Medio april werd de Subsidieregeling Extensivering Melkveehouderij (SEM) openbaar gemaakt. Dit vrijwillige krimpplan lijkt geen succes te worden. Hoofdoorzaak: de diepgewortelde angst voor nieuwe referentiedata. Ook economisch is het voor de meeste blijvers niet direct interessant, rekent Arend Hoekstra van Van der Veen & Kromhout voor. ‘Maar voor de groep die toch al wil afbouwen of afschalen, biedt het wel degelijk kansen.’

De vrees voor een generieke korting en daarbij horende referentiedata hangt al enkele jaren boven de melkveesector. Het bemoeilijkt vele initiatieven en maakt melkveehouders afwachtend. Dat lijkt ook tot uiting te komen in de animo voor de SEM-regeling. Exacte cijfers daarover worden waarschijnlijk pas bekend nadat de inschrijving op 29 juli sluit, maar de eerste signalen wijzen daar duidelijk op. Arend Hoekstra, senior-adviseur bij Van der Veen & Kromhout heeft nog geen enkele aanvraag verzorgd. ‘Het leeft niet. En de belangrijkste oorzaak is de vrees voor een nieuwe referentiedatum in verband met een generieke korting of het innemen van latente ruimte. Wie nu inschrijft en fosfaatrechten inlevert, snijdt zichzelf waarschijnlijk op dat vlak in de vingers als de overheid in die drie jaar tijd inderdaad ingrijpt in de markt. Of die vrees gegrond is, is niet goed in te schatten. Logisch is het wel.’

‘Veel hangt af van hoe melkprijs zich ontwikkelt’

Volgens Hoekstra zijn er nog een paar redenen waarom veel melkveehouders deelname aan de SEM niet eens overwegen. ‘De meerderheid rekent met de huidige prijzen van fosfaatrechten van rond de € 220, terwijl de vergoeding die de overheid biedt € 110 bedraagt. Omdat er 30% van die € 220 wordt afgeroomd, is die vergelijking niet helemaal zuiver, maar zo leeft het wel, merk ik in gesprekken. Net zoals ik merk dat op krimp toch enigszins een taboe heerst.’

Regeling biedt kansen

Het weerhield Hoekstra er niet van om uit te rekenen hoe deelname kan uitpakken. Iets wat hij elke melkveehouder aanraadt te doen voor zijn of haar eigen situatie. Wetende dat de huidige melkprijs van rond de € 40 per 100 kilo onvoldoende is voor veel bedrijven om wat te verdienen. En wetende dat vooral de mestafzetkosten heel hard op de verdiencapaciteit drukken. Nu en waarschijnlijk de eerstkomende jaren ook nog. ‘Door drie jaar lang 10 tot 20% te krimpen, kunnen melkveehouders in één keer van die financiële én mentale druk verlost zijn’, zegt hij. Daar komt bij dat banken verplicht worden om extra stimuleringsregelingen – lees voordeligere voorwaarden qua rente en aflossing – te verstrekken aan deelnemers van deze regeling. ‘Dat biedt dus ook nog kansen.’

Zo bekeken kun je eigenlijk niet anders concluderen dat wanneer je nu al te krap in de arbeid zit, of wanneer mestafzetkosten je hele winst opsouperen, deze regeling best interessant kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan boeren die verwachten nog vijf tot tien jaar te melken en de rompslomp op mestafzetmarkt spuugzat zijn. Of de groep boeren die dichtbij een natuurgebied zit en hoe dan ook op slot blijft zitten qua ontwikkelingsruimte. Of de boeren die een baan buiten de deur erbij hebben en met de arbeid in de knel zitten. Het zijn zomaar wat voorbeelden van categorieën boeren waarvoor deze regeling weleens heel welkom en passend kan zijn.

 

Compensatie per koe

Voor de SEM is een aantal spelregels opgesteld die het raamwerk vormen:
• Een driejarige compensatie per afgevoerde koe (€ 1.606 per jaar, drie jaar op rij).
• Minimaal 10% van het melkvee minder houden dan je vorig jaar gemiddeld in de stal had lopen en maximaal 20%.
• Fosfaatrechten worden ingeleverd en van de markt gehaald. De vergoeding ligt op € 110 per recht en wordt niet afgeroomd.

Op basis van deze uitgangspunten rekende Hoekstra twee voorbeeldsituaties  uit. In deze rekenvoorbeelden wordt uitgegaan van een prijs voor de mestafzet van € 30 per kuub en € 0,30 per kilo melk aan gederfde inkomsten, door te rekenen met een gemiddelde melkprijs van € 0,50 minus € 0,20 aan directe kosten. De vaste kosten blijven immers gelijk, maar op kosten als voer en veearts bespaar je per saldo geld.
De opbrengen voor de verkoop van koeien wordt niet meegerekend. Stopt de melkveehouder over bijvoorbeeld vijf jaar, dan zou hij immers anders ook die inkomsten hebben. En breidt hij of zij na de drie jaar geldende regeling weer uit, dan moeten er koeien teruggekocht worden.

