De milieufederatie en landbouw, dat klinkt als water en vuur. Hans van der Werf, directeur van de Friese Milieu Federatie (FMF), beaamt dat het nog altijd soms zo wordt beleefd. ‘Maar wij zijn niet ergens tegen, we willen mét de landbouw vóór bepaalde routes en mogelijkheden zijn.’

Zelf zal hij het zo niet betitelen, maar Hans van der Werf is een netwerker. In binnen- en buitenland loopt hij op landbouwgerelateerde ‘borrels’ rond. Wat opvalt: hij kent de leiders uit de sector én zij kennen hem. Opvallend voor een man die de dagelijkse leiding heeft over de Friese afdeling van de Milieufederatie. Een club die ruim veertig lokale natuur- en milieuclubs vertegenwoordigt. Een club die daarmee in de beeldvorming vaak tegenover de
landbouw staat in plaats van ernaast.

Dat klopt toch. Veel boeren zien jullie vaak liever gaan dan komen?

‘Zo erg is het hopelijk niet, maar het klopt in de basis wel. Kom ik bij een boer en zeg ik dat ik van de milieufederatie ben, dan gaat dat vaak niet werken. Aan ons kleeft het imago
dat wij ‘tegen’ de landbouw zijn. En eerlijk gezegd staat een deel van onze achterban er soms ook nog wel met zo’n houding in. Zelf kies ik echter heel bewust voor een koers om ‘voor’ iets te zijn. En samen met andere partijen, onder andere vanuit de landbouw, daar dan aan te werken. Dat lukt de laatste jaren ook goed. Zelfs in dit jaar, dat bol staat van spanningen en hectiek met demonstraties en wat al niet meer, wordt er achter de schermen prima samengewerkt. Tuurlijk is er wel eens wat spanning tussen ons en de
landbouw, maar we komen er altijd uit.’

Dan moet dat imago dat aan jullie kleeft helemaal frustrerend zijn voor u?

‘Dat ontken ik niet. Ik zou zelfs wel een andere naam willen voor onze federatie. Omdat wij op één hoop worden gegooid met allerlei organisaties die bewust de rol van luis in de pels aannemen, denk bijvoorbeeld aan Greenpeace en MOB. Termen als ‘milieumaffia’ krijgen wij daarom ook weleens naar het hoofd geslingerd, terwijl wij juist veel samen met de landbouw optrekken. Een initiatief als Living Lab Friesland, om kennisoverdracht rond natuurinclusieve landbouw te stimuleren, komt bijvoorbeeld mede uit onze koker.’

Ook bij de oprichting van een grondbank voor de Friese veenweide en een koolstofbank voor carboncredits zijn jullie nauw betrokken. Waarom pakken jullie dat op?

‘We kennen inmiddels allemaal het verhaal van de decennialange doctrine van Mansholt die de landbouw in de greep hield en houdt. Het besef groeit dat we daaruit moeten, maar dat kan natuurlijk niet in één of twee jaar volledig gerealiseerd worden. In onze overtuiging zijn er drie pijlers waar aan gewerkt moet worden: 1) Kennisoverdracht; 2) Verdienmodellen ontwikkelen; iemand moet het betalen en de consument moet dus in actie
komen; 3) Grond mobiliseren. Om dat laatste punt eruit te lichten: grond raakt iedere boer. Hij of zij heeft het altijd nodig. Het is zelfs een middel om met elkaar in gesprek te komen.
Boeren spreken vaak over grond, weten er veel van. Snappen het belang voor de korte en lange termijn van dit productiemiddel. Om die reden ben ik ruim drie jaar geleden al, samen met landbouworganisaties en natuurbeheerders, met het plan naar de provincie gestapt om een plan voor een grootschalige Friese grondbank op te zetten. Als je bijvoorbeeld waterpeilen wilt verhogen of gebieden anders wilt inrichten voor natuur,
wonen of verkeer, moet je boeren en de rest van de omgeving perspectief bieden. Dat kan en moet dan door grond te kunnen uitruilen of via slimme pachtconstructies. De provincie was eerst huiverig. Ook door eerdere slechte ervaringen met grond aan- en verkoop door de overheid. Maar toen we gingen focussen op het veenweidegebied werd het concreet en wilde de provincie ook daadwerkelijk instappen. Nu is er geld beschikbaar: ruim € 60 miljoen alleen al voor het veenweidegebied. Veel geld, maar niet voldoende om maar raak te kopen. Bovendien handelt de overheid altijd langzamer dan de markt.’

