Je hebt een vergunning. Je hebt geïnvesteerd. Je doet alles volgens de regels. En toch kun je je afvragen of je over een paar jaar je bedrijf nog mag uitoefenen. Voor steeds meer boeren is dat de realiteit. De vergunning die zekerheid moest bieden, voelt ineens als iets wat morgen ter discussie kan staan. En dat leidt tot angst en wantrouwen op het boerenerf.
Een boer kijkt tegenwoordig niet alleen meer naar de melkprijs, de voerrekening of z’n eigen vermogen. Hij kijkt ook naar de vergunning. Want wat is een bedrijf waard als niet zeker is of je het morgen nog mag exploiteren? Een boer kan bijvoorbeeld een bedrijf hebben dat op papier miljoenen waard is, maar als onzeker is of je nog wel mag boeren in een bepaalde zone, of dat de natuurvergunning behouden blijft, kan die waarde ineens zo maar nul zijn. Het is die angst, die onzekerheid die je niet terugziet in de financiële cijfers van een bedrijf, maar die zich wel steeds nadrukkelijker aandient. Kan ik hier over vijf of tien jaar nog wel boeren, is de vraag die momenteel aan menig keukentafel wordt gesteld. Op de melkveebedrijven van circa 3.000 PAS-melders wordt deze vraag al jaren gesteld.

Nadat de provincie Noord-Brabant eerder deze zomer besloot om onder rechterlijke druk de vergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken, zit de angst en het wantrouwen er nu op veel meer melkveebedrijven goed in. Het besluit impliceert dat een vergunning niet absoluut is en dat zelfs bestaande vergunningen onder omstandigheden ter discussie kunnen komen te staan. Bij verschillende Nederlandse provincies liggen inmiddels meer dan 200 verzoeken van milieuorganisaties om stikstofvergunningen van boerenbedrijven in te trekken, zo blijkt uit recente antwoorden van landbouwminister Jaimi van Essen op Kamervragen. De juridische procedures zijn gestart door organisaties zoals Mobilisation for the Environment (MOB), om de stikstofuitstoot rondom kwetsbare natuurgebieden versneld omlaag te brengen. De verzoeken liggen verspreid over het hele land en zorgen voor grote onzekerheid en spanningen in de agrarische sector.

Anonieme Boer dient zich aan
Bij het maken van artikelen en reportages begint het ons als landbouwjournalisten de laatste maanden op te vallen dat een groeiende groep boeren vriendelijk bedankt voor medewerking. Zo ook bij ons plan om vier melkveehouders uit Noord-Nederland in dit magazine aan het woord te laten over wat de stikstofbrief betekent voor hun melkveebedrijf. Verschillende melkveehouders die we hiervoor benaderden lopen anoniem helemaal leeg, maar willen voorlopig niet met ‘onze kop in de krant’. Het artikel op pagina 39 laat haarfijn zien hoe groot de angst is. We hebben in dat artikel uitspraken van verschillende boeren, die ons anoniem wel te woord wilden staan, samengevat. ‘Heus, ik had je graag te woord gestaan. Maar eerlijk: ik durf het niet. Ik ben bang op mijn eigen erf om mijn verhaal te doen’, zo zegt Anonieme Boer uit Onbekend. ‘De MOB is de reden dat ik mijn verhaal niet openlijk durf te delen. Uit angst dat ik de volgende ben die een brief op de mat vind met een onheilspellend bericht. Eerlijk gezegd heeft de MOB al gewonnen. Ze hebben mij monddood op mijn eigen erf gemaakt.’ Was getekend, Anonieme Boer.

Minister had regie moeten pakken
‘Dat had heel anders gekund’, zegt Lubbert van Dellen, directeur Agro bij Flynth. Hij noemt het onbegrijpelijk dat landbouwminister Jaimi van Essen in het Brabantse vergunningenverhaal niet meteen de regie heeft gepakt. ‘Met de Brabantse kwestie is de rechtszekerheid van boeren op het spel komen te staan en voelen vele boeren zich vogelvrij. De minister had dat meteen in de kiem kunnen smoren door de Brabantse Staten te verwittigen dat hij dit najaar met een spoedwet komt die hun actie overbodig maakte. Ik begrijp niet waarom Van Essen dat niet meteen gedaan heeft. Nu deed hij dat pas op de laatste dag voordat de Staten erover gingen praten, samen met premier Jetten. Toen was het leed al geschied en het wantrouwen enorm gegroeid. Iedereen binnen de agrarische sector, inclusief ik, is daarmee ook sceptischer geworden over de stikstofbrief. De minister heeft de discussie rond rechtsgeldigheid in Brabant onnodig laten ontsporen.’

