Een vergelijkbaar klimaat. Betaalbare grond. Ruimte. Geen productierechten. Veel subsidie. En een regering die ‘boerminded’ is. Nederlandse melkveehouders die nu boeren in Zweden noemen dit als duidelijke voordelen van het land, zo werd duidelijk tijdens de handelsmissie annex studiereis die Melk van het Noorden eind maart verzorgde.

‘Ik verbaas me over de hele stikstofdiscussie en hoe er in Nederland met boeren wordt omgegaan’, zegt melkveehouder Sander Dijkstra (50). Het is eind maart 2023 en de 60 deelnemers aan de Melk van het Noorden-Tour zijn op bezoek bij hem en zijn vrouw Janet, op hun melkveebedrijf in het Zweedse Tomellila. Ze streken er in april 2006 neer. Het melkveebedrijf in het Groninger Mensingeweer was te klein. Ze keken rond in Denemarken, maar kwamen uit in Zweden waar het melkquotum lang niet vol werd gemolken. ‘Melken zoveel je wilt, hier moeten we heen’, deelt Dijkstra zijn gedachten van toen. Ze kochten een melkveebedrijf met 1,2 miljoen liter melkquotum en 75 hectare land. Het quotum kostte niks en voor het land betaalden ze destijds zo’n € 10.000 per hectare. ‘Er was toen weinig vraag naar landbouwgrond. Nu wil iedereen kopen en betaal je hier inmiddels ook wel € 30.000 of € 40.000 voor een hectare’, vertelt hij.

Geen huizen op vruchtbare grond

Janet en Sander Dijkstra: ‘De mensen hier eten liever producten uit de eigen streek dan biologisch producten uit de regio Stockholm.’

De deelnemers aan de Zweden-tour concluderen dat dit nog steeds spotgoedkoop is. Daar komt nog een andere frustratie bij. ‘In Nederland jaagt de regering boeren weg en willen ze de meest vruchtbare gronden van Europa gebruiken voor natuur, zonneparken, woningbouw of industrieterrein’, zo moppert de bus. ‘Nou hier niet hoor’, lacht de Gelderse melkveehouder Jan Terwel een dag later, als de Tour hem bezoekt .

Terwel emigreerde in 2008 naar het dorpje Falkenberg, aan de Zweedse zuidwestkust. ‘Op vruchtbare landbouwgrond mogen geen huizen of andere objecten worden gebouwd, de Zweedse regering verbiedt dat, uit angst dat de eigen voedselvoorziening te veel onder druk komt te staan.’ Nog meer gemor in de bus. Sander Dijkstra krijgt de vraag of de Zweedse regering boerminded is. ‘Jazeker! Ik sprak laatst met een Deense melkveehouder. Hij zei: ‘Die Zweedse boeren weten niet hoe goed ze het hebben: een hele goede melkprijs en een regering die luistert naar de landbouworganisaties. Toen de diesel- en energieprijzen in 2022 naar recordhoogte stegen, stampte de nota bene linkse regering in een mum van tijd een compensatieregeling voor boeren uit de grond. Kregen we als melkveebedrijf ineens € 55.000 compensatie voor energiekosten. Terwijl we dat gezien de melkprijs niet per se nodig hadden. Tja, je hoort mij niet klagen.’

‘Die Zweedse boeren weten niet hoe goed ze het hebben: een goede melkprijs en een regering die luistert naar de landbouworganisaties’

Veertien keer zo groot als Nederland

De milde houding van de Zweedse regering jegens boeren heeft veel te maken met ruimte. Zweden is veertien keer zo groot als Nederland, maar telt slechts 10 miljoen inwoners. Met een bevolkingsdichtheid van 23 mensen per km² is Zweden het op vier na dunstbevolkte land van Europa. Ter vergelijking: Nederland telt 507 mensen per km². Slechts 8% van de oppervlakte is landbouwgrond, de rest bos, berg of water. En nog een klein beetje stad. Er is dus lang niet die druk op grond en milieu als in Nederland. Bovendien is er ook in Zweden steeds minder animo om boer te worden.

