Mogen we nog koeien houden in Nederland? Die vraag stelden we zes organisaties die begaan zijn met het lot van dieren. De antwoorden laten een tweedeling zien. Animal Rights, Dier & Recht en de Partij voor de Dieren bepleiten een plantaardige toekomst, waarbij zuivel hooguit als uitzondering bestaat. Van Dierenbescherming, Wakker Dier en Eyes on Animals mág melkveehouderij, maar het moet radicaal anders.

Posters met daarop de slogan ‘Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed’ veroorzaakten recent veel commotie. De actie van Dier & Recht leidde tot woedende reacties van melkveehouders. De dierenrechtenorganisatie wil met de actie aandacht vragen voor het
dierenleed dat gepaard gaat met de productie van melk- en zuivelproducten. Tenminste, dat vindt Dier & Recht. De organisatie vindt het niet kunnen dat kalveren meteen weg worden gehaald bij de koe en dat gros van de kalveren vervolgens in de vleeskalverhouderij op onnatuurlijke wijze wordt afgemest.

‘MELKVEEHOUDERIJ MOET
VERDWIJNEN’


Animal Rights is in 2009 opgericht en het doel is duidelijk: de melkveehouderij moet verdwijnen. Els van Campenhout: ‘Voor ons is geen enkele vorm van
melkveehouderij acceptabel. Wij willen dat dieren rechten krijgen. Daar is steeds meer aandacht voor. Het wordt steeds duidelijker dat dit niet verzoenbaar is met het slachten van dieren. Voor dieren is het enige belang dat ze blijven leven, vrij zijn van ongemakken en pijn en niet langer uitgebuit worden.’ Dat klinkt radicaal beseft de Vlaamse Van Campenhout, maar zelf noemt ze het helder en duidelijk. ‘Tegen de achtergrond van
de grote uitdagingen op gebied van klimaat, milieu en biodiversiteit waar we voor staan, is het onacceptabel dat de dierhouderij überhaupt nog bestaat.’ Ze acht het niet realistisch dat ‘de vee-industrie’, zoals zij het noemt, in een keer wordt afgeschaft. ‘Maar dat de Nederlandse politiek nu blijkbaar
serieus nadenkt om veehouders uit te kopen om ze zo te verlossen van het systeem vind ik fantastisch.’

Boerenorganisatie Agractie spande meteen een kort geding aan, gevolgd door de uitspraak van de rechter op 23 augustus dat de publieksactie van Dier & Recht onrechtmatig is en dat de posters verwijderd moeten worden.

Melkveehouder niet de boeman

Frederieke Schouten, directeur van Dier & Recht, blijft desondanks strijdbaar. ‘We hebben nog twee andere posters die we nu inzetten.’ Ze benadrukt dat
het om een publieksactie gaat, waarbij ze de melkveehouders niet als boeman wil neerzetten. ‘Melkveehouders zitten gevangen in het huidige systeem en er mag blijkbaar niet aan die structuur
worden getornd. Maar zolang het systeem niet drastisch verandert, blijft het dweilen met de kraan open.’
Systeemverandering. Dat woord komt telkens terug bij een rondgang langs zes dierenbeschermingsorganisaties (zie
de kaders naast en onder dit artikel). Het publiciteitsoffensief van al deze clubs is groot en – dat valt niet te ontkennen – invloedrijk. Alleen de
manier waarop en de doelgroep varieert.
Wakker Dier richt haar pijlen vooral op de retail. ‘Die hebben de macht en bepalen de prijs’, motiveert Anne Hilhorst, vice-voorzitter van Wakker Dier. Tot nog toe is de focus van Wakker Dier gericht op de kiloknaller en de plofkip. ‘Maar het zou heel goed kunnen dat de melkveehouderij binnenkort meer aandacht krijgt.’
Wakker Dier zal zich daarbij richten op het keurmerk 1 ster Beter Leven, dat supermarktketen Jumbo onlangs als eerste retailer in Nederland in haar
schappen opnam.

