Bij Rischenhof Milch houden ze van groeien en alles wat daar bij komt kijken. ‘Groei zit in het DNA van dit bedrijf’, zegt bedrijfsleider Marik Peters. Samen met eigenaar Claus Christian Luerβen heeft hij de leiding over een transitie die de komende twee jaar moet leiden tot een groei van 14 naar 26 miljoen kilo meetmelk. En dat met 27 melkrobots.
Wie op de hoofdlocatie van Rischenhof Milch in Uthlede rondloopt, komt bijna ogen en oren te kort. Op verschillende plekken werken timmerlieden en installateurs aan het aanpassen van de gebouwen en in de tussentijd gaat natuurlijk alle werk rond de koeien gewoon door. Van die koeien telt deze hoofdlocatie nu ruim 800 in totaal. Op een tweede locatie in Stotel wordt doorgegroeid naar ruim 600 koeien. In de loop van 2027 moeten er dan ruim 1.550 melkkoeien in lactatie zijn die in totaal door 27 melkrobots worden gemolken. Het doel is een productie van 26 miljoen kilo meetmelk.

Het betekent gemiddeld 60 koeien per robot en een productie die op 48 kilo meetmelk gemiddeld moet liggen. Dat is ambitieus, erkent Peters. ‘De productie ligt nu op 41,5 kilo melk met 4,25% vet en 3,42% eiwit. Dat doen we met een snel groeiende veestapel en dus zo’n 50% vaarzen. Bovendien zijn we net overgegaan van melken met een carrousel naar melkrobots. Deze transitie neemt wat tijd van de koeien, maar zeker ook van ons allemaal. Ik ben positief gestemd hoe we die eerste periode zijn doorgekomen, maar ik wil er vooral mee zeggen dat er nog wel wat rek in zit.’
Groei zit in het DNA
Rischenhof Milch kent zijn oorsprong in 1985 toen Claus Luerβen Sr. het bedrijf overnam. In 2008 kon hij het bedrijf verplaatsen naar buiten de dorpskern en het daar doorontwikkelen. Afgelopen jaar kreeg zijn zoon – die in 2022 het bedrijf heeft overgenomen – de kans een andere locatie over te nemen waar ook meteen gemolken kan worden. Bij deze overname waren ook enkele honderden hectares land inbegrepen, wat de weg vrij maakte voor verdere groei.
‘Minder mastitisgevallen helpt ons echt’
Groei is niet heilig, maar het zit in het DNA van de eigenaren en van dit bedrijf. En Claus Jr. gelooft ook oprecht in de kansen voor melkveehouderij. ‘Nu is de melkprijs even matig, maar die trekt vast weer aan. Alles wijst erop dat er vraag blijft naar het product melk dat wij steeds efficiënter produceren’, zegt Peters (25) die na zijn universitaire opleiding nu de leiding heeft over het melkveehouderijgedeelte en het begeleiden van de transitie naar schaalvergroting, in combinatie met robotmelken op twee locaties. ‘We benutten door een nauwe samenwerking met collega’s nu 900 hectare – 500 ha mais, 200 ha gras en 200 ha graan – bij dit bedrijf en dat helpt om een heel eind zelfvoorzienend in ruwvoer te zijn. Natuurlijk is het niet voldoende om al onze mest te plaatsen binnen de normen, maar dat is hier niet zo’n issue. Er is voldoende vraag naar en het kost ons maar tussen de € 2 en € 10 per kuub om de drijfmest af te zetten, afhankelijk van het seizoen.’
Overschakelen op melkrobots
De laatste zeventien jaar werd driemaal daags gemolken in een 50-stands carroussel. Afgelopen jaar zijn 21 melkrobots geïnstalleerd en inmiddels staan er 25 verdeeld over beide bedrijven. Later dit jaar komen de laatste twee op hun plek. Peters stelt dat de carrousel aan vervanging toe was en dat ze goed hebben nagedacht over al dan niet switchen naar automatisch melken. De blik op de toekomst gaf daarin de doorslag. ‘Wij willen dat de koe centraal staat. Met melkrobots, waarbij ze een vrij ritme hebben, is dat nog beter te verwezenlijken dan met een melkstal. En daarbij komt dat we nu 3×4 uren molken en dat dat arbeidsplaatje steeds lastiger in te vullen is. Medewerkers hebben het liefste een volledige shift van zo’n 8 uren werken per dag. Dat kunnen wij voor de meesten niet bieden. Onze inschatting is dat dat alleen nog maar lastiger wordt. Door de inzet op automatisering, hopen we ook naar te toekomst toe een uitdagende werkgever te blijven’, licht Peters toe. In in totaal werkt hij met een team van 30 mensen, waarbij een aantal uit Tanzania en uit Oost-Europa.

