De VanDrie Group en de kalversector moeten zichtbaarder worden, stelt directielid en woordvoerder Marijke Everts (32). ‘Want er mag dan veel kritiek zijn op ons, we hebben gewoon een goed verhaal.’

Nou zeker wel!’ Bijna verontwaardigd weerlegt Marijke Everts de stelling dat Nederlanders en kalfsvlees eten een ongelukkige combinatie is. Ze wijst op een iconisch kookboek uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) met de titel ‘De Verstandige kok’. Veel recepten bewijzen dat er in dit land toen heel wat kalfsvlees gebakken en gestoofd werd. ‘Lekker kalfsvlees eten was hier dus wel degelijk ooit cultuur’, stelt ze. Die tijden liggen ver achter ons. De gemiddelde Nederlander eet per jaar 76 kilo vlees op, waarvan slechts 1,3 kilo kalfsvlees. Ondanks dat we het amper eten, is Nederland met een marktaandeel van 31% Europa’s grootste kalfsvleesproducent. Belangrijke afnemers zijn Italië, Frankrijk en Duitsland, waar
kalfsvlees een veel gevraagde delicatesse is. De wereldmarktleider op het gebied van kalfsvleesproductie is de VanDrie Group. Het bedrijf heeft een jaaromzet van € 2 miljard, zo’n 2.300 fte en sluit jaarlijks contracten met circa 1.100 kalverhouders. Everts is sinds drie jaar het jonge en frisse boegbeeld van de VanDrie Group. In een gespreid bedje kwam ze bepaald niet terecht; de sector ligt van alle kanten onder vuur.

Denk je wel eens: waar ben ik aan begonnen?

‘Nee hoor. Ik wist wat me te wachten stond. Daar komt bij dat ik een nuchtere Noorderling ben, die houden de kop lang koel. We zien ontwikkelingen die ons als bedrijf en sector raken. Stikstof, milieu en klimaatopgaves, dierwelzijnsdiscussies, de kalfsvleessector ligt
onder het vergrootglas. Deels hebben we dat aan onszelf te wijten.’

Hoezo?

‘We hebben ons de laatste tien jaar te weinig laten zien. Als je altijd op de achtergrond blijft, je hoofd onder het maaiveld houdt en niet opstaat, is dat een gevolg. Als VanDrie Group én kalversector willen we meer zichtbaar worden, onder andere in media. Kranten, ook de grote landelijke dagbladen, weten ons beter te vinden. En dat is fijn. Want we hebben een goed verhaal, dat willen we graag vertellen.’

Wat is dat goede verhaal?

‘In sommige landen worden ongeschikte kalfjes voor melkveehouderij na de geboorte meteen afgemaakt. Hier zorgen we ervoor dat we het ‘restproduct’ met reststromen uit de
levensmiddelen- en zuivelindustrie op een diervriendelijke manier promoveren tot een hoogwaardig stukje kalfsvlees. We doen aan maximale verwaarding, alle delen van het kalf worden gebruikt. Dus vlees, organen, mest, bloed, vel en andere bijproducten, het krijgt
allemaal een bestemming.’

Discussiepunten zijn: hier wel de mest en milieubelasting, maar niet het eindproduct. Risico op ziekte-insleep, te lange transporten, een te hoog antibioticumgebruik. Kortom, hoe
duurzaam is de kalverhouderijsector eigenlijk?

‘Je kunt op basis van wat ik net vertelde ook zeggen: wij doen precies datgene dat past bij de kringloopvisie van minister Schouten. Ondertussen werken we hard aan de kritiekpunten. Het beeld is dat we veel kalveren uit Oost-Europa en Ierland
halen, feitelijk gaat het om hooguit 5%. Meer dan 60% komt uit Nederland en de rest uit buurlanden. We werken volgens de strengste hygiëneprotocollen om ziekte-insleep te voorkomen. Met de importen uit Oost-Europa en Ierland stoppen we helemaal. Op gebied van antibioticumreductie hebben we flinke stappen gezet. En in diergezondheid en milieu-impact investeren en verbeteren we voortdurend.’

