Rabobank Nederland heeft minder krediet uitstaan bij boeren in Nederland. In het buitenland is juist sprake van groei. Is het een voorbode van een langzaam uit het overvolle Nederland verdwijnende landbouw? We vragen het Carin van Huët, sinds anderhalf jaar directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland.

Is het een voorbode?
‘In Nederland blijft er plek voor eenland- en tuinbouwsector, maar die zal er anders uitzien dan nu, met minder bedrijven en dieren. Als je ziet wat er aan wet- en regelgeving is en er nog aan komt, dan verwacht ik dat de omvang van de veestapel terug gaat lopen, ook
in de melkveehouderijsector. Begrijp me goed, dit is voor de Rabobank geen doel op zich, maar het gevolg van de ontwikkelingen. Er gaat de komende jaren echt wat veranderen. In de hele keten – van boer tot bord – zijn stappen nodig voor een verantwoorde voeding
met minder ecologische impact. Dit leidt onder meer tot nieuwe teelten, andere manieren van produceren, extra aandacht voor dier en biodiversiteit en andere voedingspatronen.’

‘OOK IN MELKveeSECTOR
VOORZIE IK DALING van de
VEESTAPEL’

Wat betekent dat concreet voor boeren en hun bedrijven?
‘Iedere boer die een positie wil behouden in Nederland moet stappen maken in duurzaamheid. Niets doen en zitten waar je zit, is geen optie meer. Niet voor niks wordt duurzaamheid een steeds belangrijker onderdeel van het kredietbeleid van Rabobank. We
hebben een duurzaamheidsmatrix ontwikkeld. Dat is een checklist waarin de mate van duurzaamheid per sector wordt vastgesteld. Deze matrix speelt een steeds prominentere rol bij financieringsaanvragen. Zo willen we boeren stimuleren om in beweging te
komen.’

Dus een boer die zwaar onvoldoende scoort op de duurzaamheidsmatrix, krijgt geen financiering meer?
‘We zeggen niet: u krijgt geen financiering. Maar we gaan wel nadrukkelijk het gesprek aan over de mate waarin een bedrijf aan de duurzaamheidsnormen voldoet. Toekomstvisie is dan ook een belangrijk onderwerp van gesprek: waar wilt u naar toe? Vervolgens stippelen we samen een pad uit om uiteindelijk te verbeteren op de verschillende duurzaamheidscriteria.’

Werkt Rabobank ook aan concrete producten om duurzaamheid op het boerenerf te stimuleren?
‘Ja, dat doen we. In Drenthe experimenteren we nu in een pilot met de Planet Impact Lening. Melkveehouders kunnen een rentekorting van 0,5 procent krijgen als ze investeren in een bedrijfsvoering die bijdraagt aan meer duurzaamheid en biodiversiteit. De eerste rentekortingen aan Drentse melkveehouders zijn verleend en er komen nog meer aan. Daarnaast willen we de pilot de komende maanden uitbreiden naar andere provincies. De
voorwaarde is wel dat er minimaal twee partners zijn die ook een financiële prikkel geven. De Drentse melkveehouders konden aansluiten bij de PlanetProof-melkstroom van FrieslandCampina en het verduurzamingsproject van Provincie Drenthe waarin melkveehouders in drie jaar tijd € 7500 kunnen verdienen door te verduurzamen. Net die stapeling maakt het voor ondernemers interessant om echt te gaan verduurzamen. We willen het product ook in de akkerbouwsector introduceren.’

Wat moeten boeren doen om in aanmerking te komen?W
‘De lening is bedoeld voor melkveehouders die verbeteringen laten zien op grondgebondenheid, vermindering van uitstoot van broeikasgassen, ammoniakemissie,
stikstofbodemoverschot en aandeel in natuur en landschap. Aan de hand van de biodiversiteitsmonitor wordt de score bepaald. Zowel bestaande als nieuwe
leningen komen in aanmerking.’

Duurzaamheidsmatrix, rentekorting, het dit voorjaar gestarte programma Food Forward om de landbouwtransitie aan te zwengelen. Rabobank kiest anders dan voorgaande jaren voor een actieve regierol. Waarom is dat?
‘Ik zie het niet als een koerswijziging, want we hebben dit wel vaker
gedaan. Dat gebeurde toen echter meer op de achtergrond, nu doen we
het prominenter, vooral omdat de ontwikkelingen rondom duurzaamheid, klimaat, internationalisering, bewustwording over voedsel in een stroomversnelling zitten. Wij
vinden dat we als leidende financier verantwoordelijkheid moeten nemen
om de discussie over de invulling aan te zwengelen en te stimuleren.’

Brengt Rabobank dit geluid ook in praktijk? Er zijn nog regelmatig boeren die wel iets willen doen met transitie, maar van Rabomedewerkers het advies krijgen om te kiezen voor schaalvergroting. Dat is het makkelijkst te financieren en terug te verdienen.
‘Deze vraag verrast mij, ik herken hem niet in elk geval. Schaalvergroting kan een advies zijn, maar nooit zonder dat het gepaard gaat met verduurzaming en dierwelzijn. Soms
is wel schaalvergroting nodig om verduurzaming van het bedrijf rendabel te maken. De ondernemer moet de investering wel terug kunnen verdienen.’

