Melkveefamilies Van der Zijl en Jorritsma voegden hun bedrijven samen en bouwden in het Friese Haskerhorne een fraaie nieuwe stal. Deze biedt plaats aan circa 400 melk- en kalfkoeien. De dieren worden op automatische wijze gemolken, door 7 VMS V300 DeLaval-robots.
Familie Van der Zijl boert sinds 1926 op De Koaipleats in Haskerhorne. Op 27 mei werd met een grote open dag stilgestaan bij dit heuglijke eeuwfeest, waar de ondernemers met recht trots op zijn. De ruim 2.500 bezoekers maakten graag van de gelegenheid gebruik om de nieuwe stal te bezichtigen. ‘We hebben een plezierige dag gehad. Iedereen was enthousiast’, blikt Jacob van der Zijl terug.

De nieuwe stal is gebouwd door de families Van der Zijl en Jorritsma. Zij hebben hun bedrijven samengevoegd en gaan verder op de gunstigere locatie van Van der Zijl. Melkveehouder Rommert Jorritsma nam afscheid van zijn bedrijf in Boijl en trok naar de locatie van zijn schoonfamilie. Daar vormt hij een maatschap met zijn vrouw Anneke, schoonouders Jacob en Elisa en zwager Broer.
In Boijl runden Rommert en Anneke een bedrijf met 140 melk- en kalfkoeien en bijbehorend jongvee op 60 hectare. Ze werkten er nauw samen met een akkerbouwer. ‘Maar we zaten er op 900 meter afstand van een natuurgebied. Dat zagen wij als mogelijke belemmering voor de toekomst’, vertelt Rommert. De fusieplannen van de melkveehouders werden in 2020 gesmeed en kregen de afgelopen jaren vorm. Na een intensief oriëntatie- en vergunningentraject werd eind 2024 een begin gemaakt met de bouw van de nieuwe ligboxenstal.
Waardevol traject
De melkveehouders hebben weloverwogen de handen ineengeslagen. Ze gingen daarbij niet bepaald over een nacht ijs. Ze volgden een waardevol coachingstraject om hun verschillende persoonlijkheden te analyseren. ‘We weten van elkaar hoe we in de wedstrijd zitten. Als ondernemers moeten we naar elkaar toe groeien. Het is geven en nemen. We hebben een koers uitgestippeld. Daarbij laten we ons niet te veel leiden door emoties. We blijven rekenen’, vertelt Rommert.

De koeien in Haskerhorne werden tot vorig jaar gemolken in een 4×6 ruit-melkstal. In Boijl waren de dieren gewend aan een rapid exit-melkstal. Ook in de nieuwe stal was aanvankelijk een melkstal ingetekend. De 50-stands draaimelkstal (buitenmelker) kwam er echter toch niet. Met het oog op de toekomst en het vermijden van dagelijks terugkerende fysieke arbeid, werd alsnog gekozen voor robotmelken.
Stal met open karakter
De imposante stal is 125 meter lang en aan de voorzijde 55 meter breed. Bij het betreden van de nieuwe stal vallen meteen een paar dingen op. Het bouwwerk heeft een open karakter. De melkveehouders hebben duidelijk ingezet op een aangenaam stalklimaat. Ze hebben daarbij gekozen voor een bijzondere dakconstructie, die in Nederland niet veel voorkomt. Via de open nok (4 meter breed)gaat veel frisse lucht door de stal. Het verlaagde plafond onder de open nok voorkomt dat de voergang nat wordt.
De melkveehouders hebben niet beknibbeld op dierenwelzijn en arbeidsgemak. Ze hebben niet minder dan 33 ventilatoren opgehangen om hittestress te voorkomen. Deze keuze betaalde zich afgelopen zomer meteen uit. Tijdens de warme en droge zomer wisten de melkveehouders de productie op peil te houden.
‘We weten van elkaar hoe we in de wedstrijd zitten’
De stalinrichting werd verzorgd door Comfort Koe, dealer van Spinder Dairy Housing Concepts. ‘We wilden met zo weinig mogelijk partijen om tafel, om tijdens de bouw en inrichting korte lijnen te hebben. Spinder levert degelijke stalinrichting, waarmee we jaren vooruit kunnen’, vertelt Rommert. Jacob: ‘Spinder is de Mercedes onder de stalinrichters.’
Automatisch instrooien
De brede ligboxen zijn bedekt met biobedding. De boxen worden tweemaal daags op automatische wijze bijgevuld met de Cobra Easy Bed van Strocon. Dit handige instrooisysteem is bevestigd aan een rails. ‘Het laagje biobedding valt voor in de boxen, waarna de koeien het diepstrooisel zelf naar achteren verslepen’, zegt Rommert. Met behulp van een minishovel worden de ligboxen eens in de twee weken uitgevlakt.
De koeien in de 3+3-rijige stal – die deels verspringt tot 3+4-rijig – worden gehouden in twee groepen. ‘We hebben momenteel een oudmelkte veestapel, die uit twee samengevoegde koppels is opgebouwd’, vertelt Rommert. De ondernemers willen na het hectische eerste jaar straks inzetten op optimalisatie. ‘We zijn met relatief veel koeien per robot opgestart. De dieren moesten eraan wennen. Dat gold ook voor ons. Zeker in de eerste maanden hadden we veel ophaalkoeien.’ Anneke vult aan: ‘We zien het eerste jaar als een opstartjaar.’
De robots staan in een kassa-opstelling. De koeien lopen recht de robotbox in. De dieren worden na het melken automatisch gesepareerd. De voorzijde van de stal is met boxen en een groot strohok ingericht voor attentiekoeien. Om de mestschuiven ongehinderd hun werk te kunnen laten doen, is er rondom de robots gekozen voor zwevend hekwerk. De melkveehouders kunnen via een loopbrug langs de robots lopen.
Mestverwerking onderzoeken
Pal naast de stal liggen twee grote mestbassins. De nieuwe stal is niet onderkelderd. De mest wordt iedere 45 minuten van de dichte rubberen vloer naar een verzamelput geschoven. Van daaruit wordt de mest naar de mestscheider en de bassins gepompt. De urine wordt apart opgevangen in een goot, om de emissie van ammoniak maximaal terug te dringen.
‘Wij willen plezier in ons werk houden’
Nu er een einde is gekomen aan de derogatie, onderzoeken de melkveehouders de mogelijkheden tot mestverwerking op bedrijfsniveau. Ze willen in de toekomst graag Renure inzetten en mestafzetkosten terugdringen. ‘Door het verlies van de derogatie zijn we voor een flinke uitdaging komen te staan. We moeten 5.000 kuub mest afzetten’, vertelt Rommert.
De melkveehouders hebben gekozen voor activiteitsmeting van DeLaval. Naast gedragsanalyse voorziet dit systeem ook in positiebepaling van de koeien (DeLaval Behaviour Analysis systeem). De oormerken van de dieren staan in contact met slimme sensoren in de stal. De melkveehouders weten zo precies waar iedere koe zich bevindt in de stal.