Hoe bijvoorbeeld?

‘Net buiten Uddel hebben we dit jaar ons eigen onderzoekscentrum DrieVeld geopend. Daar kijken we samen met gerenommeerde onderzoeksinstellingen hoe voeding kan bijdragen tot betere diergezondheid of een hoger dierwelzijn. Hier zoeken we ook naar alternatieve grondstoffen voor soja en testen we supplementen om de methaanuitstoot te verlagen.’

In maart lekte er in Den Haag een rapport dat het bestaansrecht van de kalversector in Nederland ter discussie stelt.

‘De plannen getuigen niet van kennis van de sector. De minister heeft gezegd dat de drie scenario’s geen blauwdruk, maar mogelijke ontwikkelrichtingen zijn. Kijk je inhoudelijk, dan wordt er alleen gefocust op dierwelzijn en diergezondheid, niet op milieutechnische
en economische gevolgen. Als je iets wilt, moet het goed doortimmerd zijn. Anders kan het nooit een succes worden.’

Dierwelzijn blijft hoe dan ook een issue.

‘O ja, zeker. Nog kortere transportduren, luxere transporten, het verbieden van babyboxen, later naar de mester, het komt de komende jaren allemaal voorbij. Maar we zijn wel wat gewend, de stap naar groepshuisvesting hebben we succesvol gemaakt. Met ons ondernemerschap en de mentaliteit van ‘handen uit de mouwen’ kunnen we het meeste wel managen. Maar het moeten geen omwentelingen van 180 graden worden, zoals kalfjes drie maanden of langer bij een melkveehouder. Dat zijn niet te realiseren stappen.’

Is er veel contact met de minister?

‘Vrij weinig. En dat is jammer, want je hebt elkaar wel nodig. De kalversector presenteerde in 2019 een plan met verbeteringen op gebied van milieu, dierwelzijn en transport. Maar we konden het niet eens worden over de financiën. Het vertrouwen is er in de afgelopen periode niet geweest, van beide kanten niet. Laten we hopen dat we met een nieuwe minister weer vol goede moed kunnen werken aan een goede relatie.’

Hoe is 2021 verlopen?

‘Erg onrustig. De vleessector kwam slecht in het nieuws als Covidbrandhaard. Dat ondervonden we in april aan den lijve, waardoor we drie locaties tijdelijk moesten sluiten. Vervolgens bezetten in september tientallen activisten een van onze slachterijen. Ik vind het echt van God los als je zo je punt gaat maken. Het is maar een hele kleine groep, maar ze maken een hoop lawaai. Markttechnisch ging het gelukkig beter. Het sluiten van de ‘out-of-home markt’ heeft ons in 2020 zeker 30% afzet gekost. 2021 is beter verlopen’

De bouw, natuur, energieproducenten, iedereen claimt ruimte.

‘Het kan toch niet zo zijn dat we rücksichtlos de landbouw wegjagen uit Nederland? We hebben hier een prachtig vruchtbare delta, alle kennis, de beste boeren, de perfecte infrastructuur, daar moeten we trots op zijn. En volgens mij kun je al die belangen best een goed plekje geven. Dat is ook onze boodschap aan Den Haag: in plaats van uitkopen en het intrekken van milieuvergunningen inzetten op innovatie.’

Wat wens je beroepsmatig voor 2022?

‘Veel van onze kalverhouders zitten dicht bij een natuurgebied en verkeren in grote onzekerheid. Daarom wens ik dat de regering zegt: er is tijd en ruimte om te blijven ondernemen en te innoveren. En ik hoop dat wij als landbouwsector het vertrouwen houden dat wat wij doen, goed is. Zo verkeerd doen we het niet.’

Marijke Everts: ‘Het kan toch niet zo zijn dat we rücksichtlos de landbouw wegjagen uit Nederland?’

Dit artikel verscheen eind december 2021 in Agrarische Magazine 2022 dat onder noordelijke akkerbouwers en melkveehouders is verspreid.

Vorig artikelHoefolle ferstjinnet in boer?
Volgend artikel‘Kalf bij de koe kan prima’