De melkveestapel van Bart van der Burg liet ruim drie jaar geleden al zien dat een gemiddelde productie van 40 liter per koe per dag haalbaar is. Een periode met flinke gezondheidsproblemen bij de koeien zorgde voor een terugval. Aanpassingen in het rantsoen – waarbij het zetmeel rustiger en meer op pensniveau vrijkomt – deden de gezondheid en de productie herstellen.
Vanuit het keukenraam in Steendam kijken Bart en zijn vriendin Mariska Verkleij uit op hun 115 koppige-melkveestapel die genoeglijk loopt te weiden. ‘Dit beeld verveelt nooit’, zegt Mariska (27) glimlachend. Zij is verantwoordelijk voor een deel van de kalverenopfok en helpt Bart (31), naast haar volledige werkweek buitenshuis. Ze hoopt op termijn een rol binnen de maatschap te vervullen. Momenteel vormt Bart de maatschap nog samen met zijn ouders, Lowie en Erianne.
Op het bedrijf wordt al ruim zeven jaar naar tevredenheid driemaal daags gemolken. ‘Daarvoor zagen we veel koeien melk uitliggen in de boxen.’ Een aantal melkers verzorgt zeven melkingen per week, zijn vader melkt wekelijks zesmaal en de rest pakt Bart op.
Ziekte onder het vee
Deze aanpak, in combinatie met een melkgedreven rantsoen, zorgde in de jaren erna voor een mooie productiestijging. Op de top tikten ze de 40 kilo gemiddeld per koe al eens aan. En toch ging dat niet goed. Ruim drie jaar geleden belandden ze in een situatie waarin verschillende koeien ziek werden. ‘Veel kregen vage klachten. Een aantal koeien toonde een lekkende darm en meer dan eens waren ze erg dun op de mest. Er zat dus iets niet goed met de vertering en benutting’, vertelt de jonge melkveehouder. Hij zocht contact met Hoogland BV, omdat hij wist dan diens filosofie achter voeren en rantsoenopbouw meer gebouwd is op rust in de pens en bewezen veilige grondstoffen. ‘Samen met Siebrand Veenstra van Hoogland hebben we toen het rantsoen aangepast. Kort gezegd komt het er op neer dat we nu meer op pensniveau sturen, vooral met het zetmeelaandeel. Dit creëert rust in de vertering en het werkt. Al na een paar weken zagen we de koeien herstellen en niet veel later kwam de productie ook weer in de lift.’
‘Ik ben niet zo’n rekenaar, doe veel op gevoel’
Momenteel krijgen de koeien een rantsoen waarbij ze 6 tot 7 kilo drogestof uit weidegras halen. Daarnaast krijgen ze 12 kilo snijmais, 12 kilo graskuil, 8 kilo bierbostel en 4 kilo premix. Waar nodig wordt het rantsoen aangevuld met extra soja.
De premix bestaat voor een aanzienlijk deel uit maisvlokken, met daarnaast onder andere bietenpulp en soja- en raapzaadschroot. ‘Maar bestendige soja en bestendige raap voeren we niet meer. Dat komt te veel vrij in de darm en vormt dus een verhoogd risico op problemen. De maisvlokken zijn een stabiele en rustigere zetmeelbron dan maismeel, dat we voorheen ook wel voerden’, licht Bart toe.
Rijker basisrantsoen
Een andere aanpassing die ze doorvoerden, is het verhogen van het krachtvoeraandeel in het basisrantsoen. Er wordt gevoerd met een Lely Vector en die mengt de 4 kilo premix mee. ‘Dat vermindert ook de risico’s op voedingsstoringen’, meent Bart. ‘Eerder had je dat sommige koeien wel het hoogwaardige snelle krachtvoer via de krachtvoerboxen opnamen, maar te weinig ruwvoer. Ook dat versterkte onze eerdere problemen.’