Ze leveren de melk aan FrieslandCampina. Deze melk wordt eerst opgeslagen in een 40.000 liter silotank. De melkveehouders kozen daarbij voor een buffertank van 1.600 liter voor het koelen van de melk. De tank is voorzien van een automatisch reinigingssysteem.
Het voeren wordt uitbesteed aan de loonwerker. Die komt eenmaal daags langs om het rantsoen te bereiden en voor te schotelen. Het voer wordt dagelijks meerdere keren automatisch aangeschoven door de DeLaval OptiDuo.
Geen zorgen over voederwinning
Ondanks de droge zomer maken de melkveehouders zich niet meteen zorgen over de voederwinning. ‘De eerste en tweede snede waren gewoon goed. De derde snede was normaal’, vertelt Jacob. De melkveehouders – die veel landwerk zelf doen – verwachten na augustus nog twee keer te maaien. De melkveehouders hebben in totaal 55 hectare mais. Het gewas staat er relatief goed bij, vertelt Rommert. ‘We hebben een paar keer op het juiste moment een bui gehad.’ Van muizenschade ondervinden de melkveehouders in Haskerhorne op dit moment niet veel hinder.
Positieve blik ondanks onzekerheid
De vermaledijde stikstofbrief van landbouwminister Jamie van Essen komt ook nog ter sprake. Rommert wil zich niet druk maken over dingen waar hij geen invloed op heeft, zo geeft hij aan. ‘Maar er ligt een verkeerd plan’, stelt Anneke. Jacob: ‘We voelen ons als boeren niet gezien en gehoord. De plannen worden ons van bovenaf opgelegd en belemmeren de toekomstige positie van de melkveehouderijsector. Ook qua kostprijs kunnen wij straks niet meer meekomen op wereldniveau.’
Ondanks de onzekerheid over de wet- en regelgeving kijken de melkveehouders met een positieve blik vooruit. Na de bouw van de stal en het vieren van het eeuwfeest op de boerderij is het zaak om de puntjes op de i te zetten. De maten zien kansen om de melkproductie verder te verhogen en hopen een passende oplossing te vinden voor mestverwerking op bedrijfsniveau. ‘Op termijn willen we ook graag investeren in twee nieuwe sleufsilo’s met mogelijk een automatisch afdeksysteem’, vertelt Rommert.
De melkveehouders zijn gemotiveerd om van de samenwerking op het gemoderniseerde bedrijf een succes te maken. ‘We willen plezier in ons werk houden, waarbij het bedrijf up-to-date moet blijven. Op die manier willen we straks ook de vijfde generatie op deze locatie de kans bieden op een toekomst als melkveehouder’, besluit Anneke.
(Dit artikel verscheen ook in magazine Agrarische Schouw dat vanaf 15-09-2026 onder melkveehouders in het noordelijke deel van Nederland is verspreid.)
































