Het landbouwmuseum in Leeuwarden start binnenkort een expositie over veetransport. Ik heb zitting in de projectgroep en voorafgaande hebben we de inhoud van dit onderwerp besproken. Waar het museum probeert neutraal te zijn, neigde het onderwerp toch uit te lopen op een soort van goed en fout benadering. Waarom rijden we met varkens naar Spanje en met de karkassen weer terug? De misstanden tijdens transport en in de slagerijen. Kortom niet bepaald een luchtig onderwerp. De spanning was voelbaar.

Gelukkig is het historisch besef ruim vertegenwoordigd in het museum. De discussie boog zich dan ook af naar een bredere blik op de logistiek van vee en de betekenis voor de regio. Elke noemenswaardige stad heeft nog steeds een veemarkt; al zijn deze tegenwoordig ruimschoots voorzien van kroegen en eetgelegenheden. Voorheen werden op die veemarkt dieren verhandeld van boer of handelaar direct aan de plaatselijke slager. De slager nam het dier mee naar de slagerij in de stad of het omringende dorp.

Maar de tijden veranderden. Er waren een aantal slagerijen die niet meer voldeden aan de alsmaar aanscherpende normen. De slagerij moest professionaliseren en investeren. De marges werden te klein en de enige manier om een boterham te verdienen was meer en efficiënter varkens en koeien slachten. De regels werden aangescherpt en de laatste plaatselijke slagerijen moesten worden gesloten of ze besloten zelf te stoppen en alleen nog karkassen te verwerken.
Varkens en koeien werden meer en meer geslacht in grotere slachthuizen. Vakmanschap maakte plaats voor productiewerkekers en uiteindelijk voor arbeidsmigranten. De lokale veemarkten waren niet meer nodig omdat de koeien gecentraliseerd werden geslacht. Alles werd verplaatst naar enkele centrale ‘veemarkthallen’.

De veelogistiek is zo verworden tot gesloten handelshuizen en anonieme slachthuizen. Vakkundig verwijdert uit ons samenleving. Dit is geen toeval maar een gevolg van ons manier van beleid bepalen. Maatregelen op basis van controle hebben ervoor gezorgd dat ons vlees is verworden van open ambacht tot gesloten productieverwerking. Alleen maar omdat wij een behoefte hebben om alles te controleren.

Nu zijn we geschokt als we misstanden zien in slachthuizen, en ik praat dit zeker niet goed, maar het is een gevolg van ons eigen manier van organiseren en niet alleen de schuld van de slachthuizen. We hebben massaal de plaatselijke slager laten zitten.
En zo gaat het vaker. We hebben meer invloed dan we denken op de ontwikkeling van processen en zijn daarom elke dag medeverantwoordelijk voor oorzaak en gevolg. Niemand kan zichzelf naast de problemen plaatsen maar vormt er een klein onderdeel van.

Wanneer ik nu naar ons besluitvorming kijk van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en ons stikstofbeleid, denk ik dat we hardleers zijn en dat we lijden aan geheugenverlies. Want om te weten met welke kip we te maken hebben, moeten ze bij LNV wel weten welke eieren er gelegd zijn…

Pieter van der Valk
Melkveehouder in Ferwoude