Onbeperkt brok tot 120 dagen, een lang en intensief melkschema en bodywarmers voor de kalveren. Dankzij deze maatregelen haalt familie Hofstee een betere gezondheid bij het jongvee. 

Doordacht, praktisch én registreren. Dat typeert de ondernemersstijl van Sander Hofstee (32). Met zijn ouders Meint, Thea en broer Jurjen (30) en met hulp van verschillende arbeidskrachten houdt hij 320 melkkoeien en 150 stuks jongvee in Scharnegoutum. ‘Met onze omvang is praktisch werken belangrijk. Dus soms is het kiezen voor praktische oplossingen in plaats van de beste theoretische manier’, stelt de jonge melkveehouder. Het duidelijk keuzes maken komt in de kalveropfok ook terug. ‘We schrijven alles op: waar geboren, hoe lang bij de koe, hoeveel biest en wanneer. We zien geen verschil tussen kalveren die direct of later biest krijgen. ’s Nachts gaan wij dus niet ons bed uit om een kalf biest te geven, dan is ze ’s morgens vroeg de eerste’, geeft Sander als voorbeeld. Koemelk voor de kalveren in de eenlingboxen, dezelfde jongveebrok voor alle leeftijden én tussendoor water in de speenemmers in plaats van losse waterbakjes zijn voorbeelden van praktisch werken. Volgens de theorie misschien niet altijd de beste oplossing, maar nagenoeg geen kans op fouten, ongeacht wie er voert. De kalveren bij Hofstee doen het er prima op. Wat door de registratie opvalt, is dat de Montbeliarde-kruislingen het erg goed doen. Sander insemineert jaarlijks een aantal van zijn Holstein-koeien met Montbeliarde. De eerste zijn inmiddels aan de melk. Voor vader Meint, een groot fokkerijliefhebber, is het even wennen. Sander zelf is erg tevreden. ‘Deze kalveren kunnen tegen een stootje, je ziet geen missers.’ 

Opfok bepaalt afkalfleeftijd

Sander Hofstee: ‘Het eerste half jaar van de kalveropfok bepaalt de afkalfleeftijd van de vaarzen.’

De veestapel produceert gemiddeld 10.000 kilo melk per jaar met 4,42% vet en 3,60% eiwit. Maandelijks houdt Hofstee, die op 22% vervanging zit, zes vaarskalveren aan. De 25e koe die recent 100.000 liter melk heeft gegeven laat al zien dat levensduur een belangrijk speerpunt is. Vruchtbaarheid is daarbij belangrijk. ‘Onze melkkoeien krijgen een TMR-rantsoen. Te laat drachtig worden is dan dodelijk’, stelt Sander scherp. Koeien die uitlopen, vervetten snel en worden dan nog moeilijker drachtig. Daarom start Hofstee het liefst met insemineren op vijftig lactatiedagen. Met de dierenarts checkt Sander alle verse koeien vanaf de 3e lactatie op mestconsistentie, baarmoeder, ketonen en conditie. Alles registreert de dierenarts in Vetwerk, gekoppeld aan het managementsysteem. ‘Zo ontdek je snel patronen waar je van kunt leren’, merkt Sander. Ook bij het jongvee zit de gedreven ondernemer strak op vruchtbaarheid. ‘Het eerste half jaar van de kalveropfok bepaalt de afkalfleeftijd van de vaarzen’, is de overtuiging van Hofstee, die niet op de opfok bezuinigt. De afkalfleeftijd ligt op 24 maanden, maar wil hij terugbrengen naar 23 maanden. ‘Dan hoef ik al zes kalveren per jaar minder op te fokken.’ 

Luchtstromen reguleren

In 2003 werd een open frontstal gebouwd voor het jongvee. Qua praktisch werken de perfecte stal, met drie ruime strohokken en twee groepen met ligboxen. Het klimaat is een uitdaging. ‘Isoleren heeft al flink geholpen, maar van oktober tot en met maart is het pittig om de kalveren gezond te houden’, vertelt Sander, die heel wat specialisten over de dam kreeg. ‘Iedereen zegt wat anders. Als ik alle adviezen had opgevolgd, was ik inmiddels al duizenden euro’s verder. Ik sta er echt voor open om iets nieuws te proberen, maar wil wel resultaat zien.’ Tegenwoordig komt Ydo Homma, jongveespecialist van Denkavit langs. ‘Voor ons als Denkavit staat het resultaat van onze klanten voorop. Goede producten zijn onze standaard, maar daarnaast bieden we vooral hoogwaardige technische begeleiding door onze specialisten, op alle onderdelen van de opfok’, vertelt Henk van der Horst, salesmanager bij Denkavit die samen met Ydo Homma deze dag een kijkje neemt op het bedrijf.

