Wie denkt dat de regels in Nederland streng zijn, moet eens een kijkje nemen in Denemarken. Daar krijgen boeren de komende tien jaar een serie maatregelen voor de kiezen die er niet om liegen. Het is de uitkomst van een groot landbouwakkoord dat de regering heeft gesloten met boeren- en natuurorganisaties. Wat in Nederland maar niet wil lukken, lukte in Denemarken wel: samen een plan maken en daar op gaan koersen.
‘Heel eerlijk? Toen ik hier vier jaar geleden begon, was ik wel iets positiever gestemd dan dat ik nu ben’, zegt melkveehouder Emiel Broeders. Het ingrijpende Deense landbouwakkoord (zie kader) baart hem zorgen. Hij was een half jaar toen zijn ouders Jac en Jeanette in 1992 uit Rutten naar Denemarken verhuisden. In Rødekro, het zuiden van Jutland, begonnen ze met 80 koeien, 500.000 kilogram melkquotum en 52 hectare land. Nu melken ze ruim 1.500 koeien op twee locaties met in totaal 1.400 hectare gebruiksland, waarvan 1000 hectare in eigendom. Jongvee en slachtkalveren lopen op twee andere locaties. Geen van de vier kinderen wilde boer worden, totdat Emiel vier jaar geleden het licht zag. ‘Ik ben afgestudeerd als elektronica-ingenieur, maar kwam tot het inzicht dat ik liever voedsel dan iPhones produceer. Dus ik ben zonder landbouwopleiding ingestapt en heb me de kennis van een boerenbedrijf eigen gemaakt door veel en domme vragen te stellen.’
‘Boeren leveren geen stemmen meer op en dus gaat politiek z’n eigen gang’
Ingekleurde stikstofkaartjes
Emiel heeft medio 2026 de leiding over één melkveebedrijf en het jongveebedrijf, zijn vader over het tweede melkveebedrijf en het bedrijf met slachtkalveren. Op de vier locaties zijn 23 medewerkers actief. Vorig jaar werd er door de hoge melkprijs goed geld verdiend, dit jaar is dat beduidend minder, al zit het bedrijf nog ruimschoots boven break-even. Daar zit niet de grootste zorg van Emiel. Ingekleurde stikstofkaartjes – waar kennen we dat ook al weer van – hebben vanaf 2027 tot gevolg dat er op ruwweg de helft van zijn land nagenoeg geen stikstof meer mag worden toegediend. Elk perceel heeft een kleurtje gekregen en het kleurtje zegt iets over de uitspoelinggevoeligheid van de grond. Die kennis wordt gecombineerd met de uitspoelinggevoeligheid van gewassen en het tijdstip van oogsten. Dat alles samen bepaalt de bemestingsruimte op het melkveebedrijf. Dit leidt vanaf volgend jaar tot ingrijpende wijzigingen in het bouwplan, waarbij de teelt van gewassen als mais en CCM zwaar onder druk komt te staan. ‘Dus iedereen probeert nu veel mais te verbouwen, om een beetje buffer op te bouwen voor komend jaar.’
Verbod op bestrijdingsmiddelen
De methodes en berekeningen waarop de ingekleurde kaartjes zijn gemaakt, leidt bij Deense melkveehouders tot veel onbegrip. Ook dat moet Nederlandse collega’s bekend in de oren klinken. Net als de Deense discussie rondom bestrijdingsmiddelen. ‘Er zijn in maart verkiezingen geweest en zoals het er nu uitziet mogen we op heel veel plekken niet meer spuiten, dit om het drinkwater beter te beschermen’, vertelt Emiel. Het plan om 140.000 hectare landbouwgrond in Denemarken uit productie te halen en om te zetten in bos en natuur, zal de grondprijzen verder omhoog drijven, verwacht hij. Die prijs ligt in deze regio nu rond de € 35.000 per hectare. Ondertussen ligt ook de varkenshouderij onder vuur. ‘Deze verkiezingen is er veel focus geweest op varkensbedrijven, waarbij er erg wordt gehamerd op dierwelzijn. Sommige partijen die veel stemmen hebben gekregen, willen de varkensstapel het liefst halveren.’