Op de hoofdlocatie staat één melkrobot er vrij dunbevolkt bij, met maar twintig koeien in de groep. Deze is specifiek bedoeld voor net afgekalfde koeien en specifieke probleemkoeien. Twee andere melkrobots zijn bedoeld voor de eerste paar weken in lactatie en zullen gezamenlijk maximaal zo’n 80 koeien melken. ‘Die robots kunnen duur lijken, maar op deze wijze helpen ze ons juist om de andere melkrobots optimaal te benutten. Bijna al het werk concentreert zich rond het afkalven, daarom investeren we bewust in specifieke robotcapaciteit op deze plekken. Om die reden laten we bijvoorbeeld ook alle dieren op deze locaties afkalven. De vaarzen vertrekken vervolgens na drie weken naar onze andere locatie en komen in de droogstand terug. Op de andere locatie melken we vaarzen en alle koeien die we bewust gust houden. Op die manier kan het team van herdmanagers zich ook op deze plek concentreren.’
Snijmaisgift verlaagd
Deze indeling is onderdeel van de inzet op efficiëntie en optimaal resultaat. Iets waar Luerβen en Peters continu naar op zoek zijn. Dit leidt ook tot een zeer nauwlettende monitoring van de voeropname, in samenwerking met dierenartsenpraktijk Agroprax, die tevens als adviseur voor het bedrijf optreedt. Door frequente bemonstering kan het kuilvoer in nauw overleg op elk moment worden aangepast om optimale omstandigheden voor de dieren te garanderen. ‘Door de overschakeling op robotmelken moesten we overschakelen van een volledig TMR- naar een gedeeltelijk TMR-rantsoen. Het resulteerde onder andere in aanpassing van het rantsoen, waarbij het aandeel zetmeel in het basisrantsoen iets werd verlaagd. ‘We hebben de snijmaisgift iets terug geschroefd en voeren iets meer zetmeel via de brok in de melkrobots. Het vergt nog iets meer finetuning, maar we zijn al een eind op de goede weg.’
Vlas-kalk strooisel in boxen
Peters geeft toe in zijn hart een fan te zijn van zand in de boxen. Maar de biogasinstallatie maakt dat die keuze voor hen uit den boze is op de hoofdlocatie. Om die reden werken ze met een kalk-vlas mengsel van Berg Agri uit Nederland (zie kader). Tot drie jaar geleden gebruikten ze gescheiden mest, wat ze zelf mengden met stro en kalk. ‘Dat kostte extra arbeid en het resultaat was ons ook niet altijd naar de zin. Elke boer wil gezonde, probleemloze koeien, maar bij onze schaal is dat echt essentieel en maakt het enorm verschil of je meer of minder mastitisgevallen hebt.’

Peters vertelt dat het aantal mastitisgevallen eerder op 2,5% gemiddeld lag. Nu ligt dat al ruim twee jaar niet boven de 1,5%. ‘Het celgetal daalde ook iets en ligt nu vrij stabiel tussen de 150 en de 170, maar het verminderen van het aantal mastitisgevallen helpt ons echt.’
De bedrijfsleider stelt dat het strooisel niet goedkoop is in de aanschaf, maar zich duidelijk terugbetaalt. ‘De koeien gaan er graag in liggen, bij het opstaan blijft het materiaal goed liggen. De uitdaging zit hem alleen nog in het vullen van de boxen. Dat deden we drie keer per week, maar sinds de melkrobots tweemaal per week. Het is zoeken tussen wat het beste is voor de boxvulling en het arbeidsplaatje, in combinatie met zo weinig mogelijk stress voor de dieren. Ik stuur op basis van data en ben benieuwd naar de frequentie van liggen en opstaan op de eerste dag na instrooien in vergelijking met de derde dag. En hoe dat zich weer vertaalt in melkgift. Hopelijk verzamelen we de komende jaren dat soort data en kunnen we daar dan nog beter op sturen.’ De boxen worden gevuld met een shovel en dat kost een half uur per groep van zo’n 180 koeien. ‘In de nabije toekomst hoop ik op automatische instrooimachines die dit materiaal goed in de boxen kunnen krijgen.’
‘Door automatisering blijven we een interessante werkgever’
Rekenen met IOFC
Om risico’s te spreiden, wordt de melk bewust geleverd aan twee verschillende melkfabrieken: Rücker en Ammerland. In maart dit jaar betaalden die respectievelijk € 35 en € 38 per 100 kilo melk. ‘Dat is waarschijnlijk niet genoeg om alle kosten te dekken. Het omslagpunt schat ik in rond de € 38 per 100 kilo melk’, zegt Peters. ‘Eerder had ik je dat cijfer exact kunnen geven, maar met de vele grotere en kleinere investeringen het laatste jaar is het onmogelijk het exacte break-even-point goed te berekenen. Daarbij komt dat wij vooral rekenen met IOFC (Income Over Feed Costs) en daarop sturen. Dat inkomen ten opzichte van de voerkosten lag in maart op € 8,30 per dag. We berekenen het extra ook dagelijks per groep en trachten bij te sturen waar mogelijk. Efficiëntie en resultaat op basis van data, dat is waar wij naar streven.’
‘Minder mastitisgevallen telt hard door in betere resultaten’
‘Het hangt ook af van de materiaalsamenstelling, maar vaak is tweemaal per week instrooien van een vlas-kalk mengsel optimaal in melkveestallen met melkrobots’, stelt Henry Westerink van Berg Agri. ‘Voor robotbedrijven is het meer dan met bedrijven met een melkstal balanceren tussen wanneer de boxen in te strooien en hoe vaak. Onze ervaring is dat tweemaal per week vaak prima werkt. Het mengsel dat wij vandaag de dag mengen, is ook vrij rul en blijft daarmee meerdere dagen goed in conditie’, zegt Westerink. Hij is onder de indruk van het lage aantal mastitisgevallen bij Rischenhof Milch. ‘Gemiddeld krijgt op melkveebedrijven in Nederland 25% van de koeien jaarlijks klinische mastitis. Veel meer dus dan bijvoorbeeld op dit bedrijf, maar veel boeren ervaren het niet echt als een probleem. Dat is een vorm van bedrijfsblindheid. Het management op dit bedrijf stuurt echt op data. Als je goede resultaten wilt behalen – zeker op bedrijven met honderden koeien of zelfs meer – is dat essentieel.’

































