Het bedrijf van de familie Flapper in Molkwerum zit volop in de groei. Zoon Folkert staat in de startblokken om bij zijn vader in maatschap te stappen. Koeien die probleemloos afkalven en lang meegaan vormen de basis van hun bedrijf.

De familie Flapper heeft de blik vooruit gericht. Zoon Folkert (23) is bezig met de afronding van zijn opleiding aan Aeres Hogeschool Dronten en het is de bedoeling dat hij in mei volgend jaar met zijn vader Thomas in maatschap gaat. Het bedrijf heeft 35 hectare huiskavel en zeven hectare op afstand. Op twee hectare daarvan wordt snijmais verbouwd. Vorig jaar hadden ze tachtig melkkoeien, nu zijn dat er circa honderd en het doel is om de stal met 130 plaatsen de komende jaren langzaam vol te laten lopen.
De stal uit 1987 is gerenoveerd en ingericht voor het melkvee. Het jongvee en de droge koeien zijn in 2012 naar een nieuwe stal verhuisd. ‘De stal is op orde, het erf ingericht, het fosfaat geregeld en we hebben pinken aangekocht. Daarnaast houden we meer jongvee aan. Nu is het nog zaak om er grond bij te krijgen’, schetst de melkveehouder de route naar schaalvergroting.

Mineralenaanvulling

Voor een bedrijf in de groei is het belangrijk dat de basis goed is. Die basis begint al voor de geboorte van het kalf, bij de voeding van de droge koeien. De droge koeien op het bedrijf van Flapper krijgen kuil die specifiek voor deze groep is gereserveerd. ‘Schraal, maar wel met eiwit’, zegt Folkert. ‘Dit jaar zijn dat vooral de latere balen van herfstgras, omdat daar eiwit in zit.’

‘De koeien blijven vitaler door hen extra mineralen toe te dienen’

Door de groei van het bedrijf is het systeem er dit jaar wat uit, maar het is de bedoeling de droge koeien weer in twee groepen te houden. Zes tot zeven weken voor afkalven worden de koeien drooggezet en komen ze in de eerste groep. Drie weken voor afkalven komen ze in de close-up groep en krijgen ze naast de speciale kuil ook een transitiebrok.
Voor een goede mineralenvoorziening krijgen de koeien aan het begin van de droogstand een Topro Dry bolus toegediend. Dit is een mineraal dieetvoeder in de vorm van een bolus speciaal afgestemd voor de droogstandsperiode. Deze bolus voorziet het dier 60 dagen lang van jodium, kobalt, koper, mangaan, zink, selenium, en de vitamines A, D3 en E. Dit ondersteunt een optimale voorbereiding op het afkalven, start van de lactatie en een optimale vruchtbaarheid, aldus de bijsluiter.
Naast de functie van mineralenverstrekker zorgt de bolus er volgens Flapper ook voor dat de koeien meer voer opnemen, zowel voor als na het afkalven. ‘Het is belangrijk dat de droge koeien blijven vreten om genoeg pensvulling te houden. Daarnaast zijn de koeien vitaler, ook na het afkalven. We hebben weinig last van melkziekte’, stelt Folkert. ‘En de kalveren zijn ook vitaler’, vult zijn vader aan. ‘We hebben nauwelijks kalversterfte. Natuurlijk gaat er wel eens wat mis, maar dat ligt niet aan de vitaliteit van de kalveren.’

Vader en zoon zijn een route naar schaalvergroting ingezet: ‘De stal is op orde, het erf ingericht, het fosfaat geregeld, houden meer jongvee aan en hebben pinken aangekocht. Nu is het nog zaak om er grond bij te krijgen.’

Lang door produceren

Koeien die na het afkalven goed opstarten en lang melk geven, daar streven de Flappers naar. De gemiddelde melkproductie is 9.000 liter met 4,40% vet en 3,70% eiwit. ‘We streven naar 10.000 liter, maar dat mag niet ten koste gaan van de koe’, zegt Folkert. Met een gemiddelde levensproductie van circa 40.000 kilo en een afvoerleeftijd van 6 tot 7 jaar, worden de koeien relatief oud. ‘Als je er goed op past, lukt dat wel’, stelt Thomas Flapper nuchter vast. ‘We weiden zomers, daarmee hebben ze de ruimte en heb je minder klauwproblemen. En als je de koeien goed uit de droogstand krijgt, heb je ze ook weer snel drachtig.’ Zijn zoon vult aan: ‘De tussenkalftijd is met 410 tot 420 dagen hoger dan gemiddeld, maar we hebben dan wel koeien die langer door produceren.’ 

