Naam: Kasper van Benthem (36)
Plaats: Broek
Bedrijf: 200 koeien, 125 stuks jongvee, 127 hectare grond waarvan 60 ha in pacht. Verplaatste zijn bedrijf recent om bij Natura2000-gebied en bijbehorende beperkingen weg te komen.
‘In 2019 heb ik het ouderlijk bedrijf in Blokzijl overgenomen. Het was de tijd dat de stikstofcrisis begon. We molken daar ruim 120 koeien op een locatie die tegen een stikstofgevoelig natuurgebied aan ligt. Dus zijn we meteen gaan kijken wat de mogelijkheden waren. Eén optie was stoppen, maar dat wilde ik niet. Bovendien had ik het net overgenomen dus kon dat ook niet. Een tweede optie was biologisch of vergaand natuurinclusief te gaan boeren. Daar heb ik niets op tegen, maar het zou dan een gedwongen keuze zijn. Dat past mij niet. Daarom koos ik de derde en laatste optie: verplaatsen.’
‘Ik heb ons bedrijf als één van de eersten ingeschreven voor de LVVP verplaatingsingsregeling. Als eerste melkveehouder hebben wij de officiële beschikking gekregen, maar wel pas in januari 2026. Omdat we daar zolang op moesten wachten, was dat best een lastig traject. Je moet je daarbij ook letterlijk niet rijk rekenen. De provincie Overijssel heeft onze grond gekocht en die zijn als de dood voor staatsteun-discussies. Dus we kregen niet meer dan een grondprijs uitbetaald die marktconform is.’
‘Samen met Schelhaas Makelaardij zijn we in de tussentijd al wel actief gaan kijken naar bedrijven in Noord-Nederland die mogelijkheden boden voor ons. Daarbij kwamen we uit bij dit bedrijf dat eigendom was van Henk Bles. In oktober 2024 hebben we de handtekening gezet en in april 2025 heb ik het bedrijf helemaal overgenomen van Henk. Dat wil zeggen, 60 hectare is nog in zijn eigendom en dat pachten we terug. Ook werken we nog wel samen; Henk heeft via zijn bedrijf Bles Dairies vaak buitenlandse relaties en die komen hier te kijken hoe we in Nederland boeren. Hetzelfde geldt voor Semex; het bedrijf waar Henk eerder het importeurschap van had, zij doen nog steeds alle fokkerij hier en komen met regelmaat met klanten langs. Ik vertel dan over onze bedrijfsvoering en waar zo’n stijl van boeren toe kan leiden. Dat is namelijk nu een rollend jaargemiddelde van ruim 14.000 kilo per koe met 4,25% vet en 3,42% eiwit. Voorop staat een gezonde koe die robuust is, in combinatie met hoogwaardig management kunnen we tot topprestaties komen.’
‘Doordat wij dit bedrijf hebben overgenomen heb ik meteen een stap in schaalgrootte kunnen zetten. Met het huidige grondareaal halen we de 2,6 GVE-norm wel. En ook in efficiëntie hebben we meteen grote stappen gezet. Want met deze hoogproductieve veestapel kunnen we ook beter werken aan ermissiereducties. Bovendien is de rek er nog niet uit. Ik bedoel, we hebben nu een vaars die 15.500 kilo melk en meer dan 1.100 kilo vet en eiwit in 305 dagen produceert. Zoiets maakt mij enthousiast om hier verder aan te bouwen. Een mono-mestvergister zijn we nu nog niet aan toe, maar op termijn is dat hier denk ik wel kansrijk. Ook omdat de bijmengplicht van groen gas naar mijn inschatting wel druk op de markt zet en vergisten aantrekkelijker maakt. Voor ons zou het een manier zijn om emissies substantieel te reduceren.’
‘Niet dat ik de kabinetsvoorstellen omarm. Sterker nog, ik denk dat je terecht kunt twijfelen over de vraag of stikstof uit de veehouderij de natuur om zeep helpt. Maar er is zoiets als gelijk hebben en gelijk krijgen. En als je geen gelijk krijgt, moet je in mijn optiek kijken hoe je wel vooruit kunt bewegen. Wij doen dat nu op deze plek. Ik ben nog iedere dag tevreden dat we die keuze hebben gemaakt.’
(Dit artikel verscheen ook in magazine Agrarische Schouw dat vanaf 15-9-2026 verspreid is onder melkveehouders in het noordelijke deel van Nederland.)
































