Ze zijn jong, gedreven én betrokken. Agrarische ondernemers Rianka Laarman, Roel Pieter de Jong en Leon Vonck vertellen vol passie over hun bedrijven en hun toekomstplannen. In tijden van stikstofperikelen en maatschappelijke druk breken ze daarbij maar wat graag een lans voor agrarische jongerenverenigingen. ‘Wij jongeren zitten nu eenmaal anders in de wedstrijd.’

Op initiatief van de redactie van Melk van het Noorden maken Roel Pieter de Jong (25), Rianka Laarman (25) en Leon Vonck (29) op donderdag 21 mei kennis met elkaar in een speciaal belegde Teams-meeting. De jonge ondernemers uit de drie noordelijke provincies Groningen (Leon), Friesland (Roel Pieter) en Drenthe (Rianka) hebben elkaar nog niet eerder ontmoet. Gedurende het gesprek blijkt al snel dat de drie jonge boeren meerdere raakvlakken hebben. Ze hebben ambities om vooruit te boeren en kijken daarbij verder dan hun eigen erf. Roel Pieter, Rianka en Leon zijn betrokken bij verschillende agrarische jongerenverenigingen en organisaties. Niet alleen om mee te kunnen praten en invloed uit te oefenen, maar juist ook vanwege de sociale component. Sparren met andere jonge ondernemers is gezellig, leerzaam én inspirerend, vinden ze.

‘We hebben een prachtig vak en willen als jonge ondernemers vooruit’

‘Twee gelijkwaardige takken’

Roel Pieter heeft in maatschap met zijn vader en zijn oom in Ried een gemengd bedrijf met 180 hectare akkerbouw en 63.000 Beter Leven-vleeskuikens (1 ster). ‘We willen uitbreiden naar 80.000 Beter Leven-vleeskuikens. Het valt in onze gemeente niet mee om de bouw van de overdekte uitloopruimtes (wintergartens, red) vergund te krijgen’, zegt Roel Pieter.

Roel Pieter de Jong: ‘Ik vind het belangrijk om kennis te delen met andere jonge boeren.’

De vleeskuikentak is goed voor hooguit 30% van de benodigde arbeid. Financieel gezien zijn beide takken gelijkwaardig aan elkaar, zo vertelt Roel Pieter. ‘We hebben in 2018 twee nieuwe stallen gebouwd. Die stap is heel goed uitgepakt.’ Recent zag hij samen met zijn vader en zijn oom kans om 50 hectare naastgelegen grond te kopen. ‘Dat was een hele hap, maar het land van de buurman komt maar een keer te koop. Met een goed financieringsplan is het ons gelukt.’

Tien medewerkers

Rianka Laarman heeft met haar ouders en broertje een veelzijdig bedrijf in het Drentse Ruinen. Ze werken toe naar het houden van 85.000 vleeskuikens (Beter Leven 1 ster). Op dit moment zijn ze druk bezig met de bouw van overdekte uitloopruimtes. Familie Laarman heeft daarnaast een poelierszaak aan huis en een boerderijwinkel in het dorp. ‘De poelierszaak en de winkel vragen veel arbeid. We zetten het werk met tien medewerkers rond’, vertelt Rianka. Roel Pieter geeft aan dat hij de kleinschalige boerderijwinkel op het eigen akkerbouw- en pluimveebedrijf misschien ook verder wil uitbreiden. ‘Je bent altijd welkom om eens bij ons te komen kijken’, geeft Rianka aan. Dat is volgens Roel Pieter nog niet zo’n gek idee. 

Boer vindt boer

Leon runt samen met zijn partner Jacobine een bedrijf met 70 melkkoeien op 50 hectare in het Groningse Den Horn. Ze zijn vijf jaar geleden een maatschap aangegaan met een echtpaar zonder opvolging binnen de familie. Sinds twee jaar wonen en werken Leon en Jacobine op de boerderij. ‘Het gaat om een buiten-familiaire bedrijfsopvolging’, zo vertelt Leon. Het NAJK-initiatief Boer zoekt Boer was het vertrekpunt van de bijzondere ondernemersreis die hij samen met Jacobine is aangegaan. ‘Samen delen we een passie voor melkvee’, aldus Leon. Naast het bedrijf werkt hij nog 2,5 dag als CRV-inspecteur. Wanneer Leon vertelt dat zijn vader een vleeskuikenbedrijf runt met 11.000 Beter Leven-vleeskuikens (1 ster) breekt op de gezichten van Roel Pieter en Rianka meteen een glimlach door. Ze zijn zichtbaar verrast dat ook melkveehouder Leon een duidelijke link met pluimvee heeft. ‘Ik kan niet goed tegen stof en heb mede daarom meer met melkvee dan met vleeskuikens. Maar ik heb zeker geen hekel aan pluimvee’, vertelt Leon eerlijk. Roel Pieter en Rianka knikken begrijpend. 

