Melkveehouders met een mestverwerkingsplicht zijn weinig geld meer kwijt aan de aankoop van VVO’s. De VVO-markt is in elkaar geklapt en daardoor dragen VVO’s weinig meer bij aan de uitbouw van mestverwerking.

Veehouders met een mestoverschotzijn sinds 2014 verplicht om een deel van dat overschot te laten verwerken. De grootte van de verwerkingsplicht is afhankelijk van de regio waar een bedrijf is gevestigd. Voor 2019 zijn de percentages: 59 procent in regio Zuid, 52 procent in regio Oost en 10 procent in de rest van het land.
Veehouders met een mestverwerkingsplicht kunnen deze afkopen door het aanschaffen van een Vervangende Verwerkingsovereenkomst (VVO). Het idee achter VVO’s is om
veehouders die goed uit de voeten kunnen met mestverwerking meer mest te laten verwerken dan waartoe ze verplicht zijn. Voor deze extra hoeveelheid verwerkte
of geëxporteerde mest kunnen deze veehouders VVO’s sluiten met veehouders die niet aan hun verplichte hoeveelheid mestverwerking komen. Het verwerken van mest is voor
varkenshouders goedkoper dan voor rundveehouders, omdat het fosfaatgehalte in rundveemest veel lager is dan in varkensmest. In de praktijk is dan ook meestal de situatie
dat melkveehouders VVO’s kopen die vrijkomen bij de verwerking/export van varkensmest. Daarmee betalen deze melkveehouders indirect voor mestverwerking. Althans dat is de
bedoeling.

De laatste jaren zijn de prijzen van VVO’s sterk gedaald. In 2014 en 2015 bleven de prijzen nog redelijk op peil, maar daarna zakten ze elke keer gedurende het jaar helemaal in. De
actuele prijs schommelt rond de € 0,50 per kilo fosfaat. Ter vergelijking: in de beginjaren is er ook wel € 2,50 per kilo fosfaat betaald. Voor melkveehouders die VVO’s nodig hebben, is het prettig dat de prijs laag is. De keerzijde van de medaille is dat VVO’s nauwelijks meer een stimulans vormen voor mestverwerking.

Systematiek werkt niet

Rechtenmakelaar Ids Schaap in Sint Nicolaasga concludeert dat de systematiek achter de VVO’s niet goed werkt. Hij ervaart dat mesthandelaren gebruik maken van een maas in
de wet die het mogelijk maakt dat melkveehouders VVO’s kopen die onder meer vrijkomen bij de export van kippenmest. Formeel kan dit niet omdat de overheid een schot heeft
geplaatst tussen kippenmest en overige mestsoorten. ‘Intermediairs die kippenmest exporteren, hebben de mogelijkheid om de daarbij vrijkomende VVO’s toe te kennen aan
een andere meststroom die ze ook in geregistreerde opslag hebben gehad, bijvoorbeeld varkensmest’, vertelt Schaap. Volgens hem komen er op deze manier extra VVO’s op de markt. Daardoor is de prijs naar een minimum niveau gezakt.

VVO’s zijn zo laag in waarde dat ze nauwelijks meer een stimulans vormen voor mestverwerking.

Grote bende

Intermediairs ontkennen de gang van zaken die Schaap schetst niet, maar volgens hen spelen er meer factoren. ‘Het hele mestbeleid is een grote bende’, zegt Gerard Oude Lenferink van mestintermediair Gebroeders Oude Lenferink in Fleringen. ‘Neem alleen al het feit dat veebedrijven aan de voorkant producten aanvoeren op grond van forfaitaire cijfers, terwijl ze aan de achterkant mest afvoeren op grond van zogenaamd nauwkeurige analyses.

‘MESTBELEID HEEFT
NIET HET BEOOGDE
EFFECT’

Je kunt wel nagaan dat de rekensommen niet kloppen en dat boeren op zoek gaan naar manieren om de zaak kloppend te maken’, aldus Oude Lenferink. Hij zegt liever robuustere mestregels te zien zoals in Duitsland of Denemarken.
Joop van Leijssen van Mestdistributie J. van Leijssen in Poortvliet (Zld.) vindt
het te stellig om te beweren dat VVO’s die ontstaan bij export van kippenmest
verantwoordelijk zijn voor het inklappen van de VVO-markt. ‘Voor mij is in ieder geval duidelijk dat het totale mestbeleid niet het beoogde effect heeft. Het zou goed zijn als een commissie van deskundigen het hele systeem eens onder de loep neemt.’

Brancheorganisatie Cumela beschouwt het huidige prijsniveau van VVO’s vooral als het resultaat van vraag en aanbod. ‘Er wordt veel mest geëxporteerd en daar komen VVO’s
bij vrij’, zegt Hans Verkerk, secretaris meststoffendistributie bij Cumela Nederland. De mestexport is groter dan nodig zou zijn op grond van de binnenlandse plaatsingsmogelijkheden. Dat komt door marktwerking. In het buitenland wordt er voor mest betaald’, aldus Verkerk.