of pacht – te hebben. Met alleen grond op naam kun je nog niets, die bewerkingsrechten zijn essentieel en daarbij heeft de jonge boer dus duidelijk een streepje voor’, vertelt Yvonne Droogh van Quatuor. Zij woont in Frankrijk en werkt als agrarisch makelaar samen met Farm4Sale. ‘Voor elke nieuwkomer is het wel zaak om minimaal de juiste agrarische diploma’s te hebben. En je moet voldoende grond met een gedegen mestplaatsingsplan kunnen overleggen. Maar als je dat voor elkaar hebt, word je als nieuwkomer tegenwoordig enthousiast binnengehaald . Als boer onder de 40 krijg je dan daar bovenop zo’n beetje een bonus-kortings-kaart op werkelijk van alles en nog wat.’
‘Frans personeel leerde ons de taal’
Frederik Boersma verruilde twee jaar geleden samen met zijn vrouw Tjallie en hun vier kinderen het Friese Foudgum voor het Franse Saint Clair sur L’Elle. Op één locatie melken zij 110 koeien met twee robots en op een naastgelegen locatie worden ruim 80 koeien met een 2×6 visgraat melkstal gemolken. ‘De beide oudste zonen willen ook het boerenvak in en zo kunnen we voor beide een mogelijkheid creëren’, zegt Boersma. ‘In Nederland was dat nooit zo gelukt.’ Hij noemt de grond bij het bedrijf de goedkoopste vruchtbare grond van heel Europa. ‘Het klimaat is mild en er valt voldoende regen. Om die reden kunnen we de koeien tot in november prima weiden.’ De Franse taal was wennen, maar leerde snel. ‘We hebben twee Franse jongelui die een werken/leren traject bij ons volgen. Die spreken beiden Frans en vormen daarmee onze beste leerschool. De kinderen hebben dat niet nodig, vooral de jongste van 13 spreekt inmiddels vloeiend en accentloos Frans.’
‘Quotum’ cadeau
Droogh wijst er op dat een andere reden nog veel meer impact heeft op het veranderde beeld over Frankrijk als emigratieland. Voorheen konden nieuwkomers louter de bestaande melkreferentie, die vaak relatief klein was, overnemen bij aankoop van een bedrijf en was uitbreiden vaak erg lastig. Als er al een bedrijf te koop kwam, werd 50% van het overgenomen quotum afgeroomd voor een nationale pot. Dit werd vervolgens benut om jonge boeren extra quotum toe te schuiven en hun bedrijf te versterken.
Tegenwoordig is dat volledig anders. Melkquotum bestaat ook in Frankrijk niet meer, maar bijna alle fabrieken werken met een eigen fabrieksquotum. In hun drang om melkleverantie naar de toekomst veilig te stellen, bieden ze nieuwkomers sinds een jaar of drie eigenlijk altijd direct al 100.000 tot 150.000 kilo aan ‘melkcontracten’ extra aan. Een melkveehouder die in de jaren daarna verder wil uitbreiden, krijgt de benodigde extra melkcontracten er tegenwoordig vaak eenvoudig bij. ‘Natuurlijk kan dat per fabriek iets verschillen en hangt het af van hoe de markt zich op dat moment ontwikkelt’, zegt Droogh. ‘Maar overall is het zo dat bijna alle fabrieken hun melkaanbod zien slinken door het hoge aantal stoppers en meer nog: ze vrezen dat dit de komende jaren versneld doorzet. Vandaar de erg open houding richting nieuwkomers.’
Echt grote bedrijven, met 500 koeien of meer, zie je niet in Frankrijk ‘Maar tot niet zo lang geleden waren bedrijven met meer dan 300 koeien ook zeldzaam en nu is dat al vrij normaal en ook geaccepteerd’, vertelt Droogh.
De melkcontracten die de fabriek uitgeeft zijn niet verhandelbaar dus er zit geen directe waarde in en ook geen geld onder. Meestal worden ze vastgelegd voor 5 jaar en dient de melkveehouder dit ook uit te dienen. Wie midden in zo’n contract stopt als melkveehouder, of overstapt naar een andere fabriek, loopt het risico een boete te moeten betalen.
De Franse melkveehouderij concentreert zich met name in het westen van Frankrijk, in de regio’s Normandië, Bretagne en de Loirestreek, waar het klimaat mild is en voldoende regen valt. In dit gebied wordt ruwweg een derde van alle Franse melk geproduceerd.
Vriendjespolitiek
Nadelen zijn er natuurlijk ook te benoemen. Zo gaat een aanvraag voor extra grond in eigendom altijd via de Franse grondbank Safer. Hoewel de commissies die deze grondbank beheren ook steeds meer openstaan voor nieuwkomers en uitbreiding, zijn er ook vandaag de dag nog verhalen bekend van vriendjespolitiek bij toekenning van grond, erkent ook Droogh. Net zoals dat ook voor kan komen bij de toekenning van bewerkingsrechten.
Daarnaast is de Franse taal voor veel emigranten vooral in het begin nog wel een dingetje. Fransen zijn vaak chauvinistisch en ‘eisen’ dat nieuwkomers de taal ook spreken.
‘Daarbij moet je door de oudere gebouwen op de melkveebedrijven heen kunnen kijken’, waarschuwt Ilse de Schutter. ‘Vaak zijn ze prima bruikbaar, al dan niet na een upgrade, maar het is duidelijk anders dan in Nederland. En vergeet niet dat de paden vaak onverhard zijn en ook de dorpjes vaak duidelijk
‘Boeren onder de 40 krijgen overal voorrang en korting op’
ouderwetser dan in ons land’, vertelt de Schutter die weet dat dat inmiddels veel belangstellenden niet meer weerhoudt. ‘De laatste jaren mochten wij namelijk vanuit Farm4Sale meerdere gezinnen van A tot Z in hun traject richting Frankrijk begeleiden.’
Die animo is ook wel te verklaren. Voor wie deze punten graag voor lief neemt, staan bedrijven met prima grond te koop met prijzen tussen de € 1.500 en € 20.000 per hectare. Het klimaat is er goed, de melkprijs vergelijkbaar met de Nederlandse en de Franse regering is er vriendelijk voor boeren. Daarmee groeit het ‘verre en vreemde’ Frankrijk van voorheen, uit tot een ‘hot’ emigratieland voor Nederlanders.
In maart 2026 organiseert FarmTripz.nl/Melk van het Noorden on Tour een studiereis naar Noord-Frankrijk. Klik voor meer informatie en opgave hier.

