Dat zijn melkveebedrijf vanaf 2030 CO₂-belasting moet gaan betalen, vindt hij het ergste niet. ‘Daar kun je je met managementmaatregelen redelijk tegen wapenen.’ Hij noemt het gebruik van Bovaer, als toevoeging aan veevoer om de methaanuitstoot te verminderen. In 2025 ontstond veel ophef nadat Deense koeien gezondheidsproblemen kregen na gebruik. Er werden klachten genoemd zoals verminderde melkproductie, diarree, vruchtbaarheidsproblemen en in enkele gevallen sterfte. Tegelijk zeggen toezichthouders en wetenschappelijke instanties dat er geen hard bewijs is dat Bovaer de directe oorzaak is van die problemen. Emiel voert z’n koeien Bovaer sinds augustus 2025. De kosten hiervan worden gedragen door de staat en zijn zuivelcoöperatie Arla. Hij ondervindt geen problemen. ‘Je ziet wel langzaam een effect: iets minder voeropname en iets minder melk. Maar de voerefficiëntie wordt aanwijsbaar beter.’ Toch zou hij het middel liever niet gebruiken. ‘Ik moet nu iets chemisch in mijn koeien stoppen, terwijl ik vind dat methaan z’n eigen cyclus heeft en daarom geen probleem is. Maar we kunnen van alles vinden, de eisen blijven en de samenleving gaat niet van mening veranderen. Dus ja, je moet iets.’
Kan de landbouw in Denemarken dan helemaal geen krachtige vuist maken tegen de klimaatmaatregelen en ‘de grootste verandering in landschap in 100 jaar’? ‘Die tijd is voorbij’, schudt Emiel het hoofd. ‘Natuurlijk proberen we met feiten en reële getallen te komen, om uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit. En dat eten produceren superbelangrijk is. Jarenlang hielp dat, maar we moeten nu gewoon inzien dat we als landbouwsector in omvang te klein zijn geworden. Politici hebben geen enkele reden meer om naar boeren te luisteren, want dat levert geen stemmen op. Waarom zouden ze nog naar ons luisteren? We kunnen alleen maar hopen dat het niet te hard gaat met deze maatregelen, dat we tijd krijgen om te veranderen.’
Hoe het Deense landbouwakkoord eruit ziet
In Denemarken wordt de komende 20 jaar 15% van alle landbouwgrond omgezet in natuur en bos. De Deense regering trekt ruim € 5,7 miljard voor het opkopen van al die grond. Ook moeten boeren de stikstofuitstoot vergaand gaan terugdringen en gaan ze een CO₂-heffing betalen. Volgens de Deense regering leidt het akkoord tot de grootste verandering van het landschap in 100 jaar. Er staat in dat de landbouw de stikstofuitstoot al in 2027 moet verminderen met bijna 14.000 ton, een kwart minder dan wanneer er geen maatregelen zouden worden genomen. De CO₂-heffing voor boeren is een wereldprimeur. Dit is de belasting op methaanuitstoot van vee, die CO₂-belasting wordt genoemd omdat de uitstoot wordt omgerekend naar eenheden CO₂. Vanaf 2030 betalen boeren iets meer dan € 16 per ton CO₂-equivalent. In 2035 gaat het bedrag omhoog naar ruim € 40. Met de maatregelen wil Denemarken de klimaatdoelstellingen halen en de kwaliteit van de natuur en het water verbeteren. In Denemarken ligt de focus van het stikstofbeleid fundamenteel anders dan in Nederland. Waar Nederland zich vooral richt op stikstofneerslag in kwetsbare natuur, draait het in Denemarken om uitspoeling van meststoffen naar oppervlaktewater en kustzeeën. Mede hierdoor kampen kustwateren met zuurstoftekort en algenbloei. Deze vervuiling is zichtbaar en maakt de acceptatie voor maatregelen gemakkelijker. Daarnaast is het kraanwater in Denemarken grotendeels afkomstig uit grondwater. De regering wil daar met deze maatregelen extra bescherming op zetten. Per regio zijn bindende plannen gemaakt voor forse reductie van broeikasgasemissies en nitraatuitspoeling, onder andere via veestapelreductie, herstel van veengebieden en duurzaam mest- en bodembeheer. Alle 23 regio’s in Denemarken hebben een concreet, wettelijk verankerd gebiedsplan met financiering en monitoring aangeleverd. Nu komt het aan op de uitvoering.
