Melkveehouders Jan Willem, Everhardus en Jens de Jong in het Drentse Veenhuizen hebben het melken en voeren op hun bedrijf geautomatiseerd met Lely-robots. De ontwikkelingen op het gebied van arbeidsgemak en -flexibiliteit hebben zich de afgelopen 25 jaar in rap tempo opgevolgd en stoppen niet.
In het bosrijke buitengebied van het Drentse Veenhuizen doemt het bijzondere melkveebedrijf van familie De Jong op. De onder architectuur gebouwde woning en de transitiestal met Italiaanse nok springen bij aankomst direct in het oog. Bij de planrealisatie in 2020 is duidelijk rekening gehouden met inpassing in het landschap. ‘Het was een project van de lange adem. Veenhuizen heeft een beschermd dorpsgezicht én is Unesco-werelderfgoed’, vertelt Jan-Willem de Jong (53). Hij runt het bedrijf samen met zijn broer Everhardus (51). Ook Jens (20) – zoon van Jan Willem – behoort tot de maatschap.
Het melkveebedrijf van familie De Jong is in vergaande mate geautomatiseerd. In juli 2006 werd de 2×6-melkstal vervangen voor twee Lely A3-melkrobots. In 2015 werd een derde A3 geplaatst. Sinds 2020 draait ook de Vector-voerrobot op het bedrijf.
De melkveehouders gingen bij de keuze voor de Vector niet over een nacht ijs. ‘Gemengd voeren met een zelfrijder was ook een serieuze optie. De investering daarin kwam echter al in de buurt van de voerrobot. De nieuwe vijzel van de Vector speelde ook mee in onze beslissing om voor automatisch voeren te kiezen. Die maakt het namelijk mogelijk om met meer toeren te mengen.’
‘De ontwikkelingen gaan veel sneller dan ik 25 jaar geleden kon bedenken’
Voor de komst van de Vector draaide de Juno enkele jaren op het bedrijf. Jan Willem de Jong was in eerste instantie erg sceptisch over de toegevoegde waarde van deze robot, die automatisch het voer aanschuift. ‘Maar de Juno is een mooie machine, die de stal heel goed bijhoudt. Daar kan je zelf niet tegen schuiven. Ik was al snel verkocht toen de machine eenmaal liep.’
Eigen slijtage voorkomen
Sinds 2023 draaien er ook drie Discovery-mestrobots op het bedrijf. En begin juni werden de melkrobots op het bedrijf vervangen voor de modernere A5-melkrobots. ‘Ik had nooit gedacht dat de A3-melkrobots het hier 20 jaar vol zouden houden. De robots hebben allebei meer dan 1 miljoen melkbeurten voor hun rekening genomen.’
De keuze voor vergaande automatisering heeft de melkveehouders veel gebracht. Ze zijn niet gebonden aan vaste melktijden en kunnen hun arbeidsuren flexibel indelen. ‘We hadden eerst ook plannen voor een draaimelkstal. Invulling van het arbeidsplaatje was een belangrijke overweging bij de keuze voor de melkrobots’, vertelt Jan Willem. De melkveehouders hebben nooit spijt gehad van hun keuze en zweren zelfs bij de robots. ‘Daardoor ervaren we ook minder slijtage aan onze lichamen’, zegt Jan Willem.
Met de komst van de robots veranderde ook het werkritme op het bedrijf. Voordat Jan Willem de Jong zich ’s ochtends tussen de koeien begeeft, raadpleegt hij eerst het managementprogramma Horizon om te zien hoeveel attentiekoeien er zijn.