Duidelijke tweedeling

‘75% KRIMP VAN VEEHOUDERIJ’


De Partij voor de Dieren noemt haar ideaalbeeld Plan B. In dat plan pleit de partij voor een omslag naar wat ze noemt een duurzame, plantaardige toekomst. De partij schrijft: ‘Om te beginnen krimpt het aantal dieren in de veehouderij met 75%. We gebruiken onder meer de Europese landbouwsubsidies om boeren te helpen omschakelen naar duurzame plantaardige voedselproductie. Nederlandse boeren gaan primair werken voor de eigen markt: we stoppen met produceren voor de export.’ De partij van fractievoorzitter Esther
Ouwehand windt er geen doekjes om dat er veel minder dierlijke eiwitten geconsumeerd moeten worden: ‘Plantaardig voedsel wordt de norm, dierlijke producten
de uitzondering.’ In het partijprogramma staat verder dat ze pleit voor een maximum aantal dieren per bedrijf en regio. De melkproductie moet drastisch worden ingeperkt en kalveren moet in familiekuddes bij hun moeder blijven. Tot slot is de Partij van de Dieren tegen de productie van blank kalfsvlees.

Leg je de wensbeelden van alles zes organisaties naast elkaar legt, dan is er sprake van een duidelijke tweedeling. Animal Rights, de Partij voor de Dieren en Dier & Recht pleiten voor een transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit. Animal Rights is daarin het meest uitgesproken: de melkveehouderij moet gewoon verdwijnen. De Partij voor de Dieren beschouwt plantaardig als de norm en dierlijk als de uitzondering.
Dier & Recht vindt dat ook, waarbij de uitzondering bestaat uit ‘kleine porties kweekvlees’. Zou je een lijn
maken van 0 tot 100 %, waarbij de 0% aan de linkerkant staat voor geen melkveehouderij en 100% aan de rechterkant voor wel melkveehouderij, maar aangepast, dan staan de drie bovengenoemde organisaties aan de linkerkant van de lijn.

De drie andere organisaties – Wakker Dier, Eyes on Animals en de Dierenbescherming – staan aan de
rechterkant. Zij focussen zich vooral op een andere vorm van melkveehouderij. Alle drie vinden dat de koe nog meer weidegang zou moeten krijgen.
Ligboxenstallen met veel ijzer en roosters zijn uit den boze. Qua voeding moet gras de basis zijn. Maar het meest eensgezind zijn deze drie partijen overde noodzaak dat kalveren bij de koe moeten blijven. Hoe lang? Minimaal drie maanden wordt meestal genoemd, maar bijvoorbeeld Wakker Dier denkt
eerder aan 5 tot 6 maanden.
Een aparte vleeskalverhouderij, waar kalveren op zeer jonge leeftijd worden verzameld en samengevoegd, vaak aangevuld met kalveren uit het
buitenland, moet helemaal worden afgeschaft. Animal Rights, de Partij voor de Dieren en Dier & Recht hebben ook dit wensbeeld, maar zien dat meer
als zeg maar een overgangsfase naar een uiteindelijk puur plantaardige
toekomst. ‘Een toekomst die er ook écht zo zal uitzien’, is de meer dan stellige overtuiging van Els van Campenhout van Animal Rights.

‘KALF 6 MAANDEN BIJ DE KOE’


‘Ons wensbeeld van de melkveehouderij in Nederland is een sector die de koe en het kalf centraal stelt.’ Volgens Frederieke Schouten, directeur van Dier & Recht, is dat de praktische essentie. ‘De koe hoort in de wei, dat is de omgeving die past bij haar natuurlijke gedrag. We moeten ook stoppen met de hoge melkproductie. Veel melk en veel in de stal: dat zorgt voor structurele
gezondheidsproblemen als uierontsteking, kreupelheid.’
Schouten wil ook dat de fokkerij een ommezwaai maakt richting robuuste melkkoeien. ‘Het eenzijdig gebruik van bepaalde bloedlijnen draagt bij aan gezondheids- en reproductieproblemen.’ Schouten wil verder dat kalveren tot minimaal 6 maanden bij de koe blijven. ‘Er is veel wetenschappelijk bewijs dat dit leidt tot minder kalversterfte en -diarree en een hogere weerstand.’ De stierkalveren moeten volgens haar op het melkveebedrijf blijven en niet op een leeftijd van twee weken op transport worden gezet.’