‘Bestendig eiwit benut koe het best’
Toen Siebrand Veenstra van Hoogland BV ruim drie jaar geleden bij Bart van der Burg kwam, bevatte het kuilgras relatief veel onbestendig eiwit. ‘In overleg zijn we daarom overgegaan op vloeibaar bemesten voor 1e snede. Dat past op de klei-op-veen grond van Van der Burg beter. Het eiwit bevat nu meer DVE en minder OEB, dat scheelt gezondheidsproblemen en extra bijvoeren om het rantsoen bij te sturen.’ De afgelopen jaren sleutelde Veenstra samen met Bart verder aan het vereenvoudigen van het droogstandsrantsoen en richtten ze het voeren van een opstartbrok anders in. ‘Meer aan het voerhek en voor de verse koeien een specifiekere brok die helpt de piekproductie goed te halen. Elke melkveehouder wil zijn of haar ruwvoer optimaal benutten. Soms vraagt dat echter om een andere aanpak of accentverschuivingen. Bart en zijn familie staan daar open voor; het is mooi te zien dat hen dat nu ook resultaat oplevert.’
De opname van ruwvoer is voor Van der Burg extra belangrijk omdat die meer dan voldoende beschikbaar is. Nadat twee jaar geleden 24 hectare grond extra beschikbaar kwam om te pachten, is er nu 89 hectare in totaal in gebruik. Daarvan wordt 9 hectare benut voor snijmaisteelt en op enkele hectares telen ze tarwe. De 35 hectare tellende huiskavel wordt van het voorjaar tot het najaar benut voor weidegang. ‘Maar het maakt nog steeds dat we ruim in het ruwvoer zitten. Voordeel is dat we slechts 400 kuub mest hoeven af te zetten, maar een optimale benutting van al het ruwvoer is wel een uitdaging.’
Ruwvoer benutten
Met het relatief hoge aandeel ruwvoer in het rantsoen ligt de gemiddelde melkproductie desalniettemin op 38,5 kilo per koe met circa 4,10% vet en 3,50% eiwit. De berekening van Hoogland BV toont dat 19 kilo melk uit ruwvoer komt. De voerefficiëntie ligt op 1,56 per kilo meetmelk. Het aandeel krachtvoer ligt op 25 kilo per 100 kilo meetmelk en het voersaldo momenteel op € 10,94 per dag. In combinatie met dat de koeien goed in hun vel zitten en gezond oud worden, stemmen die cijfers Bart tot tevredenheid. ‘Ik zou best 40 liter per koe willen melken, en afgelopen winter lukte dat ook al weer even, maar het is geen doel op zich. Waar het om draait is dat er continuïteit is in een gezonde productie van de koeien en dat ons ruwvoer goed wordt benut. Op die manier kunnen we een goed saldo draaien. Ik ben niet echt een rekenaar, doe veel op gevoel. Maar de cijfers staven wel dat het nu beter gaat. Deze manier van werken, met een stabieler rantsoen dat meer op pensniveau stuurt, past mij beter.’
Eigen tarwe voeren
Dat de jonge melkveehouder tevreden is en veel op gevoel doet, betekent beslist niet dat hij geen ambitie heeft. Zo hoopt hij dit jaar de eigen verbouwde tarwe ook volledig in het melkveerantsoen te benutten. ‘We hebben de opslag wel. Ik wil die tarwe hier dan ook pletten en in het rantsoen verwerken.’ Een ander idee is om vers gras te gaan voeren in de zomer en het najaar. ‘Zo benutten we dat gras nog beter. We hebben meer dan voldoende graskuil en wat je in de zomer en het najaar inkuilt, mist vaak net even de optimale smaak en voederwaarde na inkuilen. Maar goed, voor het arbeidsplaatje wordt het wel een uitdaging. Daar puzzelen we dit jaar nog even mee verder.’
Ook een verlenging van de stal staat op het verlanglijstje voor de komende jaren. ‘Het idee is om een transitieplek in de melkveestal te creëren met strohokken voor de droge koeien. De schetsen hiervoor liggen al klaar. We hopen daarmee de levensduur van de koeien verder te verlengen. Dat koeien makkelijk afkalven en dat je daar arbeidsgemak van ervaart. Ik houd van gezonde, oude koeien. Daarbij vinden we het belangrijk om ons bedrijf te blijven ontwikkelen en met de tijd mee te gaan. We sparren samen met vrienden en familie over nieuwe plannen en mogelijkheden. Ons geeft het veel energie om met een positieve blik naar de toekomst te kijken.’


