Verzorgingsstaat vangt boer op
De Nederlander Gerard Jan Coenen woont al 43 jaar in Denemarken. Hij is economisch bedrijfsadviseur in de melkveesector en citeert een Duitse filosoof: ‘Als de wereld vergaat, emigreer ik naar Denemarken, want daar gebeurt alles 20 jaar later.’ Coenen wil er maar mee zeggen dat de Deense boeren heus wel tijd krijgen om zich aan te passen. ‘Denemarken is een echte verzorgingsstaat die goed zorgt voor haar inwoners en voortdurend kijkt of eisen realistisch zijn.’ Daardoor zal er ruimte zijn voor compensatie voor harde maatregelen, financieel dan wel in de vorm van grond. Maar hoe het er precies uit komt te zien, weet nu nog niemand.’ Coenen reageert nuchter op de voor boeren harde groene koers in Denemarken. ‘Dit is ook gaande in landen als Duitsland en Nederland.’
Kan Nederland van Denemarken leren?
Terwijl Nederland al jaren vastzit in een moeras van stikstofregels, rechtszaken en uitgestelde plannen, heeft Denemarken iets voor elkaar gekregen wat hier nog ondenkbaar lijkt: boeren, natuur- en milieuorganisaties en de overheid aan één tafel krijgen, met als resultaat een landbouwakkoord dat de koers van het land ingrijpend verandert. Waarom slaagde het landbouwakkoord bij de Denen wel en in Nederland niet? ‘Denen zijn collectiever en gemeenschappelijker ingesteld dan Nederlanders. Ze houden rekening met elkaar en zijn terughoudend om hun eigen wil door te drijven als dat nodig is’, denkt Martin Scholten – strateeg, wetenschapper en verbonden aan onder andere Aarhus University. Hij is daardoor veel in Denemarken. Het betekent volgens hem ook dat polarisering veel minder voorkomt in Denemarken en dat onderlinge verschillen dus niet zo groot zijn, stelt hij in een artikel op www.imagro.nl. ‘Dat maakt het makkelijker om tot een vergelijk te komen. ‘Wij Nederlanders zijn vrijer, eigengereider, uitgesprokener en individualistischer. Dat leidt sneller tot botsingen en polarisatie.’ Scholten noemt ook de politieke arena. ‘In Denemarken vormen vier middenpartijen steevast de stabiele kern van het regeringsbeleid. Ze zoeken actief verbinding en houden rekening met de belangen van de oppositie, in plaats van te vervallen in onenigheid van het polariserende debat.’ Wat ook scheelt is dat de landbouwbelangenbehartiging een stuk minder versnipperd is. Verder kijkt Denemarken volgens hem praktischer naar vraagstukken, waar Nederland worstelt met ingewikkelde wettelijke kaders en wiskundig modellen. ‘We blijven hier hangen in regels, terwijl we weten dat het anders kan. Een gezamenlijk gedragen routekaart met een pact op doelen in plaats van regels zou geweldig helpen.’ Uiteraard scheelt het ook dat Denemarken een stuk minder dichtbevolkt is dan Nederland. Boeren hebben meer grond ter beschikking en gebiedsprocessen lopen daardoor gemakkelijker. Roel Jongeneel van Wageningen University & Research (WUR) noemde onlangs in tv-programma Op1 de CO₂-belasting als belangrijke sleutel. ‘In Nederland blijven we maar discussiëren, terwijl bijvoorbeeld zo’n concrete heffing boeren veel meer motiveert om te vernieuwen.’ Wat volgens hem ook helpt: ‘De vervuiling in Denemarken is heel zichtbaar door de verstikkende algengroei, met dode fjorden tot gevolg. Iedereen voelt de urgentie. In Nederland is de vervuiling van de natuur minder zichtbaar.’
