In het prestigieuze project Akkrumer Goedland proberen zeven melkveehouders een antwoord te vinden op een van de grootste vragen van het Friese veenweidegebied: hoe houd je landbouw mogelijk op een bodem die – om inklinking tegen te gaan en CO₂-uitstoot te besparen – steeds natter moet worden? ‘We zijn nu twee jaar bezig, maar tot nu toe is er prima te boeren met een hoger waterpeil.’

Eén voordeel van een hoger waterpeil op hun grasland is alvast binnen: minder muizen. ‘Waar anders rond deze tijd altijd veel muizenschade was, is dat nu beduidend minder, constateert René Hooghiemster. Ook Rinke van Keimpema heeft die ervaring. ‘Op bijna 7 hectare grasland werken we nu met een waterpeil van 20 centimeter onder het maaiveld. Ik had het liever iets minder ver omhoog gehad, maar ik merk dat vooral bij de greppels, waar het gras is natst is, minder muizen zijn.’ Beide melkveehouders doen mee aan het project Akkrumer Goedland, een poging om in het Friese veenweidegebied landbouw, natuur, water, energie, recreatie en lokale economie met elkaar te verbinden. Akkrumer Goedland startte in 2021 als initiatief van boeren en ondernemers uit Akkrum en omgeving. Het uitgangspunt is een ‘coöperatief landgoedbedrijf’: geen traditioneel landgoed met een landhuis, maar een gebied waarin verschillende ondernemers en andere betrokkenen samenwerken om de natuurlijke beperkingen en bedreigingen om te draaien in kansen. ‘Boeren moeten een goede boterham kunnen blijven verdienen, maar tegelijkertijd moet het gebied bijdragen aan nieuwe doelen op gebied van bodem, water, natuur, klimaat en leefbaarheid’, verduidelijkt coöperatievoorzitter Albert van der Ploeg.
Waterpeil 20 centimeter onder maaiveld
Een belangrijk onderdeel van het project is hoe om te gaan met de veenweideproblematiek. Door het lage waterpeil oxideert veen, waardoor CO2 vrijkomt en de bodem daalt. Akkrumer Goedland probeert te onderzoeken of een hoger waterpeil gecombineerd kan worden met rendabele landbouw. In het huidige project doen zeven melkveehouders mee. In totaal gaat het om zo’n 275 hectare. Dit is het tweede jaar dat ze tussen 1 april en 1 oktober moeten dealen met een hoger waterpeil, variërend van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld. Hun ervaringen tot dusver vallen niet tegen, maar dat komt ook dankzij twee droge zomers. ‘In droge zomers wil je het water als boer wel wat hoger hebben. Maar de natuur laat zich niet sturen. Stel er komt een heel natte zomer, dan kun je het peil juist beter wat naar beneden doen. Ik hoop dat daar in de toekomst meer ruimte voor komt’, zegt Hooghiemster. Ook Van Keimpema kan dankzij twee droge zomers goed uit de voeten met het hogere peil, al liggen leverbot en pitrus voortdurend op de loer.
Een voordeel van een hoger waterpeil? beduidend minder muizen
Beide boeren houden de moerasplant onder controle door regelmatig te maaien. Ze krijgen voor hun deelname een hectarevergoeding voor productieverlies, want die is er. Zo zijn sommige sloten op plekken tweemaal zo breed geworden. ‘Dat betekent niet alleen minder gras, maar ook meer problemen met bewerken, met name op de kopeinden’, vertelt Hooghiemster. Eén troost: de RVO heeft plechtig beloofd om de percelen alleen op te meten tussen 1 oktober en 1 april zodat de boeren bij de meitelling niet ineens minder landoppervlakte hebben.
Fietstocht langs de kansen in het gebied
Tijdens een fietstocht door het gebied, georganiseerd op dinsdagavond 1 september, komen we langs een perceel waar melkveehouder Aen Age Jongbloed nu lisdodde teelt.

Hier vertelt Petra Boorsma, directeur van Biosintrum in Oosterwolde, hoe er met vallen en opstaan wordt gewerkt aan een volledige droogstraat en verwerkingslijn voor lisdodde als plaat- en isolatiemateriaal voor woningen. Onder andere Bouwgroep Dijkstra Draisma is hier nauw bij betrokken. ‘Hoewel de mogelijkheden veelbelovend zijn, blijft het ontwikkelen van een rendabel verdienmodel een uitdaging. Op dit moment is lisdoddeteelt vooral haalbaar door verschillende subsidies, regelingen en vergoedingen te combineren. Met het opzetten van een korte keten moet op termijn de stap naar een rendabele marktproduct worden gemaakt’, hoopt Boorsma.

