Mais eruit en geen grasland meer scheuren. Met plezier neemt melkveehouder Minne Hiemstra uit Sibrandahûs deze twee maatregelen. Het levert hem als weider bij melkfabriek A-ware 6,25 cent per kilo meer op dan de kale melkprijs.

Stilzitten was er bij de Hiemstra’s de afgelopen zes jaar niet bij. De familie-vof bij Dokkum, bestaande uit ouders Willem (65) en Attje (57) en drie van hun vijf zonen – Minne (34), Lieuwe Klaas (33) en Alger (25) – besloot in 2014 tot een in hun ogen verantwoorde strategie: groeien met grond. Er kwam een tweede melkveestal en de 1 miljoen kilo melk van ruim 100 koeien op 50 hectare verdubbelde in zes jaar tijd naar bijna 2 miljoen kilo melk met ruim 200 koeien en 120 hectare grond. Een belangrijke pijler onder de verdubbeling was de aankoop van een 45 hectare groot melkveebedrijf op 8 kilometer afstand in Damwâld. Hier fokken ze het jongvee op. In Sibrandahûs ligt 58 hectare huiskavel.

Lieuwe Klaas (links) en Minne Hiemstra: ‘De verplichting tot blijvend grasland in combinatie met het meten van de CO₂-vastlegging in het programma van A-ware en Albert Heijn levert kennis en informatie op waar de hele sector wat mee kan.’ Foto: Marcel van Kammen

Een tweede grote stap was de wisseling van melkfabriek: in 2019 stapten ze over van FrieslandCampina naar A-ware. Minne Hiemstra, die samen met zijn broer Lieuwe Klaas de dagelijkse leiding heeft over het bedrijf, legt uit waarom. ‘We raakten het goede gevoel bij FrieslandCampina een beetje kwijt. Ineens volgde de maatregel die de groeimogelijkheden voor individuele melkveebedrijven beperkte. Voor ons reden om ons serieus te oriënteren op een overstap. Bij A-ware hadden en hebben ze een helder verhaal, korte lijnen en een persoonlijke benadering. Dat we vervolgens ook meteen konden aansluiten bij de bijzondere melkstroom die A-ware levert aan Albert Heijn, gaf het laatste zetje.’

Per 1 maart 2019 konden de Hiemstra’s gaan leveren, meteen voor de volle meerprijs van 4,25 cent per kilo melk ten opzichte van de kale melkprijs bij A-ware. Voor de goede orde: de kale melkprijs staat voor de prijs die A-ware betaalt voor wat het bedrijf zelf ‘traditionele melkstroom’ noemt. Dat is melk van bedrijven die niet weiden en ook geen extra inspanningen doen op gebied van duurzaamheid.

Beloning groeistrategie

Voor Hiemstra voelde het direct kunnen aansluiten bij de best betaalde melkstroom van A-ware ‘als een beloning voor de in 2014 gekozen strategie: groeien mét grond’. Zo voldoen ze net aan de eis van maximaal 18.000 kilo melk en 2,5 GVE per hectare. Het uittreedgeld van FrieslandCampina gebruikten ze deels om het melkveebedrijf te moderniseren. Zo investeerden ze in een asfaltpad en erfverharding en kwamen er silo’s voor vaste mest en bijproducten. Sanering van asbestplaten en een investering in kalverhuisvesting staan nog op de planning.

‘Goed gevoel en comfortabeler melken’

Per 1 juli van dit jaar volgt er een nieuwe stap: dan kiezen de Hiemstra’s ervoor om tot en met 2022 opnieuw mee te doen in de melkstroom van A-ware die naar Albert Heijn gaat. Dat levert vanaf 1 juli 2020 1 cent extra op en vanaf 1 januari 2021 nog eens 1 cent erbij. Daarmee ontvangen ze 5 cent op de kale melkprijs van A-ware. Omdat ze de koeien elke dag ook 7 uren laten weiden, krijgen ze daarbovenop de weidepremie van 1,25 cent. Dit brengt de totale meerprijs per kilo melk op 6,25 cent. ‘Ik verwacht dan ook dat de meeste A-ware-melkveehouders die meedoen alles op alles zetten om er bij te blijven’, zegt de goedlachse boer. Hij heeft naast het melkveebedrijf een baan bij voerleverancier Mulder Agro in Kollumerzwaag.

Niet meer scheuren

De premieverhoging krijgen de A-ware-boeren niet zo maar. Meedoen betekent onder andere dat melkveehouders hun grasland vanaf 1 juli 2020 niet meer mogen scheuren. De redenatie is dat blijvend grasland voor meer organische stof in de bodem zorgt en daarmee capaciteit om CO₂ op te slaan. Metingen tot 60 centimeter diepte op verschillende plaatsen moeten de toename van CO₂-opslag bevestigen. De Hiemstra’s investeerden in de afgelopen jaren al behoorlijk in graslandvernieuwing, veel percelen gingen recent over de kop. ‘Dat is dus goed te doen.’

Wel betekent de aanscherping dat het melkveebedrijf de vaste samenwerking met een akkerbouwer op 7 hectare grond – met uitruil van grasklaver- en pootgoedpercelen – moet stoppen. Daardoor gaat het bedrijf in areaal van krap 120 naar ruim 112 hectare, precies genoeg voor de graslandgebondenheidseis van A-ware. Op zo’n 8 van deze 111 hectare staat nu nog mais. Daar moet volgend jaar blijvend grasland staan. ‘Dit betekent dat we afscheid nemen van maisteelt en de mais in het rantsoen voor de hoogproductieve koeien vervangen door maisrijke brok.’

Rubber en stro voor jongvee

Daarmee zijn de gebroeders Hiemstra er nog niet. Zo moet in het AH-concept al het oudere jongvee op rubber kunnen liggen. ‘Een deel van onze melkkoeien krijgt een waterbed. Het rubber op rol dat daar nu ligt, gaat naar de jongveestal.’ Een andere eis is dat kalveren de eerste vier levensmaanden op stro liggen. ‘Dat plan hadden we al langer en gaan we dit jaar realiseren. Voor de 10 procent agrarisch natuurbeheer moeten er nog een hectare of 6 in de verlate maaidatum. Deels gebruiken ze hiervoor ook perceelranden. ‘Natuurlijk moeten we hier en daar wat investeren, maar er is behoorlijk overlap met plannen die we anders ook hadden uitgevoerd.’ De meerkosten zitten vooral in het GMO-vrije krachtvoer met daarin grondstoffen van uitsluitend Europese herkomst. Dit kost circa 0,75 cent per kilo melk extra. 

Voor de Hiemstra’s wegen de inspanningen royaal op tegen de vergoeding. ‘Het geeft een goed gevoel en melkt bij een melkprijsdal ook iets comfortabeler. Als we bij FrieslandCampina waren gebleven, hadden we nu mogelijk meegedaan aan Planet Proof. Maar ik heb bij PlanetProof toch het idee dat het lastiger is grip te krijgen op het programma. Een droog jaar of pech met kalversterfte kan zo maar exit betekenen. En de CO₂-productie van een melkveebedrijf wordt per kilo melk berekend via de Kringloopwijzer. Probeer met veel natuurgrond of op veengrond maar eens onder de grens voor CO₂-uitstoot te komen, dat is bijna onmogelijk. Dan vind ik het A-ware-programma toch praktischer ingestoken. De verplichting tot blijvend grasland in combinatie met het meten van de CO₂-vastlegging levert bovendien kennis en informatie op waar de hele sector wat mee kan.’