Zijn ideaal om zijn bedrijf zo efficiënt mogelijk rond te zetten, moest melkveehouder Gerard Meerkerk (53) na de komst van fosfaatrechten loslaten. Dat geldt niet voor efficiëntie bij het voeren, daar zit de opgaande lijn er nog volop in.

Meerkerk test voor CRV op voerefficiëntie

Achttien rondjes per etmaal draait de Lely Vector op het melkveebedrijf van Gerard Meerkerk (53) in Emmer-Compascuum. Dat betekent achttien keer vers voer op de voergang. ‘Dit stimuleert de koeien om veel naar het voerhek te komen en de pens gezond
te houden’, constateert hij. Als tweede voordeel van automatisch voeren noemt de melkveehouder flexibiliteit. ‘Jongvee, droge koeien, hoogproductieve koeien, je kunt per groep het rantsoen bepalen, waardoor ik gerichter kan voeren.’

Meerkerk was tien jaar geleden een van de eerste melkveehouders in Nederland die ging werken met het automatisch voersysteem van Lely. Zijn belangrijkste motivatie om hiervoor te kiezen was voerefficiëntie. ‘We melken 32.000 kilo melk per hectare. Het berekenen van het grondstofverbruik per kilo melk is voor een intensief bedrijf interessant.
Het scheelt je per kilo melk zo een paar centen op voeraankoop.’

1,6 kilo melk per kilo droge stof

De Vector schotelt de melkkoeien in Emmer-Compascuum een mengsel voor van graskuil, meel, sojahullen, mineralen, gerst en stro. Dit wordt aangevuld met 5 kilo krachtvoer per koe per dag in een van de vier melkrobots.
De melkproductie per koe ligt op 12.000 liter per koe. Op groepsniveau lukt het de Drentse melkveehouder al een aantal jaren om 1,5 à 1,6 kilo melk per kilo droge stof te realiseren.
Sinds vorig jaar is Meerkerk testbedrijf van CRV. Er zijn op het bedrijf dertig voerbakken geplaatst waarmee de fokkerijorganisatie de individuele voeropname van de ruim 200 koeien tellende veestapel kan meten. Zo kan hij nu ook per koe de voerefficiëntie bepalen en dat levert soms verassende inzichten op. ‘De variatie is enorm. Er zijn koeien die 2 kilo melk per kilo droge stof realiseren halen, maar ook die blijven steken op 1,2 kilo melk. Bij de minder scorende groep zitten dan koeien waarvan je de inefficiëntie op het eerste gezicht niet verwacht. Maar ook omgekeerd, dat koeien waarvan je minder verwacht
verrassend hoog scoren.’

‘HET SCHEELT JE ZO
EEN PAAR CENTEN OP
VOERAANKOOP’

Meerkerk denkt dat het steeds interessanter wordt te rekenen aan voerefficiëntie. ‘Kijk naar alle items die spelen: stikstof, eiwit van eigen land, zuinig omgaan met grondstoffen om de wereld te kunnen voeden.’

Omslag in strategie

Met vier Lely-melkrobots en de Vector zette Meerkerk lange tijd in op maximale efficiëntie. In 2016 telde het bedrijf 280 koeien met 100 hectare land. Alle landwerk werd destijds uitbesteed en 3 miljoen kilo melk met 1,5 vak geproduceerd. Na de komst van fosfaatrechten ging het bedrijf terug naar 200 koeien en 80 hectare grond. ‘Om voldoende cash-flow te houden, zijn we in plaats van specialiseren gaan verbreden.’ Zijn zoon en hij doen er wat activiteiten zoals loonwerk bij, het testbedrijf levert inkomen op en er wordt gekeken naar het oppakken van een webshop in voedingssupplementen en een zorgtak. Verder kwamen er zonnepanelen op het dak om te besparen op de stroomkosten. De
jongvee-opfok pakken ze nu zelf weer op. Groei naar zo’n 260 koeien willen ze de komende jaren rustig aan weer oppakken.
Wat blijft, is de focus op voerefficiëntie. Die krijgt de komende jaren verder gestalte. Tot op koeniveau. Met automatisch voeren. ‘Ook met de besparing op brandstof en tijd die het
systeem oplevert, zou ik niet snel weer omruilen voor een ander voersysteem.’

Met een app op de smartphone bedient Gerard Meerkerk de meng- en voerrobot. Foto’s: Boudewijn Benting