Als de markt toch altijd sneller is, hoe kan en moet de overheid volgens u dan wel handelen als ze processen tot veranderend grondgebruik in gang wil zetten?

‘Kijk, eigenlijk hebben wij in Friesland met makelaars als Theo Wijntjes al een grondbank. Die biedt vaak stoppende boeren een prijs waar ze hun hele bedrijf in één klap voor
kunnen verkopen. Die snelheid van handelen, kun je nooit verwachten van een overheid of organisatie die een grondbank beheert. Voorbeelden zoals de vrije verkoop van het
‘weidevogelparadijs’ van Hessel Agema zijn dan ook in de toekomst heus niet altijd te voorkomen. Wat je wel wilt, is boeren die hun grond willen verkopen of ruilen, bijvoorbeeld
om natuurinclusieve landbouw op die grond te behouden of uit te breiden, een duidelijk perspectief te bieden. Veel boeren die nu willen stoppen of extensiveren, staan daar heel erg voor open, maar krijgen geen duidelijkheid vanuit de provincie of andere instanties
als ze daar aankloppen. Als je een grondinstrumentarium optuigt en werkbaar maakt, waarbij de overheid bijvoorbeeld de afwaardering van de veengrond voor haar rekening
neemt, dan zijn er veel partijen zeker geïnteresseerd om daar in te stappen. Als de verkopende boer ook goed weet onder welke afspraken en condities de ‘grondbank’ zijn grond overneemt, komt er veel meer beweging. Let wel, ik pleit er beslist niet voor dat de provincie eigenaar van grond moet worden. Ik pleit ervoor dat je met gerichte aankoop
van grond vrijwillige ruilprocessen veel beter kunt reguleren. En zo boeren die transformeren naar een meer natuurinclusieve wijze van landbouw, ondersteunt met bruikbare grond.’

Hans van der Werf: ‘Ik kies bewust de route om ‘voor’ iets te zijn en dat dan samen met de landbouw op te pakken.’ Foto’s: Marcel van Kammen

De Friese Milieufederatie stond ook aan de wieg van de koolstofbank. Een initiatief om boeren te vergoeden voor opslag van CO2 in de bodem. Bieden jullie vervuilende bedrijven zo niet de kans om een ‘aflaat’ kopen?

‘Een deel van mijn achterban ziet dat zo, ik zie dat anders. Wij leven namelijk in een liberaal land waarin de markt het moet doen. De vraag vanuit bedrijven om vrijwillig hun CO2-belasting te compenseren met aankoop van Carbon Credits is booming. CO2-vastlegging op veengrond met hogere waterpeilen is daarvoor een prachtig instrument. Het kan niet overal. Je moet óf een soort afgesloten polder hebben óf meerdere boeren met grond in één gebied die hierin willen samenwerken. Maar blijkbaar is de vergoeding van € 400 tot € 800 per hectare voor de boer interessant want we zijn met zeker acht grondeigenaren serieus in gesprek om een vervolg te geven aan het onlangs gepresenteerde project van pionier op dit gebied Sjoerd Miedema.’

Vindt u dat hedendaagse boeren meer moeten gaan kijken naar dit soort kansen en zich hierop moeten richten?