Enthousiast vertelt ze over nieuwe kansen die zich aandienen, zoals een startup uit Engeland die op dit moment ‘de sigaar’ van de lisdodde koopt, als grondstof voor de voering in jassen en slaapzakken. Teelttechnisch ontdekten ze dat ‘gewoon met een brandweerspuit’ lisdoddezaad op het land spuiten vele malen goedkoper is dan de dure inzaaimethodes die ze aanvankelijk gebruikten. Ook wordt onderzocht of de lisdodde in stroken langs boerensloten kan worden geteeld. ‘We leren veel en het netwerk wordt steeds groter.’ Boorsma verwacht dat vooral de stapeling van vergoedingen de komende jaren interessant kan worden voor boeren. ‘Lisdoddeteelt kun je goed combineren met waterbuffering, waterzuivering, agrarisch natuurbeheer en opslag van CO₂. Zo krijgt melkveehouder Sjoerd Miedema, een van de deelnemers, al betaald voor CO₂-opslag, via het project Valuta voor Veen. ‘Dat is een mogelijkheid. Maar ook kan een hoger waterpeil in de veenweide zorgen voor gewenste tegendruk tegen verzilting op de hogere kleigronden in Friesland. Het zou zo maar kunnen zijn dat daar in de toekomst ook voor wordt betaald’, denkt Boorsma.
De gezondste woonwijk van Nederland
PieterJan Postma hoort het verhaal met belangstelling aan. Hij is kwartiermaker Nature based bouwen binnen Akkrumer Goedland en vertelt dat er vanuit de gemeente Heerenveen een vraag ligt om 3.000 woningen te bouwen, waarvan 10 tot 20% in Akkrum komen. ‘Daar willen we iets speciaals van maken.’ Zijn ambitie is om ‘de gezondste woonwijk van Nederland’ te realiseren op en rondom het Akkrumer Goedland. Een soort van Blue Zone, met tuinderijen, gezond bewegen, gemeenschapszin en veel aandacht voor welzijn. ‘Met verschillende soorten energieneutrale en biobased woningen.’ Margo Potma fietst ook mee. Ze is specialist op gebied van duurzame en innovatieve voedselketens en probeert binnen het project allerlei kruisbestuivingen te maken tussen boerenproducten uit het veenweidegebied en bakkers, slagers en restaurants in Akkrum, zoals hamburgers van melkveehouder Sjoerd Miedema of milkshakes van Buorfrou Durkje. ‘Ik geloof dat een gezond dorp begint bij de verbinding tussen mensen, hun voedsel en het landschap om hen heen.’
Klaas Kloosterman, één van de zeven veehouders in het project, organiseert eind september een diner met producten ‘fan eigen grûn’. Tijdens dat diner vertelt hij zijn verhaal over boeren op nat veen. Zijn blaarkoppen, een sterk, oud-Hollands runderras, passen uitstekend in dit landschap. En zo zijn er meer plannen: een hectare groot voedselbos, aangebouwd tegen Akkrum. Een energietuin met dynamische zonnepanelen, met schapen en slingerende wandelpaden. Ook wordt gekeken naar de kansen voor cranberryteelt. ‘Niet iedere activiteit hoeft afzonderlijk winstgevend te zijn. Het hele gebied moet uiteindelijk waarde opleveren. Landbouw kan worden gecombineerd met natuurontwikkeling, recreatie, energie en andere functies. De verschillende inkomstenstromen moeten elkaar versterken’, zegt coöperatievoorzitter Albert van der Ploeg. De fietstocht eindigt in het theehuis van Rinke en Froukje van Keimpema uit Vegelinsoord. Ze behoren tot de groep ondernemers die de schouders onder het Akkrumer Goedland hebben gezet. Ze runnen een gangbaar melkveebedrijf met 80 koeien, theeschenkerij Nije Skou en de pont over It Deel. ‘We zitten hier dan op een aantrekkelijk punt: aan het water, in een karakteristiek landschap, met uitzicht op een mooie molen. Door de pont kunnen we extra fietsers ontvangen. We begroeten op jaarbasis zo’n 11.000 bezoekers.’ Froukje runt de horeca en de pont, Rinke de boerderij. ‘Ik ben geïnteresseerd in verdienmodellen die gericht zijn op de combinatie landbouw met natuur.’