Kunt u aangeven welke criteria op dit moment de hoogte van de financiering van een boer bepalen?
‘Rendement en cashflow zijn heel belangrijk, dat geeft namelijk ruimte om investeringen aan te gaan die nodig zijn voor de toekomst. Welke toekomstvisie heeft een boer, hoe onderneemt hij, hoe kijkt hij aan tegen innovatie, waar gaat de sector naar toe, hoe beweeg je daarin, al dat soort zaken nemen we mee in de afweging. Het beeld bestaat dat grond als onderpand nog steeds leidend is voor de hoogte van de financiering, maar dat is al jaren niet meer zo.’

‘Rendement en cashflow zijn heel belangrijk bij de keuze financiering te verstrekken.’ Foto: Landpixel

Is de Rabobank ook minder soepel geworden met financieren?
‘We zijn bewuster gaan financieren op rendement en cashflow, dat klopt. Maar het is een misverstand dat we ook minder financieren. Dat we in Nederland 5 miljard minder aan
krediet hebben uitstaan, komt mede doordat er de laatste jaren behoorlijk is afgelost en dat de looptijden voor financiering korter zijn geworden. Ook is er eerder al een inhaalslag geweest in vervangingsinvesteringen. Ondernemers maken nu wat vaker een pas op de plaats. En er komen minder bedrijven. Maar per bedrijf stijgt de financiering. Je ziet dat de sector aan het veranderen is qua grootte en kapitaalsintensiteit en dat zal niet stoppen.’

Een lening voor het kopen van fosfaatrechten moet in vijf jaar worden afgelost. Bestaat er een kans dat dit versoepeld wordt?
‘Nee, dat is niet de bedoeling. Als je van vijf tien jaar maakt, is de kans groot dat de fosfaatrechten alleen maar duurder worden. Dat gaat ten koste van andere noodzakelijke toekomstinvesteringen. Dit kunnen we goed uitleggen aan melkveehouders.’

Hoe staat Rabobank tegenover eerdere voorstellen om dier- en fosfaatrechten
tussen sectoren verhandelbaar te maken?
‘Daar hebben de sectoren duidelijk nee tegen gezegd, maar wat de Rabobank
betreft was dit een zeer bespreekbare optie geweest. Al zou je het maar tijdelijk doen. Het biedt melkveehouders meer ruimte tegen betaalbare prijzen, terwijl de opbrengst van dierrechten voor stoppende varkenshouders ook aantrekkelijker wordt. Zo kan er in die sector een warme sanering plaatsvinden.’

‘De Rabobank was voorstander van het verhandelbaar maken van dier- en fosfaatrechten tussen verschillende sectoren’

Landbouwminister Carola Schouten wil toe naar een kringlooplandbouw. Past daarbij een door Rabobank gefinancierde op export toegesneden landbouwsector?
‘Die beide hoeven niet met elkaar te botsen, het is maar net hoe die kringloop wordt ingevuld. Ik ben van mening dat kringloop niet ophoudt bij de landsgrenzen. Voor elke koe die je uit Nederland weghaalt, heb je in de meeste andere landen twee nodig om hetzelfde
te produceren. In Nederland lopen we qua duurzaamheid en dierwelzijn wereldwijd voorop. In het buitenland wordt vol bewondering en ook wel jaloers gekeken naar de prestaties op dit gebied. Er moet in Nederland dus plek blijven voor de productie van dierlijk en
plantaardig eiwit.’

€ 5 miljard minder krediet
Nederlandse boeren en tuinders hebben in 2019 ruim € 25 miljard aan leningen uitstaan bij Rabobank Nederland. Veehouderijbedrijven zijn goed voor 60 procent van de portefeuille in Nederland, tuinbouw en akkerbouw voor respectievelijk 24 en 10 procent. In 2013 bedroeg
het uitstaande krediet nog ruim € 30 miljard. In totaal leent Rabobank aan de Food en Agri-sector, dus inclusief de toeleveranciers en verwerkers van boeren, € 38 miljard uit. Wereldwijd heeft Rabobank in Food en Agri € 105,5 miljard aan krediet uitstaan. Het marktaandeel van de Rabobank aan uitstaande leningen in Nederland in de melkveehouderijsector is 83 procent. Voor de hele land- en tuinbouw is dat 85 procent.

Hoe gaan bedrijven invulling geven aan deze ontwikkeling?
‘De bedrijven worden groter en specialistischer, al blijft er ook ruimte voor kleinere sterke familiebedrijven en bedrijven die in een niche opereren. Ook de bedrijfsvormen zijn aan het
veranderen. Ondernemers vormen vaker maatschappen of andere ondernemingsvormen, om zo bedrijven te combineren of om gezamenlijk te kunnen investeren in verduurzaming.
Zo zie je met name in de akker—en tuinbouw vaker ondernemingsvormen waarbij familiekapitaal en exploitatie worden gescheiden. Dit gebeurt niet alleen binnen de familie, maar ook in toenemende mate buiten de familie. De familie brengt dan tegen een vergoeding het bedrijf in de onderneming en blijft eigenaar. Ik verwacht dat dit ook meer gemeengoed gaat worden in de steeds kapitaalintensiever wordende melkveehouderij. Verder verwacht ik dat er meer ketensamenwerking komt, met betere onderlinge afspraken tussen partijen en een betere positie voor de boer in de keten.’

Carin van Huët: ‘Stilzitten qua duurzaamheid is voor geen enkele melkveehouder meer een optie.’ Foto’s: Rabobank

 

Dit artikel verscheen ook in het magazine Agrarische Schouw dat is uitgegeven en verspreid vanaf 20 september 2019 in Noord-Nederland.