Bij maatschap Van der Zijl in het Friese Noordwolde melken ze sinds 25 juni in een 26-stands swingover. ‘Ik ben er erg blij mee’, aldus Albert Van der Zijl (32), die verdere groei niet uitsluit. ‘Maar ik ga geen gekke dingen doen.’

Hanny en Albert van der Zijl. Foto’s: Bouke Poelsma

In 1990 neemt Sytze van der Zijl het heft in eigen handen. Samen met zijn vrouw Christien besluit hij het ouderlijk melkveebedrijf in Haskerhorne vaarwel te zeggen om aan de andere kant van rivier De Linde in Noordwolde zijn eigen melkveebedrijf op te bouwen. ‘Mijn vader en mijn drie ooms molken destijds al 270 koeien. Heit is met 70 koeien deze kant op gekomen en begon op 30 hectare en een quotum van 497.000 kilo melk’, vertelt zoon Albert van der Zijl.

Een kleine 30 jaar later is er heel wat veranderd op het bedrijf. De dieraantallen, de hectares en de productiecijfers zijn allemaal meer dan verdrievoudigd. Met 220 melk- en kalfkoeien op 106 hectare levert de maatschap op jaarbasis 1,7 miljoen liter melk. De rek is er nog niet uit, ook al stelt Albert van der Zijl zich bescheiden op. ‘Ik sluit verdere groei niet uit, maar ik ga geen gekke dingen doen.’ De groeistrategie wordt in ieder geval niet belemmerd door de capaciteit van de melkstal. Sterker nog: de 26-stands swingover (rapid exit) kan met gemak meer koeien aan. ‘Ik ben nu in anderhalf uur klaar met melken. In onze 2×10-visgraat waren we voorheen 3,5 uur bezig’, aldus Van der Zijl.

Metamorfose

Na de eerdere schaalvergrotingen onderging het melkveebedrijf afgelopen jaar een ware metamorfose. Na het slopen van enkele sleufsilo’s en het verplaatsen van een voersilo verrees een compleet nieuw melkgebouw van 14 bij 60 meter. Het gebouw werd tegen de bestaande ligboxenstal aan gebouwd. De grote wachtruimte – met een capaciteit van 240 koeien – en de blinkende melkstal springen in het oog.

Albert houdt samen met zijn ouders Sytze (64) en Christien (61) 220 melk- en kalfkoeien en 104 stuks jongvee op 106 hectare (86 hectare eigendom). De jaarproductie is 8.600 liter, met 4,60 % vet en 3,55 % eiwit. Het jongvee is gehuisvest op een nabijgelegen (eigen) locatie.

Het gebouw herbergt ook een tanklokaal, een machinekamer met nieuwe waterbroninstallatie en een kantine. ‘We hebben de looplijnen verbeterd en achterstallig onderhoud weggewerkt’, vertelt Albert van der Zijl over de verbeterslagen.Vader en zoon Van der Zijl kijken terug op een succesvolle start in de nieuwe melkstal. Bij het inmelken kregen ze veel hulp van familie en vrienden. Na een paar dagen stond Albert van der Zijl alleen in de put. ‘We zijn op maandag begonnen. Op donderdag kon ik het in mijn eentje aan. Dat was super.’Een paar jaar geleden molk maatschap Van der Zijl een poos lang driemaal daags. Toen Albert en zijn vrouw Hanny dochter Femke verwelkomden, gingen ze terug naar twee melkbeurten. ‘Ik sluit niet uit dat we ooit weer drie keer gaan melken, maar het moet arbeidstechnisch wel kunnen.’

Fysiek goed te doen

De koeien lopen vlot de melkstal binnen. Ze worden gemolken in een 80 graden-opstelling. ‘De koeien hoeven niet helemaal om te draaien. Dit is voor de dieren net wat prettiger dan 90 graden’, aldus Van der Zijl. De koeien staan tijdens het melken op een verwarmde vloer. ‘Daarmee hopen we te voorkomen dat er dieren uitglijden op momenten dat het vriest’, vertelt Albert van der Zijl. De melkveehouder vindt het prettig werken in de swingover. ‘Je hebt vrij spel tijdens het melken en de koeien trappen je niet. Tijdens het melken blijven de koeien volgens vader en zoon Van der Zijl opvallend rustig. Sytze van der Zijl ziet dat niet los van het feit dat de melkstal goed geaard is. ‘Alle onderdelen zitten aan elkaar vast. We hebben geen last van zwerfstroom.’Albert krijgt bij het melken assistentie van de ‘slimme’ melkstal. Een stemgeluid vertelt hem hoeveel melkstanden nog gevuld moeten en waarschuwt bovendien voor biest- en antibioticakoeien. De Fries kan gemakkelijk en snel koeien separeren via een 3-weg selectiepoort. ‘Dat is echt ideaal.’De melkstal beschikt over een beweegbare putvloer, om het de melker zo aangenaam mogelijk te maken. Dat is geen overbodige luxe. ‘We besteden zes melkbeurten per week uit’, aldus Albert van der Zijl.

Kettingvoermachine

Kettingvoermachine minder bekend bij melkvee, maar bemind in varkenshouderij.

Per melkbeurt krijgen de koeien 1 kilo lokbrok gevoerd. Het voer komt via een kettingvoermachine in de krachtvoerbakken terecht. Met behulp van sensoren worden de bakken tijdig bijgevuld. Het voersysteem is geleverd en gemonteerd door W.H. van der Heide. In de melkveehouderij wordt meestal voor een vijzelsysteem gekozen. Gezien de grootte van de melkstal en de locatie van de voersilo viel de keuze bij Van der Zijl op de kettingvoermachine. Dit type voersysteem heeft zich vooral in de varkenshouderij ruimschoots bewezen. ‘Het is een degelijk systeem, dat storingsvrij draait’, aldus Van der Zijl. De melkveehouders doen aan weidegang. De staldeuren staan de

hele dag open. In de loop van de middag komen de koeien uit zichzelf de stal binnenlopen. Ze weten dat er zo gevoerd gaat worden. Vader en zoon Van der Zijl laten het voeren al geruime tijd over aan loonwerker Ronald Bos. ‘Hij is hier dagelijks een kwartiertje bezig met voeren. Daar kan ik niet tegen werken en investeren’, aldus Sytze van der Zijl, die deze rekensom twintig jaar geleden al maakte en sindsdien het voeren uitbesteedt. Langs het voerpad zijn aan weerszijden zeventig vreetplekken. Het rantsoen bestaat uit graskuil, perspulp, mais en eventueel soja. De totale krachtvoergift op het bedrijf is 27 kilo per 100 kilo meetmelk.

Fosfaatrechten

Op peildatum 2 juli 2015 had maatschap Van der Zijl 204 melk- en kalfkoeien, 70 stuks jongvee jonger dan een jaar en 70 stuks jongvee ouder dan een jaar. Na het fosfaatreductieplan besloten de melkveehouders minder jongvee aan te houden en te investeren in fosfaatrechten. Op die manier kunnen ze nu 220 melk- en kalfkoeien houden. In de ligboxenstal is plaats voor 240 koeien. Op korte termijn wil Albert van der Zijl graag nog een stukje erfverharding vernieuwen. Er staan ook nog nieuwe sleufsilo’s op zijn wensenlijstje. Verder vooruitkijkend is de melkveehouder alvast aan het bedenken hoe hij de arbeid in de toekomst wil invullen. ‘Mijn vader blijft niet voor eeuwig meedraaien.’