Onderzoek staaft goed gevoel

Een stagiare van Van Hall Larenstein deed tussen februari en augustus dit jaar onderzoek naar de werking van de Topro Dry bolus. Aan het onderzoek deden 120 melkkoeien mee (52 in de testgroep en 68 in de controlegroep) verdeeld over acht melkveebedrijven. Al deze bedrijven melken met een melkrobot waar herkauw- en vreetactiviteit wordt gemeten. De testgroep kreeg één Topro Dry bolus toegediend op het moment van droogzetten. Verder is op de bedrijven niets gewijzigd in het rantsoen. De koeien in de groep die de bolus kregen toegediend, lieten in de laatste week van de droogstand meer vreetactiviteit zien. Na één week in lactatie was het verschil zelfs significant. 

‘Als koeien rondom afkalven meer voer opnemen, heeft dit een positieve invloed op de rest van de lactatie’, stelt Jack van Mensvoort van Topru Animal Health. ‘Wij ontvangen vaak positieve berichten van melkveehouders die de bolussen gebruiken. Het is mooi dat dat positieve gevoel nu gestaafd werd door dit onderzoek.’

Met een oudere veestapel is er minder jongvee nodig, waardoor de opfokkosten lager zijn en het is efficiënter voor het fosfaatquotum. Maar levensduur moet geen doel op zich worden, realiseren ze zich. ‘Je moet probleemkoeien ook weer niet te lang aanhouden. Met een vervangingspercentage van 18 procent zaten we op het randje.’ Het vervangingspercentage is nu niet representatief, omdat er vanwege de groei van het bedrijf relatief veel jongvee wordt aangehouden. ‘Dat is goed te merken in de omzet en aanwas en de hoeveelheid voer die naar het jongvee gaat.’

Overtuigd grondgebonden

Het bedrijf is de laatste jaren door de groei van de veestapel behoorlijk intensiever geworden. Meer grond onder het bedrijf staat daarom hoog op het verlanglijstje. ‘We willen zoveel mogelijk eigen gras voeren. Daarmee haal je een hogere marge dan dat je alles moet aankopen. Maar daarvoor heb je wel genoeg grond nodig’, stelt Folkert. Om nog meer eiwit van het eigen bedrijf te halen, wil hij ook aan de slag met klaver. ‘Het is hier kalkrijke zavelgrond, daarop wil klaver wel.’

Grondgebondenheid is een belangrijke voorwaarde voor een melkveebedrijf met toekomstperspectief, is de overtuiging van de jonge melkveehouder. Hij heeft er zin in om als ondernemer in het bedrijf te stappen. ‘Je doet het voor jezelf en het is je eigen prestatie, dat geeft motivatie. Mijn streven is om zoveel mogelijk marge per liter te halen voor een goed rendement. Daarvoor is goed ondernemerschap nodig, maar ook massa. Schaalvergroting zorgt voor meer slagkracht en is onvermijdelijk. Maar daarnaast zoeken we ook naar meer marge door meer uit de melk te halen. We zijn leverancier van A-ware en willen later misschien wel instromen in hun duurzame melkstroom voor Albert Heijn. Ons bedrijfssysteem is vrij simpel en past daar wel bij.’

Vader Thomas deelt die visie. ‘Grondgebondenheid en duurzaamheid zijn belangrijke aandachtspunten voor de toekomst’, stelt hij. ‘Wij zijn het wel aardig met elkaar eens en alles is bespreekbaar. Mijn vader klaagt alleen wat meer over alle regels waar we mee te maken hebben en krijgen’, lacht zijn zoon. ‘Dat zie ik meer als een gegeven en een uitdaging. Ik denk dat het stikstofverhaal voor ons wel meevalt. We hebben een NB-vergunning voor 150 plaatsen. Daarmee kunnen we uit de voeten, op voorwaarde dat we de beschikking over meer grond krijgen. Maar dat gaat vast ook wel lukken. Je moet de kansen pakken waar je kunt.’

Vorig artikelOpgewekt aan kop van topmelkerslijst
Volgend artikel‘Cijfer is niet leidend’