Slechts een klein percentage van de melkveehouders heeft een rundveeverzekering. Prijs is vaak de reden om deze verzekering niet af te sluiten. ‘Ik vind dat onvoorstelbaar. De koeien zijn voor een melkveehouder het belangrijkste kapitaal’, zegt veterinair schade-expert Jasper Simons.

Als veterinair schade-expert wordt Jasper Simons van Reijneveld Agrarische Expertise door verzekeringsmaatschappijen ingeschakeld als er schade door ziekte of sterfte is op een veebedrijf. Ook worden hij en zijn collega’s door verzekeringsagenten gevraagd melkveebedrijven te ‘screenen’ wanneer die een rundveeverzekering willen aangaan.
Cijfers laten echter zien dat het grootste deel van de melkveehouders geen rundveeverzekering heeft.

‘Ongeveer 85%’, schat Wilco de Boer van Agriland Assurantieadvies, die mee aanschuift voor het gesprek met Simons. ‘Vaak is de hoogte van de premie een struikelblok. En ook het argument dat het wel heel raar moet lopen voordat de gehele veestapel ernstig ziek wordt of sterft’, licht de Boer toe.

‘Het is raadzaam de verzekerde waarde van je dieren te herijken’

Simons knikt, maar zegt de indruk te hebben dat verzekeringsagenten soms ook niet goed weten uit te leggen wat de voordelen van een rundveeverzekering kunnen zijn. ‘Ik bedoel dat beslist niet als verwijt, maar dat merk ik in de praktijk. Persoonlijk heb ik absoluut geen moeite om melkveehouders uit te leggen waarom ze er goed aan doen zo’n verzekering af te sluiten.’

Wat zijn dan de argumenten die u daarvoor aandraagt?
‘Als je trekker het niet doet, is dat lastig en kan dat ook serieus geld kosten, maar met je koeien verdien je elke dag opnieuw je geld. Voor een gemiddeld bedrijf met circa 100 koeien en bijbehorend jongvee bedraagt de jaarlijkse premie ongeveer € 1.000. Dus als je dertig jaar boer bent, heb je voor € 30.000 je hele carrière je belangrijkste kapitaal verzekerd.

Anders gezegd: dat is nog geen € 10 per koe per jaar; veel minder dan de melkopbrengst van één dag. Ik vind dat niet duur. Zeker gezien de risico’s die je daar mee afdekt. En als een melkveehouder, zeker een jonge boer, 10 of 20% van zijn veestapel verliest door ziekte, is dat een enorme strop. Dat overkomt elk jaar meerdere melkveehouders in Nederland. Een extreem voorbeeld hiervan is botulisme. Als dat in je drinkwater zit, kun je ervan uitgaan dat een groot deel van je veestapel het niet overleeft. Gelukkig is het jaarlijks hooguit een enkele melkveehouder in Nederland waar dat plaats vindt, maar het zal je maar overkomen. Zonder een rundveeverzekering is dat catastrofaal.’

Wat zijn minder extreme gevallen die toch veel impact hebben?
Daar zijn meerdere voorbeelden van, maar infecties met de Mannheimia-bacterie is een actuele. Dat komt de laatste jaren steeds vaker voor. Als melkveehouder zie je dan ’s avonds nog gezonde koeien en de volgende ochtend kan een aantal dieren al dood zijn en verschillende andere ziek. De ziekte is te behandelen, maar het kost vaak verschillende dieren het leven en veroorzaakt een sterke daling in de melkgift.’

Jasper Simons: ‘Je veestapel verzekeren voor minder dan € 10 per koe per jaar vind ik niet duur.’

Juist het verzekeren van dat soort schades, bijvoorbeeld door uiergezondheid en kreupelheid als gevolg van een eerdere infectie of bacterie, is toch vaak een twistpunt en wordt niet altijd uitgekeerd?
‘Het klopt dat uiergezondheidsproblemen en kreupelheid in principe niet meeverzekerd zijn. Dat is ook begrijpelijk: in de meeste gevallen ligt er een managementoorzaak aan ten grondslag. Als wij echter een ziekte vaststellen binnen de koppel, waar klauw- of uierproblemen een logisch en verklaarbaar gevolg van zijn, dan kan dat wel worden meegerekend en zal schade gecompenseerd worden door de verzekeringsmaatschappij. Maatschappijen gaan daar echter wel verschillend mee om. Net zoals het feit dat er altijd een grijs gebied blijft waar de oorzaak van een probleem ligt en het vaststellen dat schade door een extern ingetreden ziekte veroorzaakt is.’

