Nadat minister Schouten begin september haar plannen presenteerde om alle melkveehouders in 2030 grondgebonden te laten zijn, las ik vele commentaren hierover en hoorde ik talloze reacties. Bijna allemaal zijn ze negatief. Dat bevreemdt mij.

Natuurlijk. Het voorstel van onze huidige landbouwminister is absoluut nog onvoldoende concreet. Zij schrijft niets over wat de norm wordt qua aantal GVE’s of kilo’s melk per hectare én er staat geen harde toezegging in over afschaffing van allerhande regeldruk en zaken die administratieve rompslomp met zich meebrengen. Dat laatste is vanzelfsprekend wel een must.

Maar als je als sector het voorstel omarmt, kun je ook echt de onderhandelingen ingaan met die eis richting het ministerie: ‘Jullie gooien de fosfaatrechten en alle ondoorgrondelijke regels rond mestplaatsing en mestverwerking voor ons melkveehouders in de prullenbak; dan houden wij ons aan de gezamenlijk vast te stellen grondgebondenheidsnorm.’

Het is nu 2020 en in haar voorstel gaat Schouten uit van 2030 als jaar van effectuering. Dat geeft tien jaar tijd. Het mooie daarvan is dat je als melkveehouder nu al redelijk probleemloos kunt voorsorteren op zo’n situatie van verplichte grondgebondenheid. Leg bijvoorbeeld eens wat nader contact met een akkerbouwer in de buurt of met een
melkveehouder waarvan je weet dat hij of zij nu of binnen enkele jaren stopt. Wellicht heeft u al zo’n relatie al. In dat geval: houd die warm.

Vergeet niet: in een situatie van volledige grondgebondenheid, hebben akkerbouwers u als melkveehouder minstens zo hard nodig als u hen. Als de intensieve veehouderij alle mest, of in ieder geval het overgrote deel, moet gaan verwerken, betekent dit dat akkerbouwers best geïnteresseerd zullen zijn in de enige organische mest die dichtbij huis nog beschikbaar is. De mest van de melkveehouderijbedrijven dus. Dat biedt kansen.

Natuurlijk is voor iedere melkveehouder de situatie anders en zijn de kansen, bijvoorbeeld in het aangaan van samenwerkingen, voor de één lastiger te verzilveren dan voor de ander. En natuurlijk is het logisch dat elke boer strijdt voor zijn eigen belang. Maar laten we eerlijk
zijn: de hakken in het zand zetten en op de huidige voet doorgaan, kost de komende jaren ook veel melkveebedrijven de kop. Je kunt blijven dromen of roepen dat de melkprijs gewoon op minimaal 45 cent moet komen te liggen, maar historisch
gezien is dat totaal niet realistisch.

Gezamenlijk werken naar een volledige grondgebonden melkveehouderij in 2030 is daarom een mooie kans. Iedere individuele melkveehouder zal ergens water bij de wijn moeten
doen, maar die prijs acht ik het voor de meesten onder u wel waard. Immers, inmiddels kunnen we het snel eens worden dat de politiek de sector keer op keer uitspeelt als je niet
met één mond spreekt. Om die reden is een gezamenlijke visie richting grondgebondenheid uitwerken, die vast en zeker op maatschappelijk draagvlak kan rekenen, de beste route. Het is een manier, voor velen zelf de enige manier, om als melkveehouderijsector kansrijk de toekomst tegemoet te treden.

Arend Hoekstra
Agrarisch bedrijfsadviseur Van der Veen & Kromhout