Voor elk type boer een melkstroom. Royal FrieslandCampina breekt met de lange traditie van collectieve melkverwaarding. Aan die keus hangt een kostenplaatje, meerdere melkstromen is minder efficiënt. ‘Doen we het niet, dan verliezen we op onze thuismarkt’, zegt Wiebren van Stralen, strategisch programmamanager.

Van Stralen vertelt dat FrieslandCampina hem heeft gevraagd om duurzaamheid op het boerenerf te verbinden met de vraag naar duurzaamheid uit de markt. Meer specifiek, de vraag vanuit de Nederlandse retail. Ook hij fronste zijn wenkbrauwen even toen de grote zuivelcoöperatie hem vroeg aan de slag te gaan met bijzondere melkstromen. Was dat niet per definitie voorbehouden aan kleinere melkverwerkers, die snel en flexibel kunnen schakelen? ‘Was ja. Want supermarkten willen duurzame melk waarmee ze zich kunnen onderscheiden. Doe je niet mee, dan verlies je thuismarkt’, zegt hij.

Dan stap je dus in een model dat meer opbrengt, maar ook meer kost. Schiet dat op?

‘Je moet het groter zien. Ga je niet mee in die vraag dan verlies je gaandeweg topklanten in topmarkten en ben je pas echt een eind van huis.’

Al die speciale melkstromen die nu worden opgezet, worden die uiteindelijk niet de standaard en license to produce?

‘Dat weten we niet. Wat we wel weten is dat de marktvraag in toenemende mate gaat doorwerken in de bedrijfsvoering. Waarbij je met de voorlopers onder de boeren de lat door middel van een meerprijs steeds weer een beetje verder verlegt. Je moet zorgen dat je voortdurend meespeelt in de voorhoede van dat spel. Anders verlies je klanten. Voor de thuismarkt Nederland – maar misschien nog wel meer in Duitsland – is witte melk van topkwaliteit niet meer genoeg. Daarom maken we vaart met onze duurzame melkstroom. Snelheid is geboden, anders worden we links en rechts ingehaald door kleinere spelers. We hebben al een achterstand, zijn al klanten kwijtgeraakt.’

Je doelt op de speciale zuivellijn die A-ware aan Albert Heijn levert?

‘Onder andere.’

Vertel eens wat meer over die topzuivellijn.

‘Wij noemen het duurzame melkstroom. We hebben met een aantal retailers afspraken gemaakt over het leveren van melk afkomstig van melkveebedrijven met weidegang en bovengemiddelde scores op gebied van dierwelzijn, klimaat en biodiversiteit. Dit levert een plus op van 3,5 cent. De melkveehouders die meedoen, krijgen in 2019 een plus van 1 cent en in 2020 een plus van 2 cent op de melkprijs. Die plus komt bovenop de weidegangtoeslag van 1,5 cent. Daarnaast worden de opbrengsten gebruikt voor initiatieven van leden die niet kunnen meedoen. Dit kunnen initiatieven op gebied van biodiversiteit, energie of klimaat zijn. De discussie over de exacte invulling en verdeling is nog gaande. En die is lastig. Want het is een hele nieuwe discussie binnen de coöperatie.’

Waarom starten in een bepaald gebied en niet in heel Nederland?

‘Ten eerste praat je over een vraag die zich nu nog beperkt tot de consumptie in Nederland. Ten tweede is niet elke fabriek geschikt. En je kijkt naar wat waar is. Noord- en Zuid-Nederland hebben al VLOG-melk. In de andere gebieden is nog niks. Daar komt bij dat de vraag naar duurzame melk er nu vooral is voor de dagverse producten. Daarom beginnen we in Zuidwest-en Midden-Nederland, waar boeren relatief dicht bij de fabriek voor dagverse zuivel in Rotterdam zitten. Er is daarnaast ook vraag naar duurzame kaas, zij het nog beperkt. Daarvoor hebben we de kaasfabriek in het Gelderse Steenderen geselecteerd, voor veehouders in Oost-Nederland. Daar beginnen we en vandaaruit proberen we het concept verder uit te rollen. De melkveehouders die we hebben uitgenodigd zijn degenen die al aan veel criteria kunnen voldoen. Opstallers hebben geen uitnodiging gehad en bedrijven op meer dan 100 kilometer van de fabriek ook niet.’