Van groeiboer naar natuurboer
Een paar dagen later zit ik aan tafel bij melkveehouder Aen Age Jongbloed (45) in Akkrum.
‘Niet iedere activiteit hoeft afzonderlijk winstgevend te zijn. Het hele gebied moet uiteindelijk waarde opleveren’
Hij melkt 360 koeien. Jarenlang waren diepteontwatering en groeien heilige woorden voor hem. Maar de tijden veranderen. Extensiveren en daarmee inkomen halen uit agrarisch natuurbeheer, boeren met hogere waterpeilen en eco-diensten zetten hem op een nieuw spoor. Het is nu twintig jaar geleden dat hij samen met zijn vader Wiebren het melkveebedrijf aan de Polsleatwei in Akkrum kocht. Ze startten er met 160 koeien, 78 hectare eigen grond en 40 hectare pacht. Groeien was het motto en dat lukte: nu melkt hij 360 koeien op 240 hectare land, waarvan 160 hectare eigendom. In 2017 stapte zijn vader uit het bedrijf, sindsdien staat Aen Age alleen aan het roer, bijgestaan door z’n vrouw Tjitske. ‘Groeien en vol gas gaan zat me in de genen, maar de laatste vijf jaar is dat toch een beetje veranderd. Wat er staat koesteren we, maar groter hoeft het voor mij niet te worden’, zegt hij. Heeft dat met regelgeving te maken? ‘Nee, meer dat ik het optimum heb bereikt van wat ik wil. Onze kinderen zijn 17, 15 en 13. Ik weet niet of er opvolging komt. De drive om het nog groter te maken, is er niet meer.’ De uitdaging zoekt hij nu in andere dingen, zoals meedoen aan het project Akkrumer Goedland. Hierin experimenteert hij met de teelt van lisdodde op natte gronden, om zo bodemdaling en CO2-uitstoot tegen te gaan en biobased bouwmateriaal te creëren. Of daar iets uitkomt, is afwachten. Maar hij heeft er plezier in, bezig zijn met nieuwe dingen. ‘Waterpeilverhoging gaat in tegen alle gevoelens van een boer. Wij zijn opgegroeid met ontwateren, ontwateren en nog eens ontwateren.

Maar ik zie ook op m’n eigen erf dat de bodem steeds verder daalt en er gewoon iets moet gebeuren. Daarom ben ik in dit project gestapt, om nieuwe dingen te proberen. En het kan best zijn dat er jaren komen dat het zo nat is dat je zegt: waar zijn we mee bezig. Maar tot nu toe moet ik eerlijk zeggen: van dat heilig verklaren van lage waterpeilen ben ik toch wel een beetje teruggekomen. Ik zie dat we veel vaker drogere zomers hebben en dat er tot nu toe prima is te boeren met een hoger waterpeil.’ Zo’n 100 hectare is veenweide, 140 hectare valt buiten het gebied. ‘De manier waarop ik nu boer, met goed ruwvoer en goed melken, wil ik niet loslaten, dat is m’n corebusiness. Maar als ik dat hand in hand kan doen met waterverhoging, agrarisch natuurbeheer en bezig zijn met toekomstgerichte maatschappelijke bewegingen en het levert nog wat op ook, dan geeft mij dat een enorme positieve vibe.’

