Frans Keurentjes vertrekt medio dit jaar als voorzitter van zuivelcoöperatie FrieslandCampina, anderhalf jaar eerder dan gepland. De vraag die rijst: is het eigen keus of moet hij gedwongen plaats maken?

Hij bezweert dat zijn vertrek niet gedwongen is of dat er privéredenen aan ten grondslag liggen.  ‘Ik heb medio vorig jaar in het bestuur al aangegeven mij te willen beraden of ik in 2021 door wil. We staan nu aan het begin van een overgang naar een nieuwe fase en hebben binnen de coöperatie een aantal processen in gang gezet. Ik noem het vraagstuk ledenfinanciering, nieuwe governance en het versnellen van het uitvoeren van onze strategie. De tijd is nu aangebroken om dat goed te laten indalen onder de ledenmelkveehouders. Dat vraagt om andere accenten.’

Wat bedoel je daar precies mee?

‘De verbinding met en tussen de leden moet sterker en persoonlijk denk ik dat dit met nieuwe mensen aan het roer meer kans van slagen heeft, dat zij met hun competenties beter die accenten kunnen leggen. Als je dat constateert, moet je daar wat mee en je niet te groot voelen om plaats te maken. Niemand is groter dan FrieslandCampina.’

Je begrijpt dat de buitenwereld moeilijk kan geloven dat dit de enige reden is.

‘Als je me een beetje kent, weet je dat ik altijd een bestuurder ben geweest van visie, strategie en wat verder vooruit kijken dan de korte termijn. Plaats maken voor nieuw leiderschap, omdat ik denk dat dat beter is voor de coöperatie, past in dat plaatje. Begrijp het goed: ik stap niet op omdat er van alles mis is gegaan. Dit is een keuze uit kracht, om zaken die we hebben bedacht optimaal tot wasdom te laten komen.’

Met Erwin Wunnekink, die al ruim elf jaar in het bestuur zit, denk je niet meteen aan nieuw leiderschap. Als je écht gaat voor nieuw leiderschap, denk ik aan een nieuwe, jongere generatie aan het roer.

‘Die jonge talenten moeten er wel zijn. Misschien is het daarvoor nog wat te vroeg. We kiezen voor evolutie, niet voor revolutie. Met dit tandem is ervaring en continuïteit in het bestuur gewaarborgd, wat op dit moment ook belangrijk is. Bovendien, leiders met andere competenties vind ik wel nieuw leiderschap. En er komt met Sandra Addink-Berendsen als vice-voorzitter een vrouw mee aan de leiding, dat kun je ook vernieuwend noemen.’

Waar ben je trots op als je terugkijkt als voorzitter?

‘Ik ben trots op alles wat we aan verandering in gang hebben gezet. Als ik collega-voorzitters in het buitenland spreek dan vinden ze het bijzonder en bewonderenswaardig dat we bij FrieslandCampina lastige vraagstukken durven te agenderen en daar ook besluiten over te nemen. Dat gaat niet vanzelf, dat zijn stevige discussies met 18.000 leden die daar wat van vinden.’

Wat vind je teleurstellend?

‘De toegenomen verdeeldheid in de sector, met ontkenning van vraagstukken en uitingen naar buiten die de positie van onze sector alleen maar verzwakt. Terwijl het sluiten van de rijen belangrijker is dan ooit.’