‘Ik houd van perfectie, er kan altijd wel iets beter’

Ydo kreeg van Sander en Jurjen een jaar de kans om de speendip en longproblemen op te lossen. Dat durfde Ydo wel aan, die gelijk erkent dat de jongveestal een uitdaging is. ‘Verschillende leeftijden bij elkaar en het leeftijdsverschil in de groepen maakt het complex. Daarnaast is het zaak de wind, die de stal inblaast, af te remmen’, vindt Ydo. ‘In dit type stal, met veel inhoud en relatief weinig dieren, is het een uitdaging om luchtstromen goed te reguleren. Je krijgt nooit de garantie voor een goed klimaat, hoeveel geld je er ook tegenaan gooit’, merkt ook Henk. ‘Het stalklimaat, dus een schone, frisse luchtstroom met weinig ziektekiemen, het voorkomen van tocht en zorgen dat de kalveren schoon en droog liggen, zijn de speerpunten voor een goede longgezondheid’, ziet Ydo in de praktijk. ‘En alert zijn op de kalfsignalen. Als je een kalf met longproblemen ziet, heeft ze het vaak al 24 tot 48 uur. Meet de temperatuur als je twijfelt, zo pik je kalveren er snel uit’, is zijn advies. Ook de neusenting tegen pinkengriep, voordat de kalveren naar de jongveestal gaan, heeft een positief effect bij Hofstee. Het mechanisch te besturen windbreekgordijn en dichtmaken van de zijkanten van de strohokken werken mee aan een beter klimaat en het voorkomen van tocht. 

Minder melkpoeder, meer brok

Letterlijk 20 kilo poeder per kalf minder voeren. De eerste stap die Ydo inzette, leverde direct een flinke besparing op melkpoeder op, tegenover het voeren van een betere jongveebrok. ‘Om de speendip te voorkomen, focussen we op een goede pensontwikkeling en het weerbaar maken van de dieren.’ Daarom bouwt de familie nu langzamer af. Een langere melkperiode met minder poeder, maar met 50 kilo per kalf vanaf de derde week alsnog een intensief melkschema. Na drie weken in de eenlingboxen in een andere stal verhuizen de kalveren naar de open frontstal met drinkautomaat, waar ze 8 liter melk per dag krijgen. De kalveren krijgen 180 gram poeder op 1 liter water, op de top 1.440 gram poeder per dag. Op dag 50 gaan ze abrupt over op 7 kilo melk per dag, om de krachtvoeropname te stimuleren. Van dag 51 tot 76 bouwt het melkschema af naar 0. Daarnaast krijgen de kalveren van 3 tot en met 120 dagen onbeperkt brok. ‘Een kalf gaat jou nooit arm eten’, is de overtuiging van Sander.

Concurrentie voorkomen

‘De familie Hofstee heeft groepen van 3 tot 7, 7 tot 12 en 12 tot 17 weken. Met zo’n leeftijdsspreiding voorkomt onbeperkt voeren concurrentie bij de voerbak’, weet Ydo. Hij werd wel even voor gek verklaard toen hij aan kwam zetten met kalverbodywarmers. Toch mocht hij er een paar achterlaten en al snel belde Sander om meer. ‘We vonden dat altijd zo’n gedoe. Maar deze die Ydo stuurde zijn dik, makkelijk om te doen door de stevige gespen, blijven zitten en passen goed’, geeft Sander direct toe. Inmiddels zit het eerste jaar van Ydo er bij Hofstee al ruim op. ‘Het is ons goed bevallen, maar het is nog te vroeg om echt conclusies te trekken. Met het nieuwe voerschema en de kalverdekjes zien we geen speendip meer en de longgezondheid is beter. Ik houd van perfectie, dus ik vind altijd wel iets dat beter kan, maar we hebben de goede lijn te pakken’, besluit Sander veelzeggend.

Sander Hofstee (midden) spart over de kalveropfok met Henk van der Horst (links) en Ydo Homma.
Vorig artikelStalvoeren met de Juno
Volgend artikelHet optimale ureumgehalte bestaat niet