‘In 1982 telde Zweden nog 40.000 melkveebedrijven met 665.000 koeien. Nu zijn dat er nog 2.800 bedrijven met 297.000 koeien’, vertelt Christoffer Isenstråle, voorzitter van de grootste landbouwadviesorganisatie in Zuid-Zweden, zeg maar de Zweedse DLV. ‘Sinds 1980 halveerde het aantal melkveebedrijven elke tien jaar. Met melk is de zelfvoorzieningsgraad nog maar 70% en met rundvlees zelfs maar 60%, waar eindigt het’, toont hij zich bezorgd. Het is misschien wel de belangrijkste reden dat de Zweedse regering behoorlijk boerminded is en niet schroomt om agrarische ondernemers subsidies of aantrekkelijke regelingen aan te bieden. Zo wil de regering nu ook weer de verdwijnende Europese graslandsubsidie van € 50 per hectare compenseren met een eigen landelijke subsidie.’ De EDF-cijfers op pagina 30 tonen dat ook aan: een melkveehouder in Zweden pakte in 2021 5 cent subsidie per kilo melk meer dan een melkveehouder in Nederland.

Niet meer ‘stijf van krachtvoer’

Het melkveebedrijf van Sander en Janet levert jaarlijks 1,7 miljoen liter met 125 melkkoeien, dat is ruim 12.000 liter melk per koe. ‘Toen we hier kwamen stonden de koeien stijf van het krachtvoer, dat is een beetje de Zweedse manier van voeren. Wij hebben het omgedraaid en stoppen er nu veel meer ruwvoer in: graskuil, mais, geplette tarwe, soja en maximaal 9 kilo krachtvoer in de robot per koe per dag’, vertelt Sander.

Hun bedrijf telt 93 hectare grond met gras en mais. Acht jaar geleden gingen ze focussen op diergezondheid, wat resulteerde in meer melk. De melk leveren ze aan zuivelcoöperatie Skånemejerier, met een jaarlijkse verwerking van ruim 0,4 miljard kilo melk en een marktaandeel van ruim 15% de tweede melkfabriek van Zweden. Arla Foods is de grootste, met een marktaandeel van ruim 66%. De totale omvang van de melkplas in Zweden is 2,7 miljard kilo melk. Daarvan is 17% biologisch.

De vraag naar biologische melk stagneert, sommige boeren schakelen daardoor weer terug naar gangbaar. ‘De opkomst van soja- of havermelk begint ook in Zweden een serieuze concurrent van biologische melk te worden.’ Ondanks dat Skånemejerier tegenwoordig eigendom is van de Franse multinational Lactalis, is de fabriek zeer lokaal georiënteerd: 90% van de zuivelproducten wordt in de regio afgezet. Dijkstra  vertelt dat Zweedse burgers erg hechten aan streekeigen producten. ‘De mensen hier eten liever producten uit de eigen streek dan ecologische producten uit de grote stad Stockholm.’

Snede minder als in Nederland

Het grootste deel van de 2.800 melkveebedrijven die Zweden nog telt, is gesitueerd in Zuid-Zweden, ruwweg vanaf de lijn 100 kilometer boven Malmö tot de lijn Stockholm. De grondsoorten in het gebied variëren sterk: van zand en löss tot lichte en zeer zware klei. Het klimaat in Zuid-Zweden is vergelijkbaar met dat van Nederland. Wel ligt de temperatuur er gemiddeld 3 tot 4 graden lager. Dat maakt het groeiseizoen korter. ‘Vóór 20 mei wordt hier niet gemaaid en ín het najaar is het eerder weer kouder. We maaien een snede minder als in Nederland’, vertelt Sander Dijkstra.

Het aanbod van courante bedrijven in Zuid-Zweden is niet overweldigend. Er zijn wel stoppers, maar die blijven vaak op het bedrijf wonen met wat vleeskoeien erbij. De grond wordt dan geheel of gedeeltelijk verpacht. De prijs voor pachtgrond is met gemiddeld € 500 per hectare niet hoog. De gemiddeld koopprijs van land in Zuid- Zweden is € 39.000. Voor ‘beste grond’ wordt inmiddels bijna € 60.000 betaald.