‘AJK verbindt’

Leon is sinds zijn 16e lid van het Agrarisch Jongeren Kontakt (AJK), afdeling Westerkwartier. ‘Ik ben 5 jaar voorzitter geweest van de lokale afdeling. Sinds dit jaar ben ik voorzitter op provinciaal niveau.’ Het AJK-lidmaatschap heeft Leon veel gebracht, vertelt hij. ‘In beginsel draait het vooral om het ontmoeten van leeftijdsgenoten. Tussen je 16e en je 20e zit je op school. Dan staat de gezelligheid voorop. Daarna kom je in een andere levensfase terecht en word je serieuzer. Je treedt toe tot de maatschap of je gaat – net zoals ik – actief op zoek naar een boerderij. Het is heel zinvol om connecties op te doen en te netwerken.’
Rianka is lid van het Drents Agrarisch Jongeren Kontakt (DAJK). Vanwege haar studie in Wageningen en haar baan als beleidsadviseur bij LTO Noord moest ze de afgelopen jaren veelal verstek laten gaan bij bijeenkomsten. Nu ze per 1 juni haar baan heeft opgezegd om thuis aan de slag te gaan, ziet ze kans om de banden met het DAJK weer aan te halen. ‘Ik merk dat Provincie Drenthe geïnteresseerd is in de standpunten van jonge agrarische ondernemers. Via het DAJK kunnen we op laagdrempelige manier in contact komen met provinciale bestuurders.’

Rianka Laarrman: ‘We hebben veel werk van de poelierzaak en de winkel. Maar de vleeskuikentak blijft financieel gezien de belangrijkste tak.’

Roel Pieter herkent zich in de verhalen van zijn gesprekspartners Leon en Rianka. Als voorzitter van AJF De Bouhoeke, de akkerbouwafdeling van de Agrarische Jongeren Friesland, vindt hij het leuk om kennis- en innovatieavonden te organiseren. ‘We zijn zelf bezig met extensivering en druppelirrigatie. Dat willen we graag laten zien. Ik vind het belangrijk om kennis te delen met onze jongere leden. Daarbij merk ik dat jongeren het leuk vinden om elkaar te ontmoeten. Op onze bijeenkomsten heerst een positieve sfeer.’

Laagdrempelig en sfeervol

Bijeenkomsten georganiseerd door en voor agrarische jongeren zijn volgens Leon bij uitstek dé plek voor jonge boeren om elkaar te ontmoeten. ‘Voor jonge agrarische ondernemers zijn er ook weinig alternatieven.’ Hij prijst de agrarische jongerenverenigingen niet alleen vanwege het gezellige en sociale karakter. ‘Op de bijeenkomsten heerst een open sfeer. De drempel om aan te sluiten is laag. Voor jonge boeren is het een mooie plek om hun stem te laten horen en meningen te ventileren. Zonder de aanwezigheid van doorgewinterde boeren én ouders gaat dat toch allemaal net wat makkelijker.’
Ook Roel Pieter merkt dat agrarische jongerenverenigingen bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van ondernemers in de dop. ‘Het is nu eenmaal makkelijker om met leeftijdsgenoten te praten. Maar wanneer jij je bij ons durft uit te spreken dan helpt dat je om je ook in een andere setting te laten horen.’
Leon merkt dat de sfeer tijdens bijeenkomsten van agrarische jongeren over het algemeen een stuk positiever is dan op bijvoorbeeld LTO-ledenavonden. ‘Bij de AJK heeft iedereen zin in de toekomst. Dat hebben we nodig. LTO is er bijvoorbeeld ook voor de stoppende boeren. Die zijn ouder dan wij en zitten anders in de wedstrijd. Wij zijn met heel andere dingen bezig.’

