Jeffrey en Pauline Brode groeiden op in de regio Santpoort, nabij Haarlem. Ze zijn niet van boerenkomaf, maar hij had de droom zelf boer te worden en zij wilde hem daarin graag volgen. Bijna 14 jaar geleden beproefden ze hun geluk in Denemarken, maar na zeven magere jaren keerden ze terug naar Nederland. Om van daaruit in 2022 in het Franse Bretagne te starten. ‘Hier kun je je vakmanschap uitoefenen, is het leven relaxter en blijft er meer over. We kwamen van de hel in de hemel.’
Pauline Brode (41) haast zich te zeggen dat ze niets tegen Denemarken hebben en al helemaal niets tegen de Denen. ‘Integendeel. We hebben daar nog steeds meerdere vrienden en ook mijn zus met haar gezin woont daar. Maar hoewel het bedrijf met 200 Jerseys op zich prima draaide, was het niet genoeg. Steeds moet je groter en iedereen bemoeit zich daar met je: de boekhouder, de inseminator, de veearts. Hier ben je eigen baas, dat voelden we ons daar niet.’ Jeffrey (39) vult haar aan: ‘De bank keek nog het meeste mee en die wilde op een gegeven moment steeds minder goed meewerken. Dan houdt het op.’
‘Hier voelen wij ons echt eigen baas’
Het jonge stel ging terug naar Nederland en woonde en werkte vanaf 2019 een paar jaar in Groningen. In 2011 hadden ze zich ook al op Frankrijk georiënteerd, maar toen ze in 2020 weer gingen kijken, werden ze pas echt verliefd op het land en de kansen die het hen bood. ‘Frankrijk is een groot land en kent enorme verschillen qua klimaat en grondkwaliteit. Dat is hier in midden-Bretagne beide goed op orde. Dat helpt enorm’, vertelt Pauline.

Ze wonen sinds voorjaar 2022 met hun kinderen Bent (10), Fay (9) en Sjeff (7) in La Chapelle Janson. Daar boeren ze op een bedrijf met 130 Holstein melkkoeien en bijbehorend jongvee. Het bedrijf had al twee schuren met 50.000 vleeskuikens, dat hebben ze voortgezet. Zes tot zeven keer per jaar leveren ze de kuikens af en maken de stallen schoon voor een nieuwe ronde. ‘Eerst waren we sceptisch over een bedrijf met vleeskuikens erbij, maar het past ons geweldig’, vertelt Pauline. ‘We hebben de stallen bijna volledig gerenoveerd wat ons een investering van circa € 300.000 kostte. Dat bedrag is bijna voor de helft uit subsidies gedekt. Nu komt ons jaarinkomen voor circa 30% uit de vleeskuikens, terwijl het waarschijnlijk nog geen 10% van onze arbeid vraagt. En alles gaat op contract, dus het is vrij stabiel. Nee, we zijn blij dat we die tak erbij hebben gehouden en doorgezet.’
Lagere kosten helpt
Terug naar de koeien en het land, want dat is voor de ‘nieuwe Fransen’ op hun bedrijf in La Chapelle Janson waar het toch vooral om draait. De veestapel loopt in een stal die niet nieuw is, maar de boxen en matrassen hebben de nodige upgrades gehad en op die wijze gedijen de koeien er goed in. De productie van 10.500 kilo per koe per jaar gemiddeld bewijst dat. Met gehalten van gemiddeld 4,85% vet en 3,50% eiwit halen ze ook nog een fikse plus op de melkprijs. ‘Onze melk gaat naar de kaasfabriek Savencia. De basisprijs daar is in de zomermaanden gedaald naar 40 tot 41 cent per kilo melk. Vooral door onze hogere gehalten komt onze melkprijs boven de € 0,45 per kilo uit’, licht Jeffrey toe. ‘Dat is geen hoge prijs en de piek die jullie tot begin 2025 kenden, missen wij grotendeels. Maar door afspraken tussen de overheid, boerenorganisaties en zuivelondernemingen is ons dal is ook duidelijk minder diep. Bovendien kunnen wij voor € 0,45 ook prima melken. Ik wil geen zout in de wonden strooien, maar wij hebben hier geen kosten voor bijvoorbeeld mestafzet en fosfaatrechten. Dat scheelt nogal.’

