Een ongekende transformatie van het landelijk gebied staat Nederland de komende jaren te wachten. In flink wat delen van Nederland zal geen melkveehouderij of akkerbouw meer mogelijk zijn of alleen op een extensieve manier. Nederland neemt niet afscheid van z’n boeren, maar staat wel voor een historische transitie.

Het aantal boeren krimpt al jaren, door natuurlijk verloop, strengere milieuregels en vrijwillige beëindigingsregelingen. Sinds 2010 liep het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Nederland terug met ruim 30%, vergeleken met het jaar 2000 is zelfs sprake van een halvering. Nederland telde volgens het CBS begin dit jaar nog 49.459 landbouw- en tuinbouwbedrijven. Ondanks deze ontwikkeling blijft de Nederlandse landbouwsector al jaren opvallend stabiel in prestatie, met een jaarlijks toegevoegde waarde van € 77 miljard en een bijdrage van 7,3% aan het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Verder blijft de export groeien en zorgt het totale agrocomplex nog steeds voor 7,5% van de werkgelegenheid in Nederland. De totale melkproductie in Nederland schommelt al jaren redelijk stabiel rond de 14 miljard kilo per jaar.

Ingrijpend kabinetsplan

Of de Nederlandse boeren en de aanverwante agribusiness deze klinkend cijfers nog lang kunnen realiseren, is zeer de vraag. Waar jarenlang door velen over is gesproken en gebakkeleid – een serieuze krimp van de landbouw in Nederland – wordt langzaam maar zeker bewaarheid. Op vrijdag 26 juni presenteert het kabinet een ingrijpend pakket aan maatregelen om Nederland eindelijk van het stikstofslot te krijgen. Het kabinet wil tot 2035 de ammoniakuitstoot in de landbouw met 42 tot 46% reduceren. Landelijk via afrekenbare emissiedoelen en -plafonds per sector, bijvoorbeeld fosfaatrechten voor melkvee. En gebiedsgericht via zonering rond Natura 2000-gebieden. Kort gezegd: er komen zones, waarschijnlijk in omvang variërend van 500 tot 2.000 meter. In deze gebieden, waarop nu nog volop landbouw wordt bedreven, wordt landbouw ondergeschikt gemaakt aan natuurbeheer. Voor gebieden waar natuurherstel het meest urgent is, gelden de grootste zones. De Veluwe, de Peel, het Groene Hart, het Drents-Friese Wold en Noordwest-Overijssel worden genoemd als gebieden waar veel moet gebeuren. Verder wil het kabinet in het hele land 23–25% minder ammoniakuitstoot in 2030 en 42–46% minder ammoniakuitstoot in 2035. Beide percentages gelden ten opzichte van 2019. Om dat te bereiken worden verschillende instrumenten voorbereid. Daarbij gaat het om bedrijfsspecifieke emissienormen, het invoeren van grondgebondenheid in de melkveehouderij uiterlijk in 2032, afroming van productierechten bij verhandeling en het verbreden van het stelsel van dier- en fosfaatrechten naar geiten en kalveren. Het pakket aan plannen gaat duizenden bedrijven zwaar treffen.

‘Op steeds meer plekken in Nederland krijgt landbouw geen voorrang meer, op een aantal plekken ook wel’

Missen van waardering zit diep

De discussie over wat een acceptabele omvang is van landbouw in Nederland loopt al jaren en wordt steeds feller vanwege botsende belangen. Nederland heeft een van de meest productieve landbouwsectoren ter wereld, wat logischerwijs impact heeft op het landschap. Tegelijkertijd heeft Nederland veel kwetsbare natuurgebieden (Natura 2000) aangewezen die volgens Europese regels beschermd moeten worden. Daarbij komt de uitspraak van de Raad van State uit 2019, die oordeelde dat Nederland onvoldoende onderbouwde vergunningen had afgegeven voor activiteiten die stikstof uitstoten. Sindsdien zitten niet alleen landbouwbedrijven, maar ook woningbouw, infrastructuur en industrie grotendeels op slot. Veel mensen zien krimp van de landbouw als een belangrijke sleutel tot de oplossing, terwijl boeren juist vinden dat het stikstofprobleem en achteruitgang van de natuur schromelijk worden overdreven.