Polarisatie en irritatie

Geconfronteerd met de opmerking
dat al het publiciteitsgeweld op z’n minst leidt tot polarisatie en irritatie bij melkveehouders en hun
belangenbehartigers, reageert Hilhorst van Wakker Dier: ‘Dat snap ik wel, maar je kunt niet veranderen als je niet zegt wat er niet goed gaat. Wij proberen juist vraag te creëren voor boeren die het anders doen.’ Ze erkent dat die vraag-creatie alleen in Nederland plaatsvindt, terwijl export zeer belangrijk is voor zuivelland Nederland. ‘Maar we kunnen ook
een voorbeeldland zijn.’
Hilhorst ziet het Beter Leven keurmerk bij kip als
lichtend voorbeeld, waar het buitenland steeds meer interesse in begint te krijgen.
Lesley Moffat van Eyes on Animals voegt daaraan toe dat in haar ogen de zuivelindustrie de consument nooit volledig en eerlijk heeft voorgelicht. ‘Zuivel is relatief goedkoop te krijgen en voorzien van mooie plaatjes van koeien in de wei. Maar dat is niet het
hele verhaal.’ Haar ideaalbeeld is dat de gehele productieketen volledig transparant wordt. ‘Dan kun je als boer én consument bewuste keuzes maken
waar we allemaal blij van worden.’

 

Dit artikel verscheen eerder in printmagazine Agrarische Schouw dat in heel Noord-Nederland vanaf 23-09-21 werd verspreid.

‘MELK IS GEZONDER DAN COLA’


‘Melk is goedkoper dan Coca-Cola, maar veel gezonder.’ Korter kun je het volgens Lesley Moffat, die in 2010 de
Stichting Eyes on Animals oprichtte, de systeemfout in de melkveehouderij niet samenvatten. ‘Hoe mooi zou het zijn als consumenten de keuze hebben om tegen een hogere prijs melk en afgeleide zuivelproducten te kopen,
afkomstig van koeien waar het kalf minimaal 3 maanden bij de koe heeft gelopen’, schetst de van oorsprong
Canadese Moffat haar wensbeeld. Om dat te realiseren werkt Eyes on Animals samen met de Dierenbescherming en negen melkveehouders. Om in de praktijk te testen waar je als boer tegenaan loopt als je kalfjes bij de koe houdt. ‘Uiteindelijk moet het lukken retailers geïnteresseerd te krijgen in wat hopelijk Beter Leven drie sterren zuivel is.’ Haar drijfveer? ‘Ik wil kalveren een beter leven geven, kalveren die bij de koe blijven en daarna op het melkveebedrijf worden afgemest op een diervriendelijke manier.’

 

‘ALLEEN NOG DUBBELDOELRASSEN’
Het wensbeeld van de Dierenbescherming is helderverwoord in hun Deltaplan Veehouderij dat ze in mei vorig jaar publiceerde. Ze wil in 2050 alleen nog maar robuuste dubbeldoelrassen die minder melk geven dan het
gemiddelde van 9.000 kilo nu. Verder jaarrond weidegang, omringd door bomen en bosjes. Kalveren moeten
minimaal 3 maanden bij hun moeder blijven. Bij voorkeur worden ze daarna afgemest op het melkveebedrijf, om
daar ook via mobiele slachthuizen te worden geslacht. Of ze gaan wel naar vleeskalverbedrijven, maar dan
niet via verzamelcentra en zo dicht mogelijk bij het melkveebedrijf. Er wordt dus alleen maar rosé kalfsvlees
of jong rundvlees geproduceerd. Monoculturen van bijvoorbeeld Engels raaigras zijn geheel ingeruild voor
kruidenrijk grasland. Het voer bestaat zoveel mogelijk uit gras. Dit kan aangevuld worden met voer gemaakt van reststromen uit de levensmiddelenindustrie, eventueel aangevuld met eiwitten geteeld voor veevoer, zoals voedererwten en lupines, uit Noordwest Europa.

 

 

‘HOUDERIJ WAARIN DIER CENTRAAL STAAT’


Op de site van Wakker Dier staat het heel duidelijk: ‘Wij streven naar een drastische hervorming van de vleesindustrie’. Anne Hilhorst, vice-voorzitter en manager van het campagneteam, verwoordt het met
betrekking tot de melkveehouderij als volgt: ‘We willen een veehouderij waar het dier centraal staat. We moeten anders gaan kijken hoe we dieren behandelen en houden. En dat kan alleen als we echt minder gaan produceren.’ Wat dat eerste betreft moeten kalveren volgens Hilhorst lang bij de koe blijven. ‘Eerder 5 á 6 maanden dan 1 maand.’ Minder produceren? Het gevolg van het anders houden van koeien, aldus Hilhorst. ‘Ik zou terug willen naar het leven van een koe die alleen binnen is als het buiten a-relaxed is. Dat is dus meer dan 120 dagen. Dat ze gras eten en daarnaast beschikken over bomen en struikgewas. Dat is de basis en dan zien we wel hoeveel melk ze produceert.’