De melk van Johan Baas en zijn zoon Robin uit Nijeholtwolde gaat sinds 1 april weg onder het label Planet Proof. ‘Het levert waardering op, uitgedrukt in een mooie plus op het melkgeld. Onze bedrijfsvoering vraagt geen grote aanpassingen, ook niet in het rantsoen, dat maakt het logisch deze kans te grijpen.’

Johan Baas (53) runt zijn melkveebedrijf net ten noorden van Wolvega met hulp van zijn vrouw Janny en hun drie kinderen. De gedreven beoogde opvolger Robin (20) schuift ook aan. Hij volgt momenteel de opleiding dier- en veehouderij aan het Van Hall Larenstein in Leeuwarden.
Vanuit hun woning hebben ze direct zicht op de 85-koppige melkveestapel. Die loopt begin mei nog in de stal. Vanaf de tweede helft mei gaan ze overdag de wei in. Over de weg, want achter de stal ligt amper beschikbare grond vanwege de spoorlijn die achter de boerderij langs loopt.

Robin en Johan Baas in één van hun plas/dras en kruidenrijke percelen. Foto: Langs de Melkweg

Twee derde van de eerste snede graskuil is net binnengehaald. Eerst kuilen, dan weiden. Het is een bewuste keuze van Johan. ‘Qua bemesting is het veel eenvoudiger als je alles eerst een keer maait. En zo zorg je voor voldoende goede kwaliteit kuil. Bovendien is het weer in het vroege voorjaar vaak wisselend; ik ben bang dat dat te veel melk kost.’

Eerst VLOG-deelname

Vorig jaar augustus kwam de kans voorbij aan te sluiten bij het VLOG-programma van FrieslandCampina. Dat leverde een plus van 1 cent, maar vroeg wel een aanpassing in het rantsoen. VLOG staat immers voor gmo-vrij en dus geen soja. ‘Die aanpassing viel erg mee’, vertelt Robin. ‘Wij gebruiken premix via Hoogland. In overleg met hen zijn de sojaschroot en sojahullen die daarin verwerkt werden, vervangen door raapschroot. Dat was de enige aanpassing. Het betekende wel een kostprijsverhoging van 0,3 cent per kilo melk, mede omdat wij ook het jongvee GMO-vrij voerden om een extra controle weg te kunnen strepen. Netto was onze winst door deelname aan VLOG dus circa 0,7 cent per kilo melk.’
De melkproductie bleef met circa 10.000 kilo, 4,34 procent vet en 3,51 eiwit stabiel.

CO²-uitstoot

De deelname aan VLOG was nog maar net opgestart toen afgelopen najaar bekend werd dat ook in het Noorden melkveehouders werden gevraagd voor deelname aan Planet Proof. Een plus op het melkgeld van eerst 1 cent en vanaf 2020 2 cent lag in het verschiet.
Vader en zoon togen naar een drukbezochte voorlichtingsbijeenkomst in Leeuwarden en vulden online hun gegevens in om in aanmerking te kunnen komen voor deelname. Op basis van een te hoge CO²-uitstoot, voortvloeiend uit de Kringloopwijzer 2017, vielen ze eerst buiten de boot. In januari werd hen weer gevraagd hun gegevens in te vullen en interesse kenbaar te maken. Die tweede ronde kwamen ze glansrijk door, alle scores waren erg positief (zie kader onderaan pagina). ‘Bij deze aanmelding gold de Kringloopwijzeruitslag van 2018. Het moet bijna wel zo zijn dat daarbij een correctie voor veengronden is doorgevoerd. Omdat we nu wel positief uitkwamen voor de CO²-uiststoot. Enfin, het biedt ons een mooie kans. Daar gaan we voor’, zegt Johan.
Eerst was er nog wel even twijfel of ze daadwerkelijk voor deelname wilden kiezen. ‘We kunnen niet meer terug naar VLOG als Planet Proof bijvoorbeeld volgend jaar voor ons geen vervolg krijgt’, licht Robin toe. ‘Daarom was ik eerst wat afhoudend. Maar toen de uitkomst liet zien dat we overal erg goed scoorden, groeide het vertrouwen dat we niet zomaar meer uit dit programma kunnen worden gezet.’
Dat de scores goed uitvallen, heeft sterk te maken met verschillende aanpassingen die ze de afgelopen jaren in de bedrijfsvoering doorvoerden. Zo werd twee jaar geleden een nieuwe mengwagen aangeschaft die zorgde voor de mogelijkheid om een homogener rantsoen te verstrekken. Daarnaast wordt sinds vorig jaar mei gewerkt met minder krachtvoer in de krachtvoerautomaten en meer in de basis aan het voerhek. ‘Dit zorgde voor verbeterde gezondheid en met name klauwgezondheid bij de koeien’ vertelt Johan. ‘Er wordt nu dus een premix verstrekt in het basisrantsoen die iedere twee weken naar behoefte aangepast kan worden. Ook wordt het gras sinds vorig jaar ingekuild in een lasagnekuil om het hele jaar een stabiele basis te hebben.’

