Melkveehouder Piet de Boer uit Weidum houdt niet van half werk. ‘De graskuil toedekken doe ik altijd zelf en grondig. Het uurtje extra werk dat ik erin stop, win ik in de winter dubbel en dwars terug.’

Het is eind april als 40 hectare eerste snede volledig luchtdicht onder het kuilplastic ligt bij Piet de Boer (53). Onder een droge, maar bewolkte lucht weidt de 130 koppen tellende melkveestapel van De Boer en zijn vrouw Sandra Compas (48) naast de stal. Ondanks een intensiteitsgraad van ruim 17.000 kilo melk per hectare, loopt de veestapel vanaf 23 maart dit jaar dag en nacht buiten. ‘Zodra het kan gaan ze eruit en als de draagkracht het niet meer houdt, gaan ze weer op stal. Vorig jaar was dat pas begin december’, vertelt de melkveehouder.

Hij aanschouwt de dreigende lucht nogmaals en stelt uitermate blij te zijn tussen Pasen en Koningsdag de eerste snede te hebben gekuild. ‘Ik ben een absolute mooi weer maaier. Eigenlijk was de vrucht nog iets te kort, maar nu hebben we met veel zonlicht een heerlijk gezond product kunnen winnen. De tweede snede laat ik dan wel iets langer groeien, die gaat over deze 1e snede heen en zo compenseren beide snedes elkaar hopelijk goed.’

Op eerste paasdag kwam de loonwerker om de ruim 40 hectare te maaien met twee triple maaiers. De Boer liet na twee velddagen het gras aan de bult rijden; niet in een sleufsilo. ‘Gras in een sleufsilo inkuilen, heb ik afgezworen. Gewoonweg omdat je na het uitkuilen dan nooit de kuil helemaal goed luchtdicht krijgt. Dat wil ik wel per se want aan schimmel en broei heb ik echt een broertje dood.’

‘Het kuilgras is het grootste kapitaal op mijn erf’

De Boer laat daarom de graskuil goed inrijden en dekt de kuil dan steevast af met twee nieuwe plastic kleden. Daaroverheen gaat een dekkleed en linten met zware trekker- en vrachtwagenbanden om het kleed goed strak te houden. Het afdekken van de zijkanten noemt hij het belangrijkste. Die legt hij rondom helemaal vol met 20 kilo’s grindslurven in metselvorm. Dat betekent: twee slurven naast elkaar. In het midden daarvan komt er een slurf bovenop te liggen. Zo liggen er twee rij dik op elkaar rond de hele graskuil. Daar voorlangs komt ook nog een hele rij op de asfaltvloer waar op gekuild is. ‘Deze laatste rij is erg belangrijk want ervaring leert dat er tussen de slurven door anders toch altijd plekken zijn waar lucht doorgaat en schimmel of broei zich kan vormen.’

De grindslurven in metselvorm rond de nieuwe kuil gelegd. Foto’s: Langs de Melkweg

Of dat niet een heel karwei is? ‘Dat valt mee. Het kost mij bij de eerste en tweede snede wellicht een uurtje extra. Doordat we winters niet tot nauwelijks verlies hebben, verdien je dat ook qua tijd makkelijk terug. En we zorgen dat we het voor elkaar hebben. In het voorjaar bestel ik bij Silobags grindslurven zoveel we nodig zijn. Eventueel laat ik in de zomer nog eens een bigbag komen, daar bespaar ik niet op. Ik gebruik bewust grind omdat zand uitspoelt. Je moet er met grind alleen om denken dat je de slurven optilt en niet over asfalt of beton sleept, anders zijn ze zomaar kapot.’

Kleed met klem omhoog

Bij het uitkuilen in de winter en het voor- en najaar, als hij in de stal naast het weidegras een mengsel bijvoert, maakt de melkveehouder de kuil elke week zelf open om deze vervolgens weer volledig en secuur luchtdicht af te sluiten. Om dat werk eenvoudiger te maken, liet hij een klem maken die hij voorop zijn shovel kan plaatsen waar hij het plastic ineens mee omhoog kan tillen. ‘Juist omdat ik zo precies ben, wil ik dit klusje altijd zelf doen’, vertelt de ondernemer. ‘Iedereen moet zelf bepalen hoe hij of zij z’n gras behartigt, maar ik zie het als het grootste kapitaal op het erf en steek er daarom bewust tijd en energie in om het goed te krijgen én te houden.’

Blok voor weidegang

De nu ingekuilde ruim 40 hectare is een deel van de in totaal 77 hectare areaal. 9 hectare is snijmais, 8 hectare zit in beheer en bevat deels kruidenrijkgrasland (2 ha) en plas/dras (2 ha) om de weidevogelstand te stimuleren. 18 hectare vormt een blok waar de koeien weiden. Dit blok is verdeeld in zeven percelen. ‘Elk dagdeel krijgen de koeien een ander perceel, dat rouleert steeds door. Ik schaar daarbij bewust niet te lang in en door de vlotte roulatie ook niet te lang uit. Nu lopen ze er al zes weken en zijn ze voor de nacht verhuisd naar het etgroen van enkele net gemaaide percelen. Binnenkort verhuizen ze voor zowel de dag als nacht naar een nieuwe hoek van 18 hectare, verdeeld in zeven percelen. Zo draait het systeem steeds door.’

Melk uit Friesland naar CONO

De 1,2 miljoen kilo melk per jaar van De Boer gaat naar CONO Kaasmakers in de Beemster. Hij is één van de zes boeren in Friesland die de melk aan de Noord-Hollandse kaasverwerker levert. Een erfenis van zijn ‘emigratie’ naar Friesland in 1993. ‘CONO betaalt een goede melkprijs, maar loopt daarvoor ook altijd voorop met duurzaamheidseisen. Volgend jaar gaan we allemaal over op VLOG-melk en is het gebruik van glyfosaat verboden. Door later te ploegen, oefen ik er op mijn maisland al wat mee. Een hele uitdaging, maar ook dat gaat lukken. Als boer heb je weinig keus. Als je door wilt, moet je wel meebewegen met de steeds voortschrijdende eisen. Dat is ons de aflopen jaren steeds gelukt, dus de komende jaren ook vast wel.’

In het voorjaar is het gras bemest met drijfmest en kunstmest; 20 kuub en 170 kilo KAS-Zwavel op de weidepercelen en 40 kuub en 250 kilo KAS-Zwavel op de maaipercelen. Sturen doet De Boer op basis van het ureum en de mest. De bijvoeding in de stal is hierbij ook een essentieel onderdeel. De hele zomer door krijgen de koeien tijdens en na de melkbeurten aan het voerhek een rantsoen van kuil en mais, aangevuld met 22 kilo aardappelsnippers, 7 kilo bierbostel en 1 kilo maismeel. In de zomer wordt de kuil vervangen door smakelijk hooi. In de winter is dit rantsoen gelijk, met als enige verschil dat er meer kuil ingaat en de maismeel ingeruild wordt voor raap/soja.

Bedrijfsvoering op gevoel
De koeien presteren prima op het uitgekiende systeem en rantsoen met een rollend jaargemiddelde van 9.500 kilo met 4,32 vet en 3,77 procent eiwit. Zelf stelt De Boer de bedrijfsvoering vooral op gevoel te doen. ‘Kijken naar de koeien, het ureum en de mest. Door daar op in te spelen, kom je een heel eind.’