Wat zijn de criteria?

‘Die zijn nog niet definitief. We hebben wel voorlopige criteria.’

Dat zijn de conceptcriteria voor On the way to Planet Proof-zuivel, waar elke zuivelfabriek in Nederland aan mee kan doen.

‘Dat klopt. Heel bewust kiezen we voor een onafhankelijk en internationaal erkend keurmerk. Daarmee sta je sterker in de markt. Stichting Milieu Keur (SMK) is de organisatie achter het keurmerk. SMK heeft het certificeringsschema ontwikkeld op verzoek van FrieslandCampina en de stichting Natuurlijk Melken 2050. Dit is een initiatief van zuivelcoöperatie Noorderlandmelk in samenwerking met de drie Noordelijke provincies. Wij kiezen voor SMK vanwege de onafhankelijke positie, grote mate van maatschappelijke draagvlak en omdat de stichting kiest voor een geïntegreerde benadering van de criteria. Dat alle zuivelondernemingen van het keurmerk gebruik kunnen maken, kun je als FrieslandCampina als een bedreiging zien. Maar omdat wij de eerste denken te zijn, verwachten we we een voorsprong te hebben. Daarnaast plukt iedereen de vruchten als het algehele niveau van melken in Nederland omhoog gaat.’

Is er onder FrieslandCampina-melkveehouders veel belangstelling om aan te sluiten bij de toplijn?

‘Dat kun je wel zeggen. Vijf bijeenkomsten rondom twee fabrieken leverden 3.000 aanmeldingen en 2.000 boeren op die ook daadwerkelijk kwamen. Daarvan voldoet zo’n 10 tot 15 procent aan de criteria. Je praat dus in de eerste fase over zo’n 300 melkveehouders. Eind dit jaar moeten de eerste producten al in de supermarkt staan. Snelheid was en is geboden. Er is voorjaar 2019 starten met een tweede wervingsronde.’

Melkveehouders in Noord- Nederland balen dat ze niet kunnen aansluiten bij de topzuivellijn.

‘Melk bovenin Friesland of Groningen naar Rotterdam brengen is efficiënt noch duurzaam. Voor nu moeten we per regio kijken welke mogelijkheden er liggen. Bij succes breiden we uit. Dat biedt in een volgende wervingsronde wellicht kansen in andere regio’s.’

Hoe eerlijk is het dat de meest duurzame boer van Nederland bovenin Groningen niet mee kan doen aan de nieuwe topzuivellijn?

‘Ook aan VLOG kunnen nog niet alle boeren meedoen, terwijl er genoeg veehouders zijn die dat ook graag willen. Je moet naar het totaalplaatje kijken. Op de thuismarkt in Nederland en Duitsland dienen zich allerlei nieuwe vragen, nieuwe kansen aan. Die moet je, op basis van ligging van fabrieken, aard van de regio en logistieke efficiency zo optimaal mogelijk invullen. VLOG is een vraag, deze nieuwe lijn is een vraag, Noord-Hollandse melk is een vraag. Maar we zijn ook op de Waddeneilanden Texel, Terschelling en Schiermonnikoog bezig met het realiseren van melk met een plus erop.’

Afscheid van de witte melk?

‘In het oude, verticale model haalde de coöperatie alle melk op, die in de fabrieken werd opgewaardeerd tot producten met verschillende waardes. Dat was het. Maar nu begint de segmentatie al op het boerenerf. Maar ook voor boeren die niet segmenteren blijft witte melk onverminderd belangrijk, daar nemen we zeker geen afscheid van. In exportlanden waar duurzaamheid niet zo speelt als bij ons, is ruimte. Onze hoge kwaliteitsstandaard maakt dat we goed in de markt liggen in Azië. Samengevat: we gaan allerlei kleuren melk verkopen en verdelen de totaalopbrengst naar rato van geleverde inspanning zo eerlijk mogelijk onder onze leden. Ik vergelijk het wel eens met een melkveebedrijf. Ga je voor 200 koeien en een zo laag mogelijke kostprijs of voor 100 koeien, een iets hogere kostprijs, maar ook een paar centen hogere opbrengst? Voor beide stromingen is ruimte bij FrieslandCampina.’