Volop uitdagingen

Jonge agrarische ondernemers staan de komende jaren voor flink wat uitdagingen. Roel Pieter gaat die graag aan. ‘Ik kijk vooral naar de mogelijkheden. Ik merk dat veel jonge boeren er net zo in staan. Het kan echt nog beter. Er zijn bijvoorbeeld verschillende mogelijkheden om minder chemie in te zetten in de akkerbouw. We zijn vooruitstrevend en ondernemend en willen meebewegen, maar met alle uitdagingen is het soms een dun koord waarop we bewegen.’

Leon: ‘Het AJK-lidmaatschap heeft mij veel gebracht. Het is heel zinvol om connecties op te doen en te netwerken.’

Als beleidsmedewerker bij LTO Noord heeft Rianka gemerkt dat sommige boeren erg negatief zijn, onder meer door steeds verder aangescherpte wet- en regelgeving. ‘Er komt heel wat op ons af. Bij LTO zat ik dicht op het vuur. Sommige boeren zijn het vertrouwen in de overheid verloren. Jonge boeren hebben minder last van oud zeer. Toch is het in mijn optiek leerzaam om ook naar de oudere generatie te luisteren. Dat kan echt van meerwaarde zijn.’
Generaties kunnen elkaar versterken, merkt ook Roel Pieter. ‘De laatste jaren houd ik me steeds vaker bezig met de administratie en financiële zaken. Dat vind ik interessante onderdelen van het bedrijf. De jonge ondernemer houdt zich ook bezig het met invullen van de gecombineerde opgave. ‘Dat is soms nog best uitdagend’, erkent hij. Rianka huivert bij de gedachte aan de gecombineerde opgave: ‘Poeh, ik ben soms blij dat wij thuis geen grond hebben.’ 

Bedrijfsovername

Leon en zijn vrouw Jacobine werken toe naar de definitieve bedrijfsovername. Die moet binnen nu en twee jaar gestalte krijgen, zo is de planning. ‘Ik lig er niet wakker van, maar vraag me wel dagelijks af wat de impact is van stikstofreductie op onze bedrijfsvoering. We zetten nu in op optimalisatie van onze bedrijfsvoering. Dat moet de overname een stukje gemakkelijker maken’, vertelt Leon.

‘Jongeren willen elkaar ontmoeten, het inspireert om samen te zijn’

De ondernemersverhalen van Roel Pieter en Rianka over de grondaankoop en de bouw van overdekte uitloopruimtes inspireren hem, vertelt hij. ‘Natuurlijk mopper ik ook weleens. Soms ben je gewoon even negatief. Maar ik vind het mooi om te horen dat jonge ondernemers plannen blijven maken en die ook uitvoeren.’

Niscoö ondersteunt AJK’s

De AJK’s in de noordelijke provincies bloeien de laatste jaren echt op. Ledentallen groeien, de opkomst is bij veel bijeenkomsten goed te noemen en veel jonge boeren spreken met trots over hun lidmaatschap. Eén van de organisaties die dit elan erg veel deugd doet, is kenniscoöperatie Niscoö. Heel bewust ondersteunt Niscoö namelijk activiteiten van de verschillende agrarische jongeren organisaties via hun projecten- en sprekersfonds. En daar blijft het niet bij. ‘Als bestuurslid van Niscoö heb ik ook enkele malen trainingen verzorgd voor jonge boeren binnen de AJK’s over vergadertechnieken en organisatiestructuren’, vertelt voorzitter Gerben Smeenk. Als onafhankelijke kenniscoöperatie zien wij het als één van onze taken om juist ook de jongerenbewegingen te ondersteunen. ‘Daar zit de motivatie en de overtuiging richting de toekomst; die inzet en positiviteit willen wij heel bewust stimuleren’, zegt Smeenk. De afgelopen jaren traden Thomas Pollema, Thea Buseman en Rakesh de Vries toe aan tot het bestuur. Alle drie mensen met een vrij recent actief verleden binnen de AJK’s. ‘Een prachtige kruisbestuiving dat zij hun enthousiasme – opgedaan mede in de jongerenverenigingen – nu binnen Niscoö inzetten.’

Vorig artikel‘Zetmeel van darm- naar pensniveau brengt melk terug’
Volgend artikelRobots geven familie De Jong vrijheid en minder arbeid