Onderzoek onder Friese burgers wijst uit dat 68 procent trots is op de Friese boeren. De helft van de ondervraagde burgers vindt het belangrijk dat boerenbedrijven in de toekomst kunnen groeien en 5 procent van de burgers geeft de kwaliteit van het Friese landschap een onvoldoende.

Medio 2018 zette het Fries Sociaal Planbureau (FSP) in samenwerking met de Fryske Akademy een vragenlijst uit naar 3.500 Friese burgers. Ruim de helft van dit aantal – 1.828 – vulde de enquête in. Uit de enquête komt een opvallend positief beeld naar voren over de Friese landbouw en zijn verwerkende industrie. Het merendeel van de burgers vindt dat boeren een belangrijk deel van de Friese identiteit vormen en dat de boeren deel uitmaken van het Friese landschap. Van de respondenten is zelfs 68 procent trots op de Friese boeren. Bijna de helft van de bevraagden vindt het belangrijk dat boerenbedrijven in de toekomst kunnen blijven groeien. Bijna een kwart is het daarmee oneens.

Cijfer landschap 7,7

Het Friese landschap krijgt als rapportcijfer een 7,7 en slechts 5 procent van de burgers geeft een onvoldoende. Die uitkomst mag best opmerkelijk worden genoemd. Het Friese landschap is de laatste twee jaar onderwerp van een fel maatschappelijk debat. Er wordt volgens verschillende media door burgers een verlies aan landschappelijke kwaliteit ervaren. Ook zou die burgers zich zorgen maken over het verlies aan biodiversiteit.

Dit vermeende verlies aan landschappelijke kwaliteit komt niet direct terug in de uitkomsten van de enquête. Van alle deelnemers aan het burgerpanel geeft 86 procent een 7 of hoger aan het Friese landschap. Wel vindt bijna een derde van de Friese inwoners dat de kwaliteit van het landschap achteruitgaat. Zij noemen dan een terugloop van het aantal soorten weidevogels en bloemen en een eentoniger landschap. Ook de megastallen en windmolens worden door deze groep ervaren als storend. Een kleine 20 procent van de ondervraagden ziet juist een vooruitgang, mede doordat er volgens hen steeds meer aandacht is voor het landschap.

Media geven verkeerd beeld

Opvallend is dat bijna de helft van het burgerpanel vindt dat de media voor een negatieve beeldvorming over boeren zorgen. Kranten, radio en televisie benaderen de problematiek rondom voedselproductie te eenzijdig en daardoor ontstaat een verkeerd beeld, stellen ze. Gemiddeld geven de bevraagden hun verbondenheid met het Friese landschap een 7,8. In totaal geeft 85 procent van de burgers hun verbondenheid met het Friese landschap een 7 of hoger. Tegelijkertijd vindt ruim 80 procent van de Friese burgers de voedselvoorziening een belangrijke of heel belangrijke functie van het landschap.

Mede door de lagere voedselprijzen als gevolg van schaalvergroting is het deel van ons inkomen dat we uitgeven aan eten de laatste decennia sterk gedaald. In 1969 was dit nog bijna 25 procent van het inkomen en in 2015 was dit teruggelopen naar 11 procent . Hebben we er dan ook geld voor over als door de producent extra aandacht wordt besteed aan duurzaamheid? Ruim driekwart van de inwoners van Fryslân geeft aan dat zij bereid zijn om extra geld te betalen voor een pak melk dat is geproduceerd door een melkveehouderij waar extra aandacht is voor duurzaamheid. Men heeft er dan gemiddeld 35 cent extra voor over. Terwijl opleiding en inkomen hier geen invloed op hebben, zijn het wel de vrouwen die meer extra willen betalen dan mannen.

Fryslân kraamkamer intelligente voedselsystemen

De provincie Fryslân gebruikt de uitkomsten van de agrifood-scan om haar toekomstvisie verder gestalte te geven. Friesland wil economische ontwikkeling verenigen met andere maatschappelijke belangen, zoals een leefbaar platteland, verbetering van de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Hiervoor zijn diverse regionale initiatieven opgezet. Concrete voorbeelden zijn het Living-lab natuurinclusieve landbouw, de Dairy Campus, Potato Valley en Dairy Valley. Een initiatief als Dairy Valley, dat in januari 2017 van start ging, heeft als doel om partijen in de agribusiness en de zuivel bij elkaar te brengen en te binden aan Fryslân. Om zo het organiserend vermogen te versterken en innovaties in de zuivelsector te stimuleren.

Het punt op de horizon is om over tien jaar de meest duurzame en renderende zuivelketen ter wereld te realiseren. Het doel is om hier verder in te investeren en de resultaten te verspreiden in Nederland en Europa. Fryslân wil een voorloper worden en zich profileren als een kraamkamer voor een intelligenter productiesysteem voor ons voedsel.

Een op tien banen

De enquête is onderdeel van de provinciale Agri&Food Scan, die in beeld brengt hoe de agrarische sector in Friesland ervoor staat. In deze scan is ook de economische staat van de Friese landbouw op een rij gezet. Van de 4.365 boerenbedrijven die Fryslân nog telt zijn 2.772 stuks melkveebedrijven. Dat is 64 procent. Deze bedrijven houden gemiddeld 114 koeien, bijna een verdubbeling ten opzichte van het jaar 2000. Akkerbouwbedrijven maken 9 procent uit van het totale aantal landbouwbedrijven in Fryslân. De cijfers wijzen verder uit dat de Friese landbouw en de aanverwante agribusiness directe werkgelegenheid schept voor 28.500 personen, oftewel één op de tien banen in Fryslân. Het is daarmee – na dienstverlening, zorg en handel – de vierde sector van de regionale economie. Dit zijn dus alle 4.365 Friese landbouwbedrijven en alle aanverwante banen, zoals de medewerker, de zuivelindustrie, de voerleverancier, het mechanisatiebedrijf, het loonbedrijf, de veekoopman, de boekhouders en noem ze verder allemaal maar op. Je zou dus kunnen zeggen dat aan elke boer in Friesland 5,5 baan hangt.

99 biologische melkveehouders

Een klein deel van de Friese melkveebedrijven is biologisch. Deze veehouderijen zijn gecertificeerd door Skal, een onafhankelijke organisatie die toezicht houdt op biologische productie.

Het gaat in Fryslân om in totaal 99 bedrijven in 2017. Dit is 4 procent van het totaal aantal melkveehouderijen. Dit is iets meer dan het aandeel van het aantal biologische melkveehouderijen op het Nederlandse totaal. Het aantal biologische melkveehouderijen groeit sinds 2015 wel snel: van 71 naar 99 stuks.

Met deze cijfers is het sociale en economische belang van de agri-foodsector in Friesland aanzienlijk, ook in vergelijking met de rest van Nederland. In 2017 was 9,9 procent van de Friese werkzame bevolking werkzaam in de agrifood-sector. Voor Nederland was dit veel lager, 6,2 procent. Noord-Nederland zat hier tussenin met 8 procent. De landbouwsector is ook de belangrijkste grondgebruiker van Fryslân. In 2017 werd 77 procent van het provinciale landoppervlak van de provincie gebruikt door de landbouw. Dit aandeel ligt ruim boven het Nederlandse gemiddelde van 66 procent. Opvallend is verder dat de werkgelegenheid in de Friese agrifood-sector de laatste vijf jaar weer stijgt. Tussen 2012-2017 kwamen er 790 banen bij. Deze groei van 2,9 procent komt voornamelijk voor rekening van de zuivelindustrie. De in totaal 14 melkverwerkende bedrijven zijn goed voor ruim 2.200 arbeidsplaatsen.