‘DENK NIET ALLEEN
VANUIT DE GEDACHTE
DAT JE MELK MÓET
LEVEREN’

‘Het simpele antwoord is: ja, dat vind ik. Laat ik het zo verduidelijken: boeren vragen vaak om een stip op de horizon en harde concrete criteria bij alles wat er bedacht en ontwikkeld wordt. Maar de realiteit is dat harde zekerheden niet altijd gegeven worden. In het verlengde daarvan denk ik dat boeren flexibiliteit in moeten bouwen in hoe ze met hun grond omgaan en hoe ze die benutten. Nu nog denken en handelen de meesten volledig vanuit de gedachte dat ze melkveehouder zijn, melk moeten leveren en dat de grond daar onderdeel van uitmaakt. Je kunt jezelf ook positioneren als grondeigenaar en ‘gebruiker van grond op het platteland’. Kijk vanuit die positie dan eens naar de kansen die er nu al zijn en op je afkomen. Ik weet ook wel dat voor een boer de korte en lange termijn hierin vaak met elkaar op gespannen voet staan. Zeker als het om grond gaat, een instrument waar je niet jaar op jaar wat anders mee kunt doen. Maar toch helpt het denk ik om anders te durven denken dan louter vanuit de gedachte dat je als
boer een bepaalde hoeveelheid melk móet produceren.’

Doelt u dan op het inkomen halen uit neventakken als zorgaanbieder, huisverkoop of een boerderijcamping. Dat is toch maar voor een kleine categorie weggelegd?

‘Klopt. Maar ik doel óók op natuurbeheer in verschillende facetten, energie opwekken en vergoedingen krijgen voor CO2-opslag door een hoger waterpeil toe te staan. Die kansen zijn er al en breiden zich momenteel, zeker ook door beleidsplannen van Den Haag en Brussel, steeds verder uit. Niet voor iedereen, maar voor een grotere groep dan die daar nu al op inspeelt.’

En de andere boeren. Wat mogen die voor meedenken en meewerken van FMF verwachten?

‘Wij werken mee aan het ‘Grutto aanvalsplan’. Het uitgangspunt hierbij is het creëren van meer verdienmodelkansen voor een grotere groep boeren. Hierbij staat het plan van Pieter Winsemius en Ferd Crone centraal om een dubbeltje meer per pak zuivel in de winkel te vragen ten faveure van natuurinclusieve landbouw. Er is een wet in de maak die boeren
toestaat om prijsafspraken in de keten te maken. Die wet is er nog niet door, maar we hebben goede hoop dat dat later dit jaar lukt. Als het zover is, ligt de weg grotendeels open om groepen boeren, gebiedsgericht, extra te belonen voor extra inspanningen die zij doen en laten op hun grond en in hun bedrijfsvoering. Dat we daarmee wellicht nog een melkstroom erbij krijgen in het winkelschap? Ja, nou en? Het is ouderwets en achterhaald dat dat een probleem zou zijn. Kijk naar het bierschap, dat tilt toch ook op van de
speciaalbiertjes.

‘HET IS ACHTERHAALD
OM MEER
MELKSTROMEN ALS
EEN PROBLEEM TE
ZIEN’

Net als met ‘gewoon’ bier neemt ook de consumptie van melk in West-Europa eerder af dan toe. Je moet de consument daarom bieden wat die wel wil kopen. Nu nog resulteert dat in een wirwar van melkstromen in het winkelschap, maar dat kristalliseert zich de komende jaren wel uit. Deze fase moeten we even door. Maar liefst op een wijze dat je er doorheen komt met producten waarvoor de consument ook echt een plus betaalt voor de extra inzet die de boer pleegt. Die kansen worden steeds groter. En ik geloof dat het gros van de boeren en wij van de Milieufederatie elkaar perfect vinden in dat streven.’

Hans van der Werf bij het bord dat het eerste gerealiseerde Valuta voor Veen-project symboliseert. Een project waarbij CO2-opslag in de bodem echt wordt beloond en waarvan FMF mede aan de wieg stond.