Op naar 2 miljoen liter melk
De drie A5’s zijn ingepast in een bestaande stal. Het middelste staldeel dateert van 1971. ‘De stal is de beperkende factor bij het optimaliseren van de resultaten’, zegt Jan Willem. Het klimaat, de indeling en de maatvoering zijn suboptimaal. Met de drie nieuwe A5-robots hopen de melkveehouders de productie desalniettemin verder op te voeren. In 2025 leverden ze met 195 melk- en kalfkoeien in totaal bijna 1,9 miljoen liter melk. ‘Met de nieuwe robots willen we de grens van 2 miljoen liter slechten’, zegt Everhardus. Idealiter willen de ondernemers de nieuwe transitiestal in de toekomst verlengen en verbreden, om de huisvesting van de melkkoeien te optimaliseren.
Exos als interessante optie
Familie De Jong heeft de introductie van de Exos de afgelopen jaren met bovengemiddelde interesse gevolgd. Volgens Anne Meestringa (zie kader) draaien er op dit moment acht Exos-maairobots in het werkgebied van Lely Center Heerenveen.
De investering in de Exos is voor familie De Jong op dit moment niet aan de orde. De melkveehouders moeten eerst investeren in een kavelpad om de komst van de Exos überhaupt mogelijk te maken. Daarnaast vragen ze zich af hoe het zit met de GPS-ontvangst van de autonome machine. ‘We hebben hier veel bomen. Dat bemoeilijkt de ontvangst’, zegt Jens.

De ondernemers doen sinds een paar jaar aan zomerstalvoeren, om het gras nog beter te verwaarden. Voor het creëren van groeitrappen beginnen ze medio april met het voeren van vers gras. Dat trekken ze door tot en met november, met gemiddeld circa 900 kilo drogestof gras per koe per jaar. ‘Met zomerstalvoeren is het goed mogelijk om te besparen op krachtvoer. Dan moet het gras echter niet te lang worden of warm worden in de voerkeuken’, zegt Jan Willem. De melkveehouders lossen het verse gras in de voerkeuken, waarna de Vector ermee aan de haal gaat. ‘Nu de temperaturen oplopen, vraagt dit doorlopend aandacht’, vertelt opvolger Jens.
De melkveehouders kijken kritisch naar de juiste afstemming van eiwit en energie. De afgelopen tien jaar is het ureum van 22 naar 16 gegaan. Het ruw eiwitgehalte in het rantsoen daalde van 169 naar 154 gram per kVEM. De inzet van voederbieten helpt daarbij. De Vector mengt circa 400 kilo drogestof aan voederbieten per koe per jaar door het rantsoen, tussen medio september en april.
Hoewel de melkveehouders de afgelopen jaren volop hebben ingezet op automatisering, willen ze niet ten koste van alles robotiseren. Bij het voeren van de kalfjes zijn ze juist teruggegaan van een drinkautomaat naar een melktaxi, om strakker op de diergezondheid te zitten.

25 jaar Lely Center Heerenveen
Lely Center Heerenveen viert op 20 juni haar 25-jarig jubileum. Volgens vestigingsmanager Anne Meestringa is het bedrijf van familie De Jong in Veenhuizen een van de voorlopers op het gebied van vergaande stalautomatisering geweest in de afgelopen 25 jaar. Met de opkomst van innovatieve stalsystemen, zoals bij De Jong, heeft Lely Center Heerenveen in die 25 jaar een flinke groei doorgemaakt. Meestringa: ‘Toen ik begon waren we met z’n elven. Nu hebben we hier bijna 100 medewerkers rondlopen. Melkveehouders kunnen zelf kiezen wat ze willen automatiseren. Robots maken het arbeidsplaatje flexibeler. Dat biedt meer ruimte voor het gezin en sociale activiteiten. Onze wereld is daarbij veel dynamischer geworden. We zorgen 365 dagen per jaar en 24/7 voor ondersteuning.’
Volgens Meestringa is het voor Lely en zijn medewerkers daarbij een voordeel geweest dat het bedrijf vroeger geen melkstallen heeft verkocht. ‘In tegenstelling tot andere bedrijven hoefden we wat dat betreft geen omslag te maken.’ Het Horizon managementprogramma helpt melkveehouders als De Jong om de juiste dingen te doen, stelt Meestringa. Hij voorziet dat data alsmaar belangrijker worden op melkveebedrijven. ‘Data spelen een steeds grotere rol. Ze helpen de boer vooruit. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Dat had ik 25 jaar geleden nooit kunnen bedenken.’ En die ontwikkelingen stoppen niet. Meestringa heeft bijvoorbeeld hoge verwachtingen van Zeta, het innovatieve camerasysteem waarmee het afkalfproces wordt gevolgd en voorspeld. ‘En we zien een toenemende belangstelling voor onze voerrobot Vector. Hiervan draaien er nu 53 in ons gebied.’ Dit gebied behelst melkveebedrijven in Groningen, Friesland en een deel van Drenthe.

