Een groeiende groep ziet het zelfs als een complot om de landbouw een kopje kleiner te maken. Ook vinden veel boeren dat ze ten opzichte van andere sectoren onevenredig zwaar worden belast. Niet te onderschatten in de emotie is dat boeren een schrijnend gebrek aan waardering ervaring in met name de algemene media. ‘Wij zorgen voor voedsel, een eerste levensbehoefte, veel werkgelegenheid, onderhouden het landschap op een goedkope manier en hebben onze uitstoot de laatste decennia fors gereduceerd. Toch zijn we in de algemene media steevast de Sjaak en worden we weggezet als de grote vervuilers’, hoor ik van zoveel boeren.

Aanval op diepgewortelde identiteit

Wat ook meespeelt: voor veel boeren is het bedrijf veel meer dan alleen werk. Het is familiegeschiedenis, het is diepgewortelde identiteit. Wanneer er gesproken wordt over uitkoop, bedrijfsbeëindiging of forse krimp, raakt dat mensen persoonlijk diep. Daardoor gaat het felle debat niet alleen over cijfers, maar ook over identiteit, cultuur, afblijven van onze tradities en leeglopende dorpen.

Krimp niet meer tegen te houden

Zonder slag of stoot zal het historische stikstofplan van het kabinet dan ook zeker niet worden ingevoerd. Het is waarschijnlijk dat er nieuwe trekkeracties komen, politiek zal er veel discussie zijn en het kan zo maar zijn dat het kabinet opnieuw struikelt, temidden van een van de vele discussies die gaan komen. Om nog maar te zwijgen of de plannen juridisch houdbaar zijn. Toch zullen de meeste boeren inmiddels ook doorhebben dat zelfs bij een nieuwe kabinetsval een krimp van de sector nu echt niet meer tegen te houden is. In de discussie rondom de bredere vraag hoe je in een klein en dichtbevolkt land de schaarse ruimte tussen voedselproductie, natuur, wonen, waterkwaliteit en economie verdeelt, is de landbouw aan het verliezen.

Ook in tal van landen om ons heen is dat het geval en grijpt de regering stevig in op landbouw. Terwijl alle landen waar dit ook speelt dunnerbevolkt zijn en veel meer ruimte hebben dan Nederland. En dan zou de landbouw hier gewoon op de oude voet door kunnen gaan? Ook al zouden we het nog zo graag willen, het is geen realistische gedachte. Zelfs niet als de regering maximaal ruimte geeft aan innovatie, managementmaatregelen en technische emissiereductie om de impact van de landbouw op het landschap terug te dringen. ‘Als Nederland de Europese doelen wil halen voor klimaat, waterkwaliteit, beschermde diersoorten en stikstof, dan is een forse inkrimping van de veestapel vrijwel onafwendbaar’, schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al sinds 2020 jaar op jaar.

Tijd om strategisch te kiezen

Boeren zullen in dat hele krachtenveld voor zichzelf een duidelijke strategische afweging moeten maken: in welk gebied zit ik en wat zijn m’n kansen hier nog? Zit je nabij kwetsbare natuur dan kun je kiezen tussen buigen naar extensiveren met onzekere nieuwe verdienmodellen, verkassen naar gebieden in Nederland waar nog wel wat ruimte is om te boeren, emigreren, een ander beroep kiezen of stoppen. Er zijn of komen genoeg regelingen die dat financieel extra aantrekkelijk maken.

Of Nederland ondanks de onvermijdelijke krimp toch een trotse en wereldwijd geroemde landbouwexportnatie kan blijven? De verwachting van veel landbouwdeskundigen is dat als Nederland de komende jaren minder nadruk legt op maximale productie van bulkproducten en meer gaat inzetten op hoogwaardige producten met toegevoegde waarde dat best het geval kan zijn. Robots, AI en precisielandbouw kunnen daarbij helpen. Als Nederland erin slaagt dat verhaal slim en succesvol te combineren met strengere milieu- en klimaatdoelen, kan het internationaal wel degelijk haar leidende positie behouden.

Resumé: nee, Nederland neemt geen afscheid van z’n boeren, wel van het tijdperk dat overal alles kon en mocht. Op steeds meer plekken in Nederland krijgt de landbouw geen voorrang meer, op een aantal plekken ook wel. Voor wie daarin wil en vooral ook kan meebewegen, blijft er plek en een goed verdienmodel.

Vorig artikel‘Accu’s helpen ons richting 100% zelfvoorzienend te zijn’
Volgend artikelHarde groene koers is slikken voor Deense boer