Stikstof is meten met twee maten
Het diepe gevoel van wantrouwen dat zich meester heeft gemaakt van de sector wordt extra gevoed door andere gebeurtenissen in Noord-Brabant. In een open brief noemt oud-statenlid Herman Vreugdenhil het niet te bevatten dat de Amercentrale, na jarenlang illegaal zonder geldige vergunning in bedrijf te zijn geweest, nu alsnog een vergunning krijgt voor de uitstoot van 50.000 kilo stikstofoxiden per jaar en 1.505.000 kilo ammoniak, nota bene op 250 meter afstand van natuurgebied de Biesbosch. ‘Terwijl vijf boerengezinnen in de Peel jarenlang met een geldige vergunning in bedrijf zijn geweest en positief hebben meegewerkt aan de stikstofreductie-opgave, te horen krijgen dat de provincie hun vergunning intrekt en ze hun bedrijf moeten sluiten.’ Hij noemt tal van vergelijkbare voorbeelden van meten met twee maten, waaronder ook bij Eindhoven Airport. ‘De stikstofbrief van de minister had moeten leiden tot rechtszekerheid en het weer opstarten van de vergunningverlening met een breed gedragen aanpak’, zegt Vreugdenhil. Het omgekeerde gebeurde. ‘Nu heerst er grote onzekerheid over bestuurlijke willekeur in het verlenen en intrekken van vergunningen. Het contrast kan niet groter wanneer de overheid de ene uitspraak van de rechter bewust op zijn allerstriktst uitlegt en direct de meest vergaande maatregelen voor boerengezinnen neemt, terwijl voor een biomassacentrale, een distributiecentrum of een luchthaven diezelfde overheid zoekt naar de kleinste mazen in de wet om een vergunning te verstrekken, tijd te rekken en handhaving zo lang mogelijk uit te stellen. Zolang deze willekeur in het stikstofdossier in stand blijft en we als samenleving niet met z’n allen bereid zijn om de pijn eerlijk te verdelen, zal het vertrouwen in een eerlijk vergunningenbeleid alleen nog maar verder afnemen.’
Juridisch blijft Nederland op slot
Wouter de Heij mengt zich de laatste jaren nadrukkelijk in het debat over stikstof en schrijft daar veel over op zijn eigen platforms. Hij was aanvankelijk nog redelijk positief over de stikstofbrief, maar is inmiddels beduidend gematigder. In zijn meest recente publicatie op Stikstofnet schrijft hij: ‘De beantwoording van de Kamervragen over de stikstofbrief laat vooral zien hoe hardnekkig het oude denken nog steeds is. De minister gebruikt inmiddels wel woorden als gebiedsgericht, doelsturing, natuurherstel en emissiereductie. Maar wie goed leest, ziet dat de kern van het beleid nauwelijks verandert. Er komt geen echte ruimte voor integrale gebiedsplannen. De generieke normen blijven overeind. AERIUS blijft de poortwachter voor vergunningverlening. De rekenkundige ondergrens wordt niet snel ingevoerd. En maatregelen waar boeren vandaag al mee kunnen sturen, zoals voer, management, weidegang en kringloopprestaties, krijgen nog altijd geen stevige juridische erkenning. Kortom: er wordt veel gesproken over beweging, maar juridisch blijft Nederland gewoon op slot.’
Einde ellende niet in zicht
En zo lijkt ook nu weer het einde van het stikstofdossier nog lang niet in zicht. Terwijl het wemelt van concrete oplossingen, technisch dan wel op gebied van management, stuk voor stuk crashen ze op juridische borging. Johan Vollenbroek en zijn kornuiten staan met het mes klaar om elke oplossing aan te vechten. Lubbert van Dellen: ‘Willen we echt stappen zetten dan moet de stikstofwet uit 2021 aangepast worden. Zolang de KDW leidend blijft, houdt een club als MOB altijd munitie om alles aan te vechten.’
In dit magazine laten vier melkveehouders zien hoe ze elk op hun eigen manier omgaan met de stikstofbrief. Treffend is de uitspraak van biologisch melkveehouder Pieter Koonstra uit Vinkenbuurt: ‘Onze zoon heeft belangstelling om het bedrijf over te nemen. Hij kwam laatst van school met de vraag: ‘Papa, wat moet jij nou doen om te zorgen dat ze onze vergunning ook niet gaan intrekken? Het antwoord op die vraag moet ik hem schuldig blijven.’


































