Biologisch melkveehouder Pieter de Jong ziet graag een melkstroom ontstaan op basis van aantoonbaar betere aminozuren in de melk door de kracht van regenwormen in de bodem te benutten. ‘Mijn ideaal is dat melk in de toekomst onderdeel is van een soort forensisch onderzoek waarbij de oorsprong van het product wordt ontleed en op basis daarvan ook wordt beloond.’

Pieter de Jong: ‘‘Ik ben er van overtuigd dat een gezonde bodem met veel wormen een positieve invloed heeft op de aminozuren in het gras en daarmee in de melk die hieruit wordt gevormd.’

De 120-koppige veestapel van Pieter de Jong in Surhuisterveen bestaat uit verschillende kleuren en rassen. De roodbonte dieren met duidelijk meer vlees op de botten zijn z’n favoriet, maar er lopen ook tien zuivere Deense Jerseys tussen en inmiddels wordt er onder andere gekruist met Brown Swiss. Al de dieren hebben gemeen dat ze hun melk produceren op een overheersend grasrantsoen. ‘Van het voorjaar tot het najaar weid ik de koeien zoveel mogelijk’, vertelt de biologische melkveehouder.

Daarnaast krijgen de koeien in die periode louter luzernebrok bijgevoerd. In de winter bestaat het rantsoen uit vooral kuilgras met daarbij een passende brok en voerstro. ‘De laatste jaren voerde ik ook voerbieten, maar helaas kan ik die nu niet geleverd krijgen doordat het aantal biologische boeren slinkt dat deze bieten teelt’, vertelt De Jong. ‘Dat is jammer, want daarmee stuwden we het vetpercentage in de melk boven de 5%. Nu blijft dat rond de 4,80% steken.’ Het eiwitgehalte ligt gemiddeld op 3,75% en de productie op een kleine 7.000 kilo per koe per jaar. Die melk vindt z’n weg via een speciaal programma van EkoHolland voor de Amerikaanse markt en is 100% gecertificeerd antibioticavrij. ‘We ontvangen nu een plus van 3 cent voor deelname aan deze melkstroom. De vraag daarnaar neemt duidelijk toe, dus we hebben als deelnemers hoop binnenkort een iets hogere plus te kunnen ontvangen.’ De melkveehouder licht toe dat volledig antibioticavrij niet onderschat moet worden. ‘Heb ik een koe met een keizersnede dan kan ik de melk niet benutten. Zo’n koe kan ik dus wel afschrijven binnen onze bedrijfsvoering. De plus is daarom wel terecht want het heeft ook een financiële impact. Desalniettemin ben ik er blij mee, ik vind het mooi dat er een markt is waar een meerprijs wordt betaald voor melk met toegevoegde waarde.’

‘De vraag verandert, maar hoe?’

Jan Stellingwerf van Melkcontrole Nijland merkt dat meer melkveehouders zoeken naar meer inzicht in de kwaliteit van melk en wat daar wellicht meer mee te kunnen doen. ‘Wij willen daar graag in mee, maar ook voor ons is het een zoektocht. Toegepast onderzoeksmateriaal is erg duur en daarbij speelt dat we nu nog niet goed in kunnen schatten welke kant de vraag echt uit beweegt. Dan doel ik op de vraag vanuit de markt, de consument. Uiteindelijk moet de boer de melk met meerwaarde immers ook voor een hogere prijs kunnen verwaarden. Deze zoektocht gaan wij echter niet uit de weg. Waar het passend is, bewegen wij mee met de vraag vanuit de markt en onze boeren.’

Kwaliteit x acceptatie

Daarmee raakt De Jong aan een thema dat hem na aan het hart ligt: de kwaliteit van melk. Eerder was hij onder andere deelnemer binnen het project Maximaal melk uit gras waar dit ook onderdeel van was. ‘Hieruit kwamen al interessante inzichten naar voren. Op basis van onderzoek naar onder andere omega-vetzuren, NEFA’s en DeNova in de melk kun je al veel aantonen over hoe een koe in haar vel zit, of er sprake is van slepende melkziekte en ook of haar rantsoen wel klopt.’

Op basis van deze ervaringen is de melkveehouder ervan overtuigd dat er tegenwoordig nog veel meer in beeld te brengen is rond melkkwaliteit. ‘Zeker in deze tijd, met onder andere hulp van AI, is er naar mijn idee nog veel meer mogelijk om de verschillen in melkkwaliteit goed in beeld te krijgen en aan te tonen. Ik heb altijd geleerd dat economie gevormd wordt door kwaliteit x acceptatie. In de huidige consumptiemaatschappij, waarin commercie een grote rol speelt, wordt op die manier vaak acceptatie afgedwongen. Maar veel waardevoller wordt het als je op basis van kwaliteit acceptatie kunt bewerkstelligen.’