Monitoring

Vanaf nu worden hun scores per kwartaal gemonitord. Ze moeten blijvend goed scoren om niet het risico te lopen dat FrieslandCampina hen uit het programma haalt. ‘Het houdt je ook scherp om aan goed management te blijven werken. Dat is een positieve bijvangst van zo’n deelname’, vindt Johan.

Hoogland start studieclub PP-deelnemers

Voor Planet Proof deelnemers is het lastig in te schatten aan welke knoppen ze kunnen draaien om deelnemer te kunnen blijven. Met de verwachting dat duurzaamheidsprogramma’s zich uitbreiden, start Hoogland BV uit Leeuwarden daarom binnenkort een studiegroep.
Daarnaast kijkt de mengvoerleverancier ook hoe binnen alle processen een zo laag mogelijke uitstoot gerealiseerd kan worden. Jolmer de Vries van het bedrijf licht toe: ‘Uit eigen onderzoek vorig jaar bleek dat onze voeders op CO²- en methaanuitstoot relatief al erg goed scoren. Alkagrain zit laag qua methaan-uitstoot en premixen die wij maken zijn qua CO² veel efficiënter dan brokjes. Dat is ook logisch, een bewerking van grondstoffen tot een brokje kost immers meer energie. Om dit in bijvoorbeeld Planet Proof als voordeel te kunnen benutten moet dit in de Kringloopwijzer verwerkt worden. Daar werken we hard aan door te overleggen met de overheid. We verwachten daarvoor later dit jaar nog goedkeuring te ontvangen en dit te realiseren.’ 

Er is echter nog een ander risico: mocht de marktvraag naar Planet Proof producten toch tegenvallen, dan heeft FrieslandCampina minder PP-melk en dus deelnemers nodig. ‘Niets wijst daar nu op, maar theoretisch is het mogelijk. Ik heb de vraag ook gesteld welke boeren dan af moeten haken. Zijn dat de bedrijven die van de deelnemers het minste scoren op de selectiecriteria of de deelnemers die het laatst erbij kwamen? Daarop hebben we nog geen antwoord van onze coöperatie.’

Kruidenrijk implementeren

Hun bedrijfsvoering lijkt geknipt voor Planet Proof deelname. Bij de 85 koeien en 40 stuks jongvee behoort een areaal van 52 hectare. Dat is verdeeld in 32 hectare productief grasland, 9 hectare snijmais, 6 hectare kruidenrijk grasland met deels plas/dras bij huis en 5 hectare land van Staatsbosbeheer op afstand dat ook onder speciaal beheer valt.
Door hun aandeel kruidenrijk grasland in het areaal, voldoen ze ook aan de eisen die Planet Proof daaraan stelt. ‘Het hooi van die percelen kunnen we heel goed benutten voor het jongvee en droge koeien. Het levert structuurrijk en zeer smakelijk hooi die een prima combinatie vormt met het gras dat we van de andere percelen winnen’, zegt Johan. ‘Voertechnisch brengt inzet op kruidenrijk grasland dus wat ons betreft eerder winst dan verlies. En als de inzet ook nog echt opgroeiende vogels oplevert, zorgt het voor een win-win situatie. Al valt het grootbrengen van kuikens door predatie van vooral de steenmarter de laatste jaren niet mee.’

Nauwelijks aanpassingen

‘Wij voldeden eigenlijk aan de criteria zonder dat we het zelf wisten. Het enige dat we moesten doen is een extra koeborstel aanschaffen en in de stal monteren. Voor elke 70 koeien moet er namelijk één hangen’, vertelt Robin.
Een andere eis is dat alle runderen een ligplek hebben. Overbezetting is niet toegestaan. ‘Wij willen uitbreiden naar circa 95 koeien. Met een kleine uitbreiding, in combinatie met vervanging van de voorgevel, is dat mogelijk. Ook hierbij moeten we dan dus blijven zorgen dat elk dier minimaal een ligplaats heeft’, vervolgt Robin.
Een zorg die hen nog wel bezig houdt? ‘Als Planet Proof maar geen standaard wordt in de markt’, stelt Robin ‘Dan raken wij onze plus kwijt.’ Tegelijkertijd tonen vader en zoon zich nuchter en realistisch: ‘Onze melk is nu niet opeens anders of beter dan vorig jaar. De melk van collega’s is ook niet minder goed of smakelijk’, zegt Johan. ‘Je merkt alleen wel dat veel collega’s nieuwsgierig zijn hoe het ons lukt om goed te kunnen scoren. Veel willen stiekem zelf ook graag aansluiten. Het is hoe dan ook toch een stukje beloning voor je duurzame bedrijfsvoering.’