Grote regionale verschillen
Wat minstens zoveel scheelt zijn de financieringskosten voor de grond. Bij het bedrijf is 92 hectare grond in gebruik waarvan 12 hectare in eigendom. Voor de pachtgrond wordt vaak niet meer dan € 200 euro betaald. De opbrengsten zijn ook vaak lager. ‘Wij weiden onze koeien vanaf het vroege voorjaar, wat hier zeker in maart al start, maar in de zomer wordt het droog en groeit er zeker een paar weken niets op het grasland. In kwaliteit en kwantiteit zie je dat natuurlijk terug’, zegt Pauline. ‘Dit jaar was het ook bij ons extra heet en droog. Gelukkig zitten wij op vrij goede grond en hadden we afgelopen jaar al besloten wat extra snijmais te telen. Die hebben we medio augustus gehakseld en de opbrengst inclusief kwaliteit daarvan lijkt goed. Een groot geluk, want iets zuidelijker van ons is het bar en boos en daarmee schieten de voerprijzen ook omhoog.’ Haar man vult haar aan: ‘Wij leggen voervoorraad aan zodra dat kan voor zeker een jaar. De risico’s op tekorten zijn hier duidelijk groter dan in Nederland en Denemarken. En dan zitten wij dus nog in een vrij gunstige regio qua grondkwaliteit en klimaat. Frankrijk is een groot land en de regionale verschillen zijn groot, daar moet je je niet op verkijken. Toen wij in 2011 gingen kijken kregen we vooral bedrijven iets zuidelijker te zien. Daar is het veel droger en daar waren we huiverig voor. Hier zitten we goed.’
Aflossen in 15 jaar
Van de 92 hectare wordt 24 hectare voor de teelt van tarwe benut. Dit wordt verkocht, al houden ze het stro wel zelf. De eigen vleeskuikens zouden de tarwe kunnen benutten, maar die worden via een voercontract gevoerd. Op 13 hectare staat gerst wat nu naar de voerfabriek is gegaan en in brokvorm terugkomt naar het bedrijf. De overige hectares worden voor de teelt snijmais en grasland benut.

In totaal is dus slechts 12 hectare in eigendom. Dat drukt de financieringslasten en maakte starten eenvoudiger. Wat trouwens niet betekent dat elke Franse bank hen met open armen ontving. ‘Bij de derde bank konden we pas tot een akkoord komen. De eerste bank wees ons af omdat ze mindere ervaringen hadden met emigranten die heimwee kregen. Later stonden ze op de stoep met de vraag of ze ons alsnog mochten financieren’, vertelt Pauline. ‘Toen hadden we al een andere bank gevonden en die eerste vriendelijk bedankt’, vertelt ze lachend. Qua financiering hebben ze nog een groot voordeel weten te benutten. ‘Wij kwamen hier in 2022 om de boel op te zetten. Toen lag de rente nog op 1,5% of lager. De leningen staan vast voor 15 jaar en moeten dan ook volledig afbetaald zijn. Dat kan met zo’n rentepercentage ook prima én het geeft duidelijkheid’, zegt Jeffrey.
‘Frankrijk kent geen AOW, je hele pensioen moet jezelf opbouwen’
Meer grond in eigendom krijgen is nog niet zo eenvoudig. Aan de prijs hoeft het niet te liggen. Onlangs konden Jeffrey en Pauline 2,3 hectare kopen waarvoor ze in totaal € 19.000 betaalden. Zo’n € 8.000 per hectare dus. Een schijntje vergelijkbaar met Nederland. De uitdaging zit er in dat alle grondaankoop in Frankrijk gaat via de Safer. Dit is een grondbank die toewijst wie er recht heeft op koop van de grond als er meerdere gegadigden zijn. En zelfs als je de enige gegadigde bent, moet het langs die commissie en moet het je gegund worden.
Blog en video van Pauline
Pauline Brode deelt op haar social media kanalen regelmatig over ervaringen en werkzaamheden op hun bedrijf. Voor Melk van het Noorden schreef zij daarnaast recent een blog en maakte ze een korte video, over het effect van de droogte en vooral de enorme warmte op hun bedrijf in Bretagne. Vind die hier op
www.melkvanhetnoorden.nl.
Wie wil uitbreiden moet daarnaast nog in gesprek met zijn zuivelfabriek omdat in Frankrijk gewerkt wordt met fabrieksquotums. De melkfabriek geeft certificaten uit naar rato dat ze melk kunnen ontvangen. ‘Voor dat laatste verwachten we geen beperkingen mochten we willen uitbreiden’, vertelt Jeffrey. ‘We melken hier nu vier jaar en steeds substantieel meer dan waar we certificaten voor hebben. Daarover praten we dan even en dan is dat goed. De melkfabriek kan de extra melk momenteel prima benutten. Ook hier heb je namelijk met stoppers te maken en met een droge zomer als deze komt de productie ook weer onder druk te staan.’
Uitbreiden is een dilemma
Een eventuele uitbreiding in het aantal koeien is iets wat het jonge ondernemerspaar bezig houdt. Na de eerste vier jaar hebben ze de voeten goed onder het gat en ziet vooral Jeffrey wel kansen in het uitbreiden van de veestapel. Hij voert dan in de buurt ook de nodige gesprekken met mensen die grond in eigendom hebben om te polsen of zij wellicht tot een deal kunnen komen.