De grote winst vindt hij dat de landbouw gewoon meedoet en meepraat in de landbouwhervorming. ‘Vroeger was het zo: de Deense regering en natuurvereniging maakten plannetjes en dan moesten de boeren er maar aan voldoen. En nu heeft de landbouw in elk geval de mogelijkheid om mee te praten.’ Hij noemt het ook winst dat de CO₂-heffing niet naar de staatskas gaat. ‘Die wordt gebruikt voor het innoveren van de veehouderij.’ Verder wijst hij erop dat het akkoord zo is ingericht dat boeren de CO₂-belasting kunnen ontwijken als ze klimaatvriendelijke technologieën toepassen. ‘Boeren kunnen aan meerdere knoppen draaien om de uitstoot terug te dringen, dat geeft autonomie en perspectief.’
‘Wat in Denemarken gebeurt, is ook gaande in Duitsland en Nederland’
Toekomst rooskleurig: eten blijft nodig
Het slotakkoord is voor de melkveehouder, Emiel Broeders. Hoe acteert hij bedrijfseconomisch op het Deense landbouwakkoord? ‘Het plan was om onze versleten melkstal uit 2004 te vervangen. Maar je wordt voorzichtiger, met al die regels die er aankomen. En selectiever. We hebben nu geïnvesteerd in zandwasser, met het idee dat dan alle mest naar de vergister kan. Dat scheelt ons over vier jaar een bak aan CO₂-belasting. Dus je gaat nu meer investeren in dingen waar je aardig zeker van weet dat het je zal helpen in de toekomst.’ Hij wijst verder op de flexibiliteit van de koe. ‘Je kan koeien met veel gewasssen voeren. Als we niet meer mogen spuiten, vervangen we graan door gras. Dan produceren we minder melk, maar besparen we ook kosten.’ Of hij over 20 jaar nog melkveehouder is? Hij denkt van wel. ‘De komende tien jaar worden minder leuk, we zullen best veel moeten veranderen in de bedrijfsvoering. Maar de reden dat ik uiteindelijk toch positief ben, is dat mensen eten nodig hebben. Ik ben boer geworden omdat ik het belangrijk vind dat er eten wordt geproduceerd. Die omslag in denken zie je in Europa ook een klein beetje komen. De boer die de komende tien jaar overleeft, heeft het daarna heel goed. Dat is mijn overtuiging.’


Denemarken in cijfers
Denemarken is in omvang net zo groot als Nederland. Maar in Nederland wonen 18,3 miljoen mensen, terwijl Denemarken 6,3 miljoen inwoners telt. Nederland telt 11.000 melkveebedrijven. In Denemarken zijn dat er ongeveer nog 2.000 melkveehouders met 483.000 koeien. De gemiddelde bedrijfsomvang is 245 koeien, de gemiddelde melkproductie bijna 11.000 kilo per koe. Er wordt op jaarbasis 5,7 miljoen liter geproduceerd. Denemarken verloor in 2022 z’n derogatie en sindsdien mag er maximaal 170 kilogram N op grasland worden uitgereden. Elke veehouder moet voldoende grond hebben om de mest op kwijt te kunnen. De mestafzetkosten in Denemarken liggen tussen de € 3 en € 4 per kuub mest.

































