Begrijpen hoe kalveren melk in hun lebmaag krijgen en hoe ze het verteren, is van belang bij het voeren van jongvee. Gert van Trierum en Ydo Homma van Denkavit geven daar graag uitleg over. ‘Want als je begrijpt hoe het werkt, dan snap je hoe je moet voeren.’

Een beetje extra aandacht voor het op de juiste manier kalvermelk geven aan het jongvee, kan geen kwaad, dacht jongveespecialist Ydo Homma van Denkavit. Daarom gaf hij in juni, tijdens de Dag van Melk van het Noorden in Leeuwarden, veehouders uitleg over hoe kalvermelk z’n weg vindt door de kalvermaag. Voor de bezoekers was het een stukje technische en praktische kennis dat ze meenamen naar huis. In het laboratorium van Denkavit kan Homma het nog wat mooier laten zien. Zijn collega Gert van Trierum sluit als productmanager in de kalvermelk aan om nog meer kennis toe te voegen.

‘De samenstelling van een melkproduct moet altijd toegespitst zijn op de behoeftes en verteringscapaciteit van het dier. In dat licht zijn de kwaliteit en het niveau aan eiwit zeer belangrijk’, stelt Homma. Eiwitbronnen in kalvermelken zijn op basis van mager melkpoeder of weipoeder. Beide grondstoffen komen beschikbaar na de verwerking van melk. Van Trierum legt uit dat het magere melkpoeder overblijft, nadat er boter van de melk gemaakt is. Wei is juist een bijproduct van de kaasmakerij. De basis van kalvermelk is daarmee al rijk aan eiwit en andere voedingsstoffen, maar niet voldoende voor een goede kalvermelk.

‘Wij vullen die basis aan met plantaardige vetten en eiwitten en met toevoegingen die het product en daarmee het kalf gezonder maken.’ De basis van de kalvermelk wordt uitvoerig geanalyseerd op kwaliteit. Iedere grondstof is anders en alleen door het monitoren weet je precies wat er in welke batch aan grondstoffen zit. Op deze manier worden de kalvermelken aangevuld met andere ingrediënten die zorgen voor gezondheid, veiligheid en groei bij het kalf.

Stremming van melk

Een product op basis van magere melkpoeder (MMP) moet stremmen in de lebmaag, zodat het kalf het kan verteren. Als de magere melkpoeder als grondstof bijvoorbeeld verkeerd of te heet gedroogd is, werkt het stremmen van de melk (caseïne) niet meer. Dat dat zo belangrijk is, leggen Van Trierum en Homma uit aan de hand van de kalvermagen.
De laatste in de rij van de vier magen die herkauwers hebben, is de lebmaag. Het enzym renine dat daarin voorkomt, zorgt voor stremming bij het bereiden van kaas voor menselijke consumptie, maar in het kalf heeft die maag dezelfde functie.

Van Trierum: ‘In die maag vormt zich een soort kaasje (‘mozarella’), dat vervolgens langzaam voorverteert, waarna het vanuit de dunne darm het kalf voeding geeft. Als dat niet gebeurt, kan de niet-voorverteerde melk direct in de darm komen. Daar zijn geen enzymen die deze eiwitten kunnen verteren. Het gevolg is dan dat het snel doorgeschoven wordt en dat kalveren het luxe eiwit onvoldoende benutten, diarree krijgen en indirect een grotere kans lopen op infecties.’

‘Kalvermelk moet bij voorkeur 41 graden warm zijn’

Homma wil daarom twee boodschappen meegeven aan melkveehouders: ‘Voer kwalitatief goed en zorg voor een goede bereiding en voertemperatuur. Als producent monsteren wij intensief iedere vracht grondstof die binnenkomt om de kwaliteit van producten te garanderen. Daarna is het aan de melkveehouder om zorgvuldig om te gaan met het product, want anders mist het kalf waardevolle voeding.’

Slokdarmsleufreflex

Bij een jong kalf is de lebmaag relatief groot ten opzichte van pens, boekmaag en netmaag. Eerst krijgt het dier de biest en daarna volgt de kalvermelk. Daarbij zorgt de lebmaag voor de voorvertering. Later neemt de rol van de andere magen toe, als het dier meer ruwvoer en krachtvoer gaat verwerken. Het bijzondere is dat de melk die het kalf drinkt direct naar de lebmaag gaat. Dat gebeurt dankzij de slokdarmsleufreflex. Die sluit het kanaaltje van slokdarm naar lebmaag. Om de reflex te activeren moet het dier zuigen aan een speen of de drinktemperatuur van de melk moet minimaal lichaamstemperatuur zijn. Beide is nog mooier. Homma: ‘Valt de reflex weg, dan moet de temperatuur dus sowieso goed zijn.’

Productmanager Gert van Trierum (links) en jongveespecialist Ydo Homma.

Als de veehouder de kalvermelk verstrekt, is het daarom passend om dat met speenemmers te doen. En als het in gewone emmers verstrekt wordt, moet die warm genoeg zijn. ‘De geadviseerde drinktemperatuur is 41 graden, om zeker te zijn dat het direct naar de lebmaag gaat. Voor het beste mengresultaat en om het laatste kalf dat je voert ook nog op de juiste temperatuur te voeren, raden we aan met iets warmer water te mengen.’

Labtests

Geprepareerde magen van een pasgeboren kalf. De lebmaag is de laatste maag in het stelsel.

In het laboratorium wordt de melk getest op ruim 25 parameters, zo laat Van Trierum zien, waarna hij de stremmingstest aanwijst. Die moet na enkele minuten al stremming tonen in de vorm van kleine kernen die coalguleren ofwel stollen. In een klein halfuurtje vormt zich uit het magere melkpoeder, opgelost in water en het enzym renine op 41 graden, een kaasje. Ter vergelijking laat hij zien wat er gebeurt als de stremming niet werkt: een waterig resultaat. ‘We sturen geregeld vrachtauto’s terug’, zegt Van Trierum. ‘We blijven altijd testen, bij iedere vracht, ook bij een vertrouwde leverancier’, vult Homma aan.

Tests voor alle grondstoffen die binnenkomen bij Denkavit bestaan uit analyses op inhoud, maar ook uit het ruiken aan, kijken naar of proeven van de grondstoffen. De kalvermelk moet goed in oplossing blijven, stabiel zijn. Onoplosbare deeltjes in zuivelgrondstoffen zijn ongewenst, omdat ze ook slecht verteerbaar zijn voor het dier.

Kwalitatief goede melkpoeder zorgt voor een goed gestremd ‘kaasje’ in de lebmaag van het kalf. Blijft de stremming uit ( foto onder), dan profiteert het kalf niet van de voeding en loopt daarbij ook nog een hoog risico op diarree.

Goede voeding van de dieren is van belang voor de bedrijfsresultaten en het dierenwelzijn. Naast jongdiervoederproducent is Denkavit ook zelf kalverhouder. Homma noemt het dan ook van belang voor Denkavit dat de kalvermelk goed is. Van Trierum: ‘Naast het laboratorium hebben we een uitgebreid onderzoekscentrum met 2.900 kalveren. Kwaliteit en onderzoek is erg belangrijk voor ons.’

 

Vorig artikel‘Onvoorstelbaar dat je je koeien niet verzekert’
Volgend artikelBoeren zijn inwisselbaar geworden