Vieze koe ‘zwaar delict’

Piebe Wester: ‘Makkelijker hier’

Dierwelzijn staat hoog in het Zweedse vaandel. Zo geldt een verbod op insemineren met Belgisch Blauw en geeft de Zweedse regering zelfs € 20 subsidie per koe per jaar op klauwverzorging. ‘Zo soepel ze hier zijn met bouwvergunningen, zo streng zijn ze op dierwelzijn’, bevestigt Dijkstra. ‘Of het nu de zuivelfabriek of iemand van de overheid is, het eerste waar ze naar kijken is of de dieren er goed bij lopen. Een vieze koe is hier een zwaar delict, je hebt zo een flinke boete of zelfs een dierverbod op je naam. We hadden een keer een kat met een wondje, je wilt niet weten hoeveel poeha ze daarover dan maken.’ Weidegang is verplicht in Zweden, maar er is weinig controle en melkveehouders interpreteren de verplichting dan ook ‘ruim’. Op veel bedrijven is eerder sprake van een speel- en uitloopveldje dan van écht weiden. Ook dekt deelweidegang op menig bedrijf de lading beter dan weidegang.

Alle zes kinderen boer dankzij emigratie

De familie Terwel van links naar rechts: Dirk, Tom met Julia, Jelle, Tom’s vrouw Marjolein, Femke, Jan en Gery.

Zes kinderen die allemaal boer konden worden door te emigreren naar Zweden. Dat is het verhaal van Jan en Gery Terwel. In 2008 verhuisden ze met vier van de zes kinderen uit het Gelderse Voorst naar het Zweedse Falkenberg. Ze begonnen op een bedrijf met circa 1/3 pacht. Nu hebben ze 330 hectare grond in gebruik, waarvan 280 ha eigendom. Ze verbouwen hier gras, mais, gerst, tarwe, haver, voederbieten en veldbonen. Het bedrijf beschikt over mooi rechte percelen. De structuur van de grond is goed. Zeker 180 hectare ligt rondom het bedrijf. De twee oudste zoons Bart en Gert-Jan (38 en 36) boeren nog in Nederland, elk op een eigen bedrijf. De vier andere kinderen – Tom, Jelle, Dirk en Femke – zijn allemaal actief op het bedrijf in Zweden. Jan Terwel heeft nooit getwijfeld over de emigratieplannen. ‘Om alle kinderen de kans te bieden boer te worden, biedt Nederland qua financiën en ruimte gewoon te weinig mogelijkheden. En Zweden is een mooi land om te boeren.’ De familie melkt ruim 300 koeien met zes Lely-melkrobots, verdeeld over twee stallen. Iedereen heeft z’n eigen taak waardoor ze het werk inclusief het machineonderhoud volledig zelf kunnen rondzetten. Ondanks de vele voordelen van Zweden, besluit Jan Terwel met een veelzeggende constatering. ‘In Zweden vonden we de ruimte die Nederland ons niet bood. Maar als je het overheidsbeleid even wegdenkt, is het nergens mooier boeren dan in Nederland. Nergens vind je zo’n goeie infrastructuur. Wil je hulp dan bel je iemand en die komt meteen. Dat is hier echt wel anders.’

 

Soepele regelgeving

Volgens Christoffer Isenstråle, de Zweedse DLV’er, neemt de regelgeving en daarmee de bureaucratie in Zweden toe. De Nederlandse boeren moeten er om lachen. ‘Vergeleken met Nederland is het hier een oase van vrijheid’, vinden ze. Er mag maximaal 170 kilo stikstof per hectare worden uitgereden. Mest injecteren is niet verplicht. ‘En we moeten weliswaar een meststoffenbalans maken, maar er is amper tot geen controle op kunstmestaankoop of meststoffen’, zegt Terwel. Een milieuvergunning tot 400 diereenheden is snel geregeld: minimaal 8 maanden mestopslag en niet boven de 22 kilo fosfaat per hectare aan mest uitrijden, zijn de belangrijkste voorwaarden. De Zweedse LTO wil de soepelheid in vergunningverlening verhogen tot 800 diereenheden. De regering, die inzet op voldoende eigen voedselproductie, lijkt daar binnenkort in mee te gaan. Een opmerkelijk regel in Zweden verdient uitlichting: de mestputten onder de stal mogen niet dieper zijn dan 60 centimeter. Dit is om de gevaren op gasexplosies te reduceren.