Geen opvolger

Het eerste voorbeeld is van een melkveehouder met 100 koeien, 65 stuks jongvee en 60 ha in gebruik (zie tabel). De productie ligt op 9.000 kilo melk per koe en dit bedrijf moet in de huidige situatie 28 kuub mest per koe afvoeren. Deze melkveehouder is net 60 geworden, is nog fit maar heeft geen opvolger. Hij wil liefst nog 5 tot 8 jaar door melken.
De rekensom toont dat 20% koeien minder houden deze melkveehouder een economisch voordeel biedt van ruim € 94.000 over de drie jaren gerekend. Bij 10% krimp is het voordeel de helft: € 47.480. Dit voordeel zit deels in de uitkering van de subsidie die hoger ligt dan de gederfde inkomsten, maar voor een nog groter deel in de besparing op mestafzetkosten. Hierbij is mee ingerekend dat het aantal stuks jongvee procentueel mee daalt.

Het is koffiedik kijken hoe de kosten voor mestafzet zich de komende jaren ontwikkelen. De hoogte hiervan heeft wel een groot effect op hoe interessant de SEM-regeling voor melkveebedrijven kan zijn.

‘Als je verwacht dat de mestafzetkosten over de komende drie jaar substantieel lager liggen dan € 30 per kuub, komt het plaatje er natuurlijk anders uit te zien’, stelt Hoekstra. ‘Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van de melkprijs. Als die duidelijk hoger ligt, ligt je saldo per koe ook hoger en kan het minder snel uit. Komt de melkprijs de komende jaren lager uit, dan kan meedoen nog sneller wel uit.’

 

Hoekstra benadrukt dat deze inschattingen aan elke melkveehouder zelf zijn om te maken, maar dat de rekenmachine erbij pakken wel inzicht verschaft. En die laat zien dat deelname voor een boer in deze positie economisch gezien interessant is. Waarbij hij een belangrijke opmerking plaatst: ‘We gaan er vanuit dat deze melkveehouder de 10 of 20% fosfaatrechten na drie jaar niet terugkoopt. Doet hij dat wel, dan is al het voordeel in één keer verdampt.’

‘Het is niet logisch te denken dat fosfaatrechten goedkoper worden’

Rechten terugkopen nekt

Dat is meteen het bruggetje naar het andere rekenvoorbeeld. Dit is een maatschap met man/vrouw/zoon bij wie de mestafzetkosten op dit moment sterk knellen. Zij melken 180 koeien die gemiddeld 9.000 kilo melk produceren, houden 130 stuks jongvee en hebben 100 ha grond in gebruik. Ook voor dit bedrijf heeft deelname aan de regeling in eerste instantie een economisch voordeel. Namelijk bijna € 87.000 bij 10% krimp en bijna € 174.000 bij 20% over drie jaren gerekend. Aangezien hier een opvolger in het spel is, is het echter aannemelijk dat na afloop van de regeling deze ondernemers terug willen groeien naar hun huidige omvang. Niemand weet wat de prijs van fosfaatrechten dan is, maar het is niet logisch om te denken dat de waarde daarvan dan lager ligt. ‘De markt wordt krapper als er rechten uit de markt worden gehaald. Daarvan mag je eerder een prijsopdrijvend effect verwachten’, zegt Hoekstra.

Rekenende met de huidige prijs van circa € 220 moet het bedrijf in dit voorbeeld bij 20% krimp voor € 344.500 weer fosfaatrechten terugkopen en bij 10% de helft van dat bedrag. Beide keren is dat een bedrag een keer zo hoog dan het berekende voordeel.
‘Daarmee is het van essentieel belang om in te schatten of je na afloop van deelname aan de SEM-regeling weer naar de huidige omvang wilt terug groeien. Alles afwegende zal dan het advies zijn: doe het niet. Wil je toch al afschalen of vind je 10 tot 20% inkrimpen prima omdat je inschat nog zo’n 5 tot 8 jaar maximaal te willen melken? Dan kan de regeling zeker interessant zijn’, stelt Hoekstra. ‘Niet alleen tackel je zo de kosten én het gedoe rond mestafzet in veel gevallen, maar het voordeel kan best nog wel eens groter uitpakken dan hier berekend. Je krimpt immers in het ondereind van de veestapel, wat in veel gevallen voor de rest van de veestapel een beter saldo tot resultaat zal hebben. Meer ruimte in de stal en een boer die meer tijd heeft, komt het koesaldo bijna altijd ten goede.’

Vorig artikelRobots geven familie De Jong vrijheid en minder arbeid
Volgend artikel‘Wij willen 26 miljoen kilo melk leveren met 27 robots’