De forse stijging van de kunstmestprijzen heeft gevolgen voor de dierlijke mestmarkt. De waarde van mest neemt toe waardoor de afzetkosten voor bedrijven met een mestoverschot omlaag gaan.

Het afgelopen jaar zijn de prijzen van kunstmest sterk gestegen; vooral die van de stikstofhoudende kunstmestsoorten. KAS Nutramon bijvoorbeeld, kostte op 31 december 2020 € 20,90 per 100 kilo. November 2021 is de prijs € 60,90. Ook kalihoudende kunstmest is flink duurder geworden.
In 2019 publiceerde Wageningen Universiteit de uitkomsten van een studie voor het ministerie van LNV om uit te zoeken hoe je het gebruik van kunstmest kunt ontmoedigen ten gunste van het gebruik van dierlijke mest. De onderzoekers rekenden onder meer met een heffing op stikstofkunstmest. Ze concludeerden dat je met een heffing stikstofkunstmest minstens drie keer zo duur zou moeten maken om te bereiken dat vervanging van kunstmest door stikstofrijke dierlijke mestproducten economisch interessant wordt. Dat er vooral kansen liggen op het gebied van stikstof komt omdat in de Nederlandse landbouw het gebruik van fosfaat uit dierlijke mest al vrijwel maximaal is. Voor vervanging van stikstof is er meer ruimte omdat er momenteel nog volop stikstofkunstmest gebruikt wordt.

‘De markt is zeer onzeker, niemand durft nog prijzen af te geven’ 

Nog geen twee jaar na publicatie van het rapport lijkt de theorie al door de praktijk ingehaald. Stikstofkunstmest is in een jaar tijd ongeveer drie keer zo duur geworden. Niet als gevolg van een door de overheid opgelegde heffing, maar door sterk gestegen energieprijzen waardoor de productiekosten van kunstmest omhoog vliegen.

Geen grote verschuivingen

In de dagelijkse praktijk leiden de enorme prijsstijgingen van kunstmest voorlopig echter niet tot grote verschuivingen in de verhouding tussen de toepassing van kunstmest en dierlijke mest. Regelgeving maximeert het gebruik van dierlijke mest. Op de meeste melkveebedrijven met een mestafvoerverplichting, is stikstof de beperkende factor.  Neem bijvoorbeeld de zeventien melkveebedrijven die deelnemen aan project Koeien & Kansen. Zestien van deze bedrijven hebben te maken met verplichte mestafvoer. Stikstof is op alle K&K bedrijven bepalend voor de hoeveelheid mestafvoer. Melkveebedrijven met een derogatievergunning mogen maximaal 230 of 250 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar aanwenden. Voor niet-derogatiebedrijven is dat 170 kilo N.

Zuinig zijn met kunstmeststikstof nu interessanter

Om te bepalen of het strooien van een kilo meer of minder stikstofkunstmest op grasland economisch aantrekkelijk is, moet je weten wat een kilo drogestof gras waard is, en wat kunstmest kost.
Op www.voederwaardeprijzen.nl staan actuele voederwaardeprijzen. De prijzen zijn aangegeven per Kvem en Kdve (Kvem = 1000 vem en Kdve = 1000 dve).  We rekenden met een kwaliteit van 860 vem en 70 dve per kilo drogestof (ds) gras. De voerprijs voor 19 oktober 2021 is dan: Prijs per kilo ds gras = Kvem per kg ds gras x prijs per Kvem + Kdve per kg ds gras x prijs in Kdve = 0,860 kvem/kg ds x € 0,223/kvem + 0,070 kdve/kg ds x € 0,789/kdve = € 0,253 per kg ds gras.
Uitgaande van een prijs van € 60,90 voor KAS Nutramon kost 1 kilo kunstmeststikstof € 2,26. Een kilo extra stikstof strooien zou bij deze prijs minimaal 8,9 kilo ds gras (2,26/0,253) moeten opleveren. In veel gevallen zal dit niet lukken. Cijfers, in het verleden op een rij gezet door de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen laten zien, dat in de meeste jaren de marginale bruto-opbrengst schommelt rond de 7,5 kg ds gras. Het is nu dus lastiger om een hogere kunstmestgift (mits mogelijk volgens de gebruiksnorm) rendabel te maken. Met andere woorden: terughoudend zijn met stikstofkunstmest is in de meeste gevallen interessant.

Pilots hoopgevend

In Nederland loopt een aantal pilots waarvoor de Europese Commissie ontheffing heeft verleend om gebruik te maken van mineralenconcentraten boven op de gebruiksruimte voor dierlijke mest. Het gaat hier om producten die je kunt gebruiken als alternatief voor kunstmest.
Een voorbeeld is project Kunstmestvrije Achterhoek. Zo’n zeventig boeren in de Achterhoek maken sinds een paar jaar gebruik van ‘de Groene Weide Meststof’ . Dit is de naam van de kunstmestvervanger die mestverwerker Groot Zevert maakt met behulp van dierlijke mest. Kees Kroes van LTO Noord is projectleider. Hij verwacht dat Brussel waarschijnlijk vanaf 2022 het gebruik van kunstmestvervangers overal toestaat. ‘Kunstmestvrije Achterhoek heeft laten zien dat je kunstmestvervangers op een praktische en verantwoorde manier kunt gebruiken. Daarmee is dit project niet alleen in het belang van de boeren in de Achterhoek maar voor de hele veehouderij.’
Als Brussel daadwerkelijk vanaf 2022 het gebruik van kunstmestvervangers toestaat, kan er meer stikstof uit dierlijke mest in de veehouderij blijven. Zo ver is het nog niet. En het is de vraag hoe snel mestverwerkers kunnen inspelen op gewijzigde omstandigheden.

Mestmarkt reageert

Ondertussen reageert de mestmarkt wel op de sterk gestegen prijzen van kunstmest. Cumela, onder meer de brancheorganisatie van de mestdistributiebedrijven, constateert dat de vraag naar dierlijke mest toeneemt. ‘Intermediairs krijgen vooral vragen vanuit de akkerbouw over mogelijkheden om dierlijke mest geleverd te krijgen’, meldt Hans Verkerk, secretaris Meststoffendistributie bij Cumela. ‘De markt is echter zeer onzeker, waardoor bedrijven nog geen prijzen voor begin volgend jaar durven af te geven.’
Mestdistributeurs houden er rekening mee dat de omstandigheden op de mestmarkt de komende jaren zullen veranderen. Niet alleen als gevolg van de hoge kunstmestprijzen, maar ook omdat de veestapel gaat krimpen. Dit kan betekenen dat dierlijke mest schaarser en duurder gaat worden. Mesthandelaren merken nu al dat akkerbouwers meer vragen naar drijfmest. Door de extra vraag lijken de marktverhoudingen te veranderen. Veehouders die gewend waren een paar euro per kuub toe te betalen bij mestafvoer, kunnen het komende seizoen mogelijk een paar euro ontvangen.

Mestkorrels duurder

Signalen dat mestbe- en verwerkers de productie opvoeren om meer te kunnen profiteren van de gewijzigde omstandigheden, komen bij Cumela nog niet binnen. ‘Wel is duidelijk dat de verkoopprijzen voor bijvoorbeeld mestkorrels op dit moment enorm aan het stijgen zijn.’

Vorig artikel‘Cijfer is niet leidend’
Volgend artikel‘Brand bij de dieren, daar moet ik niet aan denken’