De Nederlandse boeren in Zweden zijn lovend over de sociale voorzieningen van het land. Maar ook duidelijk naar voren komt dat het een duur land is met een beduidend mindere infrastructuur dan in Nederland. ‘Een jaar wachten op een bestelde melkrobot is niks,’, zeggen Dijkstra en Terwel afzonderlijk van elkaar. Goed personeel vinden, is in Zweden écht een uitdaging, zegt Isenstråle. Op de grotere melkveebedrijven vind je steeds vaker werknemers uit Estland, Letland en Litouwen. ‘Dat loopt niet altijd even soepel’, weet Isenstråle. Mede daarom stijgt de vraag naar automatisering explosief. ‘Lely had de doelstelling voor de verkoop van melkrobots in Zweden voor heel 2023 in februari al gehaald. Dat zegt natuurlijk wel iets’.

Slikken, stikken of emigeren

De bus met Nederlandse melkveehouders rijdt verder en komt terecht bij Piebe Wester en zijn vrouw Petra Waiboer in Laholm. Wester, niet van boerenkomaf, realiseerde in Zweden zijn droom om melkveehouder te worden. Ze begonnen met niets en melken nu 180 koeien met 220 hectare bewerkbaar land, ruilden de melkrobots in voor een gloednieuwe melkstal en staan nu op het punt door te groeien naar een nieuwe stal met plaats voor 300 koeien. ‘Ik denk dat boer worden en groeien in Zweden wel een stukje makkelijker gaat dan in Nederland’, bevestigt hij. Op de terugreis naar Nederland mokt menig deelnemer aan de tour nog stevig na op het steeds boeronvriendelijker wordende Nederland. ‘Het is slikken, stikken of misschien toch maar eens voorzichtig gaan nadenken over emigreren naar Zweden.’

Een Melk van het Noorden on Tour richting Zuid-Zweden staat voor najaar 2024 nogmaals op de planning. Houd de magazines en www.melkvanhetnoorden.nl in de gaten voor meer informatie. 

5 cent subsidie per kilo melk meer

‘High input, high output’ is een duidelijk kenmerk van de Zweedse melkveehouderij. ‘Er gaat veel in dus er moet ook veel uitkomen’, zegt Jelmer Sietzema. Als agrarisch bedrijfsadviseur is hij betrokken bij European Dairy Farmers (EDF), de bedrijfseconomische studieclub voor Europese melkveehouders. EDF houdt van 27 tot en met 29 juni zijn jaarcongres in Zweden en heeft cijfers uit 2021 op een rij gezet. Op Zweedse EDF-bedrijven wordt ruim een keer zoveel gemolken als de Nederlandse. De melkproductie per koe ligt 2.000 kilo melk hoger. De melkprijs is vergelijkbaar met Nederland, wat overigens niet blijkt uit dit overzicht. ‘Maar dat heeft te maken met januari-januari versus mei-mei-boekhouding’, verklaart Sietzema. Opvallend is de plus van 2 cent op omzet en aanwas. ‘De betaling voor slachtdieren is in Zweden al vele jaren hoger dan in andere EU-lidstaten. Er is een gebrek aan Zweeds rundvlees, terwijl consumenten per se rundvlees van de lokale boeren willen kopen’, verklaart de Zweedse agrarisch bedrijfsadviseur Susanne Bååth Jacobsson. Ze stelt dat daarom ook veel melkvee wordt gekruist met bevleesdere rassen. In het oog springend is de fors hogere subsidie per kilo melk: de Zweedse boeren beuren liefst 5 cent meer per kilo melk dan de Nederlandse. Deels komt dit doordat de Zweden nationale subsidieregelingen heeft die Nederland niet kent. ‘Daarnaast gebruiken Zweedse boeren meer land en de meeste EU-subsidies zijn gekoppeld aan hectares. Dus hoe meer land hoe meer subsidie’, zegt Bååth Jacobsson. ‘Sommige Zweedse boerderijen krijgen zogeheten EU-probleemgebied-subsidies, voor het onderhouden van minder rendabele gronden.’ Sietzema besluit met de conclusie dat de Nederlandse boer qua uitgaven duidelijk scherper aan de wind zeilt dan de Zweedse. ‘Meer subsidie en Zweeds nationalisme maakt het boeren daar makkelijker. De Zweedse boer is nog gewenst en wordt daardoor gepamperd. En dan weet je dat de kostprijs de opbrengstprijs altijd volgt.’

Vorig artikelMarcel Rijkers: ‘Bij Koepon is het nooit saai’
Volgend artikelVan het boerenerf de vrachtwagen in