De Jong richt zijn blik daarbij op de kwaliteit van het gras en de bodem in relatie tot de melkkwaliteit. ‘Ik ben er van overtuigd dat een gezonde bodem, met daarin veel wormen, een positieve invloed heeft op de aminozuren in het gras en daarmee op de melk die hieruit wordt gevormd. Wormen verteren organisch materiaal en bemesten de bodem met voedingstoffen waar het gras gezonde aminozuren uit vormt. Die aminozuren komen terug in de melk en dat moet je vervolgens aantonen en daarna vermarkten’, schetst De Jong zijn denkrichting. Eerder zag hij voorbeelden waarbij aan de hand van infraroodtechniek melk als het ware wordt ontleed. ‘Het gaf mij het gevoel alsof ik als melkveehouder onderdeel van een tv-crimi was. Je weet wel: waarbij bloed wordt onderzocht en dit terugleidt naar de dader van een moord. Mijn ideaalbeeld is dan ook dat melkveehouders samenwerken met wetenschappers als een soort forensisch onderzoeksteam naar de herkomst van de melkkwaliteit.’

 ‘Met AI kunnen we melkkwaliteit nog beter in beeld krijgen’

Eigen afzetkanalen

Om hierin stappen te zetten diende De Jong een verzoek in tot een projectonderzoek als onderdeel van het landelijke project ReGeNL. Ook sprak hij met Melkcontrole Nijland over de mogelijkheden van verdiepender onderzoek naar melkkwaliteit. ‘De moderne technologie biedt kansen op dit gebied die ik graag benut zie worden. Het moet de komende jaren vast lukken om het onderscheid in melkkwaliteit, op basis van voeding en management, vast te stellen. Wanneer dat inderdaad lukt, is het natuurlijk nog zaak om het te verwaarden. Vanzelfsprekend is dat geen eenvoudige vervolgstap, maar voor mij is wel zeker dat we dat als boeren dan in eigen hand moeten houden. Nu laten we ons als melkveesector te veel leiden door de industrie die de melk bewerkt en daarmee de markt naar haar hand zet. Het zou prachtig zijn als we daar vanaf kunnen en als boeren onze eigen afzetkanalen kunnen creëren en benutten.’

‘Het gezondste glas melk voor de consument’

Alleen al het laatste decennium vonden er meerdere (praktijk)onderzoeken plaats naar de kwaliteit van melk gerelateerd aan het management. Dit bracht vele inzichten, maar nooit kwam tot nu toe daaruit onomstotelijk naar voren dat de kwaliteit bewezen beter is wanneer je een bepaald management toepast. Iemand die ook met deze zoektocht bezig is, is Anita Jongman. Zij begeleidt het project OERmelk, waarin elf biologische melkveehouders in Groningen en Drenthe onderzoeken hoe zij kunnen komen tot ‘Het gezondste glas melk voor de consument’, zoals Jongman het betitelt. ‘Wij zijn gezamenlijk met een ontdekkingsreis bezig om te kijken hoe de kwaliteit van de melk zo hoog mogelijk te krijgen en hoe dat daarna dan ook te kunnen vermarkten. Die doelstelling uitspreken is één, maar daartoe komen is echt een ontdekkingsreis. Alleen al omdat het onderzoeken van melk erg duur is en je dus goed moet kijken op welke parameters je gaat sturen en daarmee die dan ook laat onderzoeken.’ Het project ging twee jaar geleden van start, maar harde resultaten zijn er nog niet. ‘Wij leren veel en hopen natuurlijk op termijn ook zaken te kunnen staven als het om de kwaliteit van melk gaat. Maar belangrijker is dat wij ervan overtuigd zijn niet te willen leveren voor de anonieme tankauto, maar voor consumenten die we kennen. Met een product dat voedt, niet louter vult. Om dat te kunnen bereiken, werken we met verschillende stapjes aan een verbeterde bedrijfsvoering. We verwachten zo de komende tijd mooie resultaten te boeken. Als het gaat om kwaliteit van melk en de erkenning daarvan, geloof ik oprecht dat we het tij meehebben’, besluit Jongman.

 
Vorig artikelTrue Value en True Pricing komen eraan
Volgend artikelStudiereis naar Denemarken in maart 2026