Pauline twijfelt open en eerlijk of uitbreiding een goede stap is: ‘Wij zijn hier gekomen om te doen wat we leuk vinden en goed kunnen. Jeff mest de kuikens af, maakt rantsoenen voor de koeien en jongvee, bekapt alle koeien. Ik hou me vooral bezig met de koeien, 2x daags melken, de reproductie van de koeien en het verzorgen van de kalveren. Onze medewerker Sylvain doet al het landwerk. Met de schaal die we nu hebben, hebben we dat goed in de macht en rendeert het ook. En met dit aantal koeien is zelf melken nog leuk, maar als we gaan groeien denken we toch aan robots. En is het dan financieel nog aantrekkelijk?’

Of de uitbreiding er komt en in welk tempo is dus nu nog niet helemaal duidelijk. Jeffrey licht toe dat zijn drijfveren hiertoe ook te maken hebben met het fiscale systeem dat in Frankrijk iets anders werkt dan in Denemarken en Nederland. ‘Frankrijk kent geen AOW. Dat betekent dat je zelf pensioen op moet bouwen. Dat gaat hier via een soort van belastingdienst. Daaraan betaal je dus niet alleen belasting, maar ook substantieel meer om pensioen op te bouwen. Op zich een mooi systeem waar ik achter sta. Maar ook als het goed gaat, levert het vanaf je 63ste – dat is hier nu nog de pensioengerechtigde leeftijd – maximaal tot zo’n € 1.200 per maand op. Geen vetpot en daarom is meer land onder het bedrijf, om daarin ook een soort ‘pensioen’ op te bouwen, denk ik een goede strategie. Hoewel de grond hier niet al te duur is, als je die dus kunt krijgen, is het nog steeds niet gratis. Meer omzet uit meer koeien melken maakt het terugverdienen van de investering waarschijnlijke eenvoudiger.’
Kwaliteit van leven
Pauline begrijpt haar man wel. ‘Het komt waarschijnlijk ook door het Nederlandse bloed: altijd kansen willen benutten.’ Zij ziet dat het onder de Fransen zelf vaak een tandje langzamer gaat en dat dat ook z’n voordelen heeft. ‘Hier moet je ook hard werken en je best doen. Maar er wordt ook tijd vrij gemaakt voor het gezin en er is een leven naast de boerderij. Dat ligt ons goed en geeft ook kwaliteit van leven; dat wil ik graag behouden.’
Als voorbeeld noemt de ze de maisoogst die in circa twee weken tijd plaatsvindt samen met verschillende boeren uit de buurt. Lange dagen gaan ook Jeffrey of medewerker Silvain mee maisrijden bij de buren. Dit gaat gepaard met tussen de middag uitgebreid eten én drinken. Lang niet elke emigrant kan wennen aan deze manier van werken, maar Jeffrey en Pauline hebben het omarmd. ‘Het is supergezellig en aan die drankjes overdag wen je toch ook een soort van’, zegt Jeffrey met een big smile.
‘Het gevoel van saamhorigheid is enorm en het helpt ons enorm bij het integreren in deze regio’, vult Pauline aan. Jeffrey knikt en zegt: ‘Een Nederlandse melkveehouder die ons bezocht reageerde op dit verhaal met te zeggen dat hij in die twee uren tussen de middag schaften en drinken toch makkelijk nog enkele hectares aan de bult had kunnen rijden. Waarop ik zei dat hij vast en zeker gelijk heeft, maar dat dat ook bewijst dat hij met die houding niet geschikt is om in Frankrijk te boeren.’
(Dit artikel verscheen ook in magazine Agrarische Schouw dat vanaf 15-09-2026 onder melkveehouders in het noordelijke deel van Nederland is verspreid.)





























