Mocht de landbouwminister weer eens naar Noord-Nederland komen, dan moet ze eens een kijkje nemen in Witteveen (Midden-Drenthe). Daar brengt de Sneul VOF het kringloopboeren volop in praktijk. 

Of het harde prijsonderhandelingen zijn die hij en z’n vrouw voeren? ‘Dat valt mee hoor, we hanteren marktconforme prijzen’, antwoordt melkveehouder Wydo van den Heuvel lachend. Hij voert zijn koeien ontsloten tarwe en gerst en koopt deze in bij zijn echtgenote Marja Peltjes. Samen hebben ze een vof, met de naam Sneul VOF. Hierin draait hun oudste zoon Marcel, net afgestudeerd aan Aeres Hogeschool in Dronten, inmiddels ook mee. Marja heeft samen met haar zus ook een akkerbouwbedrijf dat nauw samen werkt met het melkveebedrijf. Dit geeft mogelijkheden voor een ruimere gewasrotatie, betere bodemvruchtbaarheid, het verbouwen van krachtvoer en mestplaatsing in de regio. Beide bedrijven opereren vanaf dezelfde locatie.

40% minder krachtvoeraankoop

Het melkveebedrijf en akkerbouwbedrijf zijn juridisch strikt gescheiden, onder andere om derogatie te behouden. Feitelijk is sprake van een gemengd bedrijf, waarbij alle mest op eigen grond kan worden geplaatst en er ruw- en krachtvoer voor terug komt. ‘We zetten in op lokaal geteeld krachtvoer, dat verbouwen we toch al zelf. Daarmee vullen we ongeveer de helft van onze totale krachtvoergift, die rond de 28 kilo per 100 kilo melk ligt. Dit jaar is de verhouding vanwege het lagere eiwitgehalte in de kuilen ongeveer 40% eigen krachtvoer en 60% aangekocht’, vertelt Marcel.

‘Gerst is een prima koeienlokker’

Voor het melkveebedrijf betekent het werken met losse grondstoffen van eigen bodem lagere kosten, voor het akkerbouwbedrijf hogere opbrengsten omdat er geen tussenhandel is. ‘Eerst voerden we alleen ontsloten tarwe, dit jaar zijn we gestart met gerst en we kijken serieus om er een eiwitteelt bij te doen, veldbonen wellicht. Extra voordeel van eigen teelt is dat je precies weet wat je voert en hoe het product behandeld is’, zegt Wydo.
Het melkveebedrijf telt 116 melkkoeien en 45 stuks jongvee met 69 hectare land. De stal, waar asbestplaten vrij recent zijn vervangen door sandwichpanelen, stamt uit 1990. Er staan twee melkrobots. De melk gaat naar coöperatie NoorderlandMelk, waarvan ze sinds de oprichting in 2007 lid zijn. NoorderlandMelk levert de vlog-gecertificeerde melk aan Royal A-ware in Heerenveen. ‘We streven naar een hoge levensproductie per koe, met respect voor dier, grond, omgeving en onszelf’, zegt Wydo. Er is ruim aandacht voor klauwverzorging en voor de droogstaande koeien worden speciale mengkuilen met mineralen gemaakt.

Combi weidegang-compact voeren

De pletter in de stal zorgt voor een karamelachtige geur. Dat maakt de gerst erg lekker voor de koeien.

De gemiddelde melkproductie per koe ligt op 11.600 kilo melk met 3,88% vet en 3,44% eiwit. De koeien krijgen van eind maart tot begin december met Nieuw Nederlands Weiden dagelijks een vers perceel aangeboden. ‘Dit jaar stonden de koeien eerder op stal vanwege het natte weer.’ De dieren hebben in het weideseizoen vrije keus tussen buiten en binnen. Best een uitdaging om dit te combineren met hoge melkproducties. ‘Het scheelt dat we land dicht bij de stal hebben, de koeien hoeven weinig te lopen. En we voeren volop bij op stal.’ Dat, in combinatie met veel melkdrang, zorgt voor een moyenne van 2,7 melkingen per dag in het weideseizoen. ‘We hoeven de koeien niet vaak op te halen.’

Het bedrijf past compact voeren toe. Hierbij wordt water aan het voermengsel in de mengwagen toegevoegd en het voer door intensief mengen zo klein mogelijk gemaakt. Zo is er minder selectie en komt het opgenomen rantsoen beter overeen met het berekende rantsoen. ‘De melkproductie heeft sindsdien echt een boost gekregen’, constateert Marcel. Het mengrantsoen bestaat uit graskuil, snijmais, ontsloten tarwe en raapschilfers. De geplette gerst zit pas sinds dit voorjaar in het rantsoen en wordt gevoerd in de melkrobots. ‘We zochten een vervanger voor mengvoer’, vertelt Marcel.

1,8 kilo gerst per dag

Op advies van hun onafhankelijke voeradviseur kwamen de Van den Heuvels in contact met Wiebe Harm van der Heide in Surhuisterveen. Zijn mannen legden een compleet vijzel- en transportsysteem met schoner en pletter aan, inclusief volledige installatie een investering van € 13.500 ex btw. Dit zorgt ervoor dat de gerst schoon en voldoende fijn in de melkrobots komt. Met een shovel vullen Wydo of Marcel de trechter vóór de voersilo. Een vijzel transporteert de gerst naar de silo. Speciale beluchting houdt condens en schimmelvorming buiten de silo. Na de silo gaat de gerst door een schoner, die het laatste kaf en stro scheidt van de korrel. Een vijzel brengt de gerst in de pletter in de stal. Na het pletten brengt de vijzel de gerst in de robots.
Het bedrijf voert nu 1,8 kilo gerst per koe per dag. ‘Eigenlijk is dat aan de lage kant. Maar onze eerste snede kuil bevat slechts 113 gram ruw eiwit tegen normaal 165. Dit tekort compenseren we met eiwitrijk krachtvoer en dat gaat ten koste van gerst, dat vooral energie brengt.’ Het systeem heeft nog enige ‘finetuning’ nodig, maar de Van den Heuvels zijn erg content met de resultaten. ‘Gerst is een prima koeienlokker. Het pletten zorgt voor een karamelachtige geur, daar zijn de koeien gek op’, zegt Wydo. Marcel vertelt dat na de introductie van gerst het aantal melkingen meteen met 0,3 punten steeg. ‘Ook het aantal weigeringen nam meteen toe. Dat zegt wel iets.’ Hij benadrukt dat het voor maximaal resultaat wel van belang is om de geplette gerst zo vers mogelijk te voeren.

Minder ammoniak en methaan

Wydo, Marja en Marcel koersen op een toekomstbestendig melkveebedrijf. ‘Dat betekent meebewegen met ontwikkelingen, anders blijf je geen boer.’ Zo doen ze de komende vier jaar mee aan het Netwerk Praktijkbedrijven. Hierin gaan veertig melkveehouders in het hele land aan de slag met het terugdringen van ammoniak- en methaanuitstoot. Het doel is praktisch haalbare en betaalbare maatregelen ontwikkelen om 15 tot 30% reductie te realiseren. ‘Wij vinden het belangrijk dat maatregelen niet alleen genomen worden op basis van rekenmodellen, aannames en forfaits, maar dat ze onderbouwd zijn met metingen en cijfers uit de praktijk. Ook moeten maatregelen haalbaar en betaalbaar zijn’, aldus Wydo van den Heuvel. ‘Het is een mooie kans om onder deskundige begeleiding dingen uit te proberen’, voegt Marcel toe. 

Vorig artikelWat voor overheid wil je zijn?
Volgend artikelMes in veestapel én megaruilverkaveling op komst