Een nieuw melksysteem op de markt zetten is geen sinecure. Hoe ga je bijvoorbeeld om met het reiniging van de melkbekers als dat meer tijd neemt dan gewenst? Jan Castelein vond met hulp van drie scholieren een mogelijke oplossing.

Als over melksystemen gesproken wordt, wordt het Nieuwe Melken sinds een paar jaar naast robots en traditionele melkstallen ook genoemd. Dit systeem kenmerkt zich door het weglaten van melkklauwen. Het systeem zorgt er zo voor dat de melkbekers altijd recht onder de uier gepositioneerd zijn en het voor de melker veel lichter en ergonomischer is. De laatste vier jaar is de verkoop en installatie echt op gang gekomen en inmiddels werken zeven melkveehouders in Nederland met het systeem.

Bevuiling van de melkbekers is een ongegronde vrees, stelt Castelein. Foto’s: Langs de Melkweg.

Om beter te weten hoe deze melkveehouders het systeem ervaren, voerden drie scholieren een enquête uit. Kees Castelein (17), Wessel Wijnja (16) en Sierd de Boer (16) pakten dit op als onderdeel van hun Technasium/Havo 5-opleiding. Van de ondervraagde melkveehouders kregen ze de respons dat het melken veel lichter én sneller gaat dan voorheen. Als nadeel werd benoemd het schoonmaken van de melkbekers. Dit neemt volgens een aantal meer tijd dan wenselijk. ‘Eén van de melkveehouders melkt driemaal daags in een 34-stands carrousel. Het schoonmaken kost hem opgeteld anderhalf uur per dag’, vertelt Kees Castelein. Hij is de zoon van uitvinder en distribiteur van het melksysteem Jan Castelein.

Sierd de Boer (links), Wessel Wijnja (midden) en Kees Castelein tonen het prototype met vier buizen om de melkbekers semi-automatisch te kunnen schoonmaken.

Prototype

Melkveehouders die met het systeem werken, halen nu na de melkbeurt alle melkbekers omhoog en spuiten die met een hogedrukspuit schoon.
‘Het signaal van het tijdrovende schoonmaken hadden we al vaker gehoord’, vertelt Jan Castelein. ‘Gelukkig moesten de scholieren ook een ‘doe-opdracht’ uitvoeren. Ik heb hen daarom gevraagd iets uit te vinden om het schoonmaken te automatiseren.’
De jongelui slaagden erin een prototype te fabriceren en te testen. Hiermee wordt een karretje met daarop vier aluminium buizen over de melkbekers geplaatst. De melkbekers worden op zuignapjes onderaan de buizen vacuüm gezogen. In de buizen zitten borstels en de installatie wordt op perslucht en water aangesloten vanuit de melkput.

‘Dit voorjaar willen we een echte installatie testen’ 

‘Het idee is dat de melker na het melken het karretje met de buizen over de eerste stand met melkbekers plaatst. De bekers worden vlot gereinigd en de installatie schuift op naar de volgende stand’, licht Kees Castelein toe. ‘Onze verwachting is dat dit systeem minimaal zo goed en vlot kan werken als het reinigen met een hogedrukspuit. Of dat daadwerkelijk zo uitpakt, moet nog blijken. We zijn door dit prototype wel zo overtuigd van de mogelijkheden dat we een echte installatie laten bouwen. We hopen die in het voorjaar van 2020 uit te proberen op de verschillende melkveebedrijven.’   

Ongegronde vrees

Over de huidige verschillende melkveehouders gesproken, zijn die er wel voldoende? Zeven gebruikers in vier jaar tijd is mooi, maar ook weer niet echt een hoog aantal. ‘Er is beslist continu interesse van melkveehouders uit binnen- en buitenland’, vertelt Jan Castelein. ‘Onzekerheid door wet- en regelgeving maakt echter dat veel melkveehouders de laatste jaren voorzichtiger zijn geworden om te investeren in een nieuwe melkstal.’

Er is echter nog een punt waar vaak vragen over rijzen. Dat is de vrees voor mest op of in de melkbekers als koeien schijten tijdens het melken. ‘Ten eerste zit er een mestgoot achter wat meer dan 80 procent van de mest wegvangt’, zegt Jan.’Ten tweede hangen de bekers gedurende het melken natuurlijk onder het uier. Dan kunnen de bekers dus niet vervuild raken. Er is dus een slechts een minimale kans, tijdens het aansluiten en de afname van de melkbekers van de uier, dat ze vervuild kunnen raken. Ik zeg altijd: kom gewoon eens proefmelken. Dan zie je dat die vrees ongegrond is.’