Inkomen uit verschillende diensten
De zeven deelnemende melkveehouders ontvangen een vergoeding voor de waterpeilverhoging. Er is keuze tussen 40, 30 of 20 centimeter onder het maaiveld. Hoe hoger de stand, hoe hoger de vergoeding. ‘Wij hebben gekozen voor 30 centimeter, dat vind ik een stand waarmee we nog goed kunnenboeren.’ En het levert ook bij hem onverwachte voordelen op: ‘De waterpeilverhoging zorgt ervoor dat we aanzienlijk minder last van muizen hebben’, vertelt Jongbloed. De totale combinatie ANLB, waterpeilverhoging, goud scoren op de GLB-pakketten en compensatie voor ganzenschade levert het melkveebedrijf op jaarbasis inmiddels substantiële bedragen op. Jongbloed vertelt dat hij vijf jaar geleden de keuze maakte om te investeren in grond. ‘De laatste vijf jaar hebben we 60 hectare grond bijgekocht. De stallen zaten vol, ik was een beetje uitgegroeid en dan ga je kijken waar nog kansen liggen. Toen heb ik besloten m’n grondpositie uit te breiden. Natuurlijk moet je ook een beetje geluk hebben dat die grond voorbij komt.’ Waarom grond? ‘Je kijkt naar tendensen en ik zag dat de pakketten voor agrarisch natuurbeheer steeds verder werden uitgebreid. En dan is er het GLB, dat de afgelopen jaren ook steeds meer op die leest wordt geschoeid. Als je dan behoorlijk hectares hebt, kun je ruimte maken om er iets mee te doen. Vroeger keken we daar als intensieve, gangbare boeren helemaal niet naar. Dat was iets voor extensieve en biologische boeren. Maar nu hebben we al zo’n 30% van ons land in agrarisch natuurbeheer, dat is gewoon een heel goed verdienmodel aan het worden, dat ziet m’n boekhouder ook.’
‘We hebben we zo’n 30% van ons land in agrarisch natuurbeheer, dat is een heel goed verdienmodel aan het worden’
Jongbloed is ervan overtuigd dat diensten leveren aan de maatschappij de komende jaren een steeds belangrijkere poot wordt onder melkveebedrijven. ‘Maar dan moet je wel een ruime grondpositie hebben. Ik hoef niet 5 of 6 keer m’n gras te maaien, dan heb ik veel te veel. En als de ganzen het herfstgras opvreten, prima. In dit hele verhaal klopt het plaatje voor mij. Zit je krap in land, dan doe je dit soort dingen niet. Neem de stroken van 5 meter tussen sloot en productief grasland waarop niet gemaaid en bemest mag worden, de zogeheten ecostroken. Die hebben we inmiddels op 150 hectare land staan. Die zijn weer heel goed te combineren met een hoger waterpeil en in de toekomst misschien ook wel met lisdoddeteelt. Dat veel van onze sloten nu uit hun oevers lopen, maakt dan ook niet meer zoveel uit. Immers, dat zijn toch al ecostroken waarvoor je betaald wordt. In de toekomst ga ik daar misschien wel lisdodde telen. Dat past allemaal wel heel mooi.’ Jongbloed noemt nog twee voordelen van koersen op grond: ‘We hoeven geen mest af te zetten en voldoen al ruimschoots aan de GVE-norm van 2035. In de studiegroep met vergelijkbare bedrijven met 300 koeien zie ik dat ik bedrijfseconomisch bovenin meedraai. Voor mij een bevestiging dat ik op de goede weg zit.’

Akkrumer Goedland
Uit verschillende potten is voor Akkrumer Goedland voor de komende acht jaar nog maximaal € 5 miljoen aan subsidiegeld beschikbaar. Provincie Fryslân heeft het gebied aangewezen als een zogenoemd kansrijk gebied binnen het Veenweideprogramma. Sinds 2024 is het bovendien een van de twee Friese pilotgebieden binnen NL2120, een nationaal kennis- en innovatieprogramma gericht op het versterken van het groene verdienvermogen. De echte test komt wanneer subsidies minder worden of verdwijnen. Kan een boer geld verdienen aan een landschap dat niet alleen voedsel produceert, maar ook water vasthoudt, veen bewaart, CO₂ bindt, ruimte biedt aan natuur en biodiversiteit, energieproductie, recreatie, lokale voedselproductie en biobased wonen? Fryslân kreeg zeer recent Europese goedkeuring voor de CSV, de Compensatie Systematiek Veenweiden. Boeren kunnen daarmee worden gecompenseerd voor hogere waterpeilen: in grond of in geld. Lukt dat, dan kan Akkrumer Goedland zomaar hét voorbeeld worden voor een groot deel van het Friese veenweidegebied.
(Dit artikel verscheen ook in magazine Agrarische Schouw dat vanaf 15-09-2026 onder melkveehouders in het noordelijke deel van Nederland is verspreid.)





