De melkveehouder met schade trekt in zo’n geval dus vaak aan het kortste eind?
‘Dat valt niet uit te sluiten, maar is  gelukkig vaak niet  het geval. Neem het voorbeeld van een mycoplasma-besmetting. Door deze bacterie kunnen uiers, luchtwegen en klauwen worden aangetast. Als wij aantonen dat mycoplasma op een bedrijf deze problemen veroorzaakt, valt de schade vaak onder de dekking van de verzekering en wordt de schade uitgekeerd.  Een ander voorbeeld is Klebsiella. Vanwege meerdere, soms ernstige uitbraken van Klebsiella, hebben wij overleg gehad met verzekeringsmaatschappijen. Dat heeft er mede toe geleid dat sommige verzekeringsmaatschappijen nu wel dekking geven voor schade ten gevolge van deze bacterie.

Het is namelijk niet per se een managementfout als jij als melkveehouder zaagsel gebruikt dat besmet blijkt met de Klebsiella-bacterie. Let op: ik geef natuurlijk geen garantie dat een maatschappij in dit soort voorbeelden sowieso de geleden schade compenseert, maar gelukkig is dat ook beslist niet per se uitgesloten. In goed overleg met je agent en maatschappij is er vaak best veel wel mogelijk.’

Wilco de Boer vult Simons aan: ‘Vaak is de achterliggende bedrijfsschade, bijvoorbeeld melkproductieverlies, ook een serieuze kostenpost. Daarvoor kun je je bijverzekeren voor 10 tot 30% van de totale schade. Is het schadebedrag in totaal € 10.000 en je hebt 20% bedrijfsschade meeverzekerd, dan kan daar nog € 2.000 voor uitgekeerd worden.’

Wanneer komt u als veterinair schade-expert in actie en hoe gaat u te werk?
‘Wij komen in actie nadat een partij zoals Agriland ons benadert. In dat geval is er voor kortere of langere tijd sprake van ziekte, en meestal sterfte, onder het vee. Ik bel dan meteen de getroffen melkveehouder. Afhankelijk van de urgentie kom ik meteen naar het melkveebedrijf of na enige dagen. Het liefst spreek ik gelijktijdig af met de eigen dierenarts. Die heeft vaak al de nodige onderzoeken uitgevoerd en is een vaste gesprekspartner van de getroffen veehouder.

Samen met de melkveehouder, zijn dierenarts en eventuele verdere vertrouwelingen, bespreek ik de situatie en samen stellen we een plan van aanpak op. Daarbij benadruk ik dat onze aanpak niet stopt voordat er echt resultaat is geboekt. Dat kan logisch lijken, maar bedenk je wel dat bijvoorbeeld een salmonella-uitbraak voor veel schade kan zorgen en dat het soms meerdere jaren in beslag kan nemen om het helemaal op te lossen.’

Waar kun of moet je als melkveehouder zelf verder nog rekening mee houden?
‘Omdat je altijd met een eigen risico van circa 3% te maken hebt, kost schade door ziekte altijd geld. Nooit alles is verzekerd. Preventief werken is en blijft daarom belangrijk. Ook kunnen verzekeringsmaatschappijen verschillend omgaan met het verrekenen van het  eigen risico. Vooral wanneer trajecten, voor het oplossen van de problemen, lang duren. Dit is iets om vooraf goed met je agent te bespreken. Actueel is verder de waarde waarvoor de koeien zijn verzekerd. Wij zien namelijk nog wel eens een maximale verzekerde waarde van € 2.000 per dier. De laatste anderhalf jaar zijn koeien echter zoveel duurder geworden dat ook dit iets is voor melkveehouders om, in samenspraak met je agent, te bekijken en te herijken.’

Vorig artikel‘Tijd is rijp om luzerneteelt serieus te proberen’
Volgend artikel‘Weet je hoe vertering werkt, dan weet je hoe te voeren’