Melkveehouders kopen fosfaatrechten vaak met eigen geld. Lukt dat niet, dan is altijd nog een bank. Maar die zegt steeds vaker ‘nee’. Dit zorgt ervoor dat het huren van fosfaatrechten met een koopoptie in opkomst is.

‘Ja, dat klopt. Het aantal melkveehouders dat kiest voor het huren van fosfaatrechten met koopoptie is duidelijk aan het groeien’, reageert Ids Schaap van Fosfaatrecht.nu. Het zijn volgens hem vooral melkveehouders die de aankoop bij de bank niet gefinancierd krijgen. ‘Maar er zijn ook ondernemers die evengoed kiezen voor huurkoop als ze het via de bank wél gefinancierd kunnen krijgen. Ik merk dat vooral bij klanten van de Rabobank, die een strikte aflossingstermijn van maximaal vijf jaar hanteert. Die hoge aflossingsdruk kun je op deze manier mooi omzeilen, terwijl je toch een stukje bedrijfsontwikkeling in gang zet.’

Een huurkoopovereenkomst van fosfaatrechten levert een verhuurder fiscaal voordeel op. Foto: Landpixel

Volgens agrarisch bedrijfsadviseur Arend Hoekstra van Van der Veen & Kromhout biedt de huurkoopconstructie een goede oplossing voor bedrijven die niet direct fosfaatrechten kunnen of willen kopen. ‘De huurder voelt minder druk op de liquiditeit en krijgt zekerheid dat de rechten uiteindelijk zijn eigendom worden. Het voordeel voor de verhuurder is minder belastingdruk want hij voorkomt hiermee directe afrekening met de fiscus.’ Hoekstra is momenteel voor enkele boeren bezig om een contract voor het huren van fosfaatrechten met koopoptie in orde te maken.

Contract komt precies

Het opstellen van de contracten komt erg precies, vertelt Hoekstra. ‘Bij een gangbaar huurkoopcontract spreken verhuurder en huurder een totaalprijs en een aflossingstermijn af. De fosfaatrechten gaan na de laatste betaaltermijn automatisch over naar de koophuurder. Het nadeel voor de verhuurder in deze constructie is dat hij meteen bij het afsluiten van de overeenkomst wordt aangeslagen over het totale afgesproken koophuurbedrag.’ Om daar wat bewegingsvrijheid in te krijgen, gingen de in de VLB verenigde accountants in gesprek met de fiscus. Dit leverde afgelopen najaar resultaat op. ‘Kort gezegd komt het erop neer dat er in de huurkoopovereenkomst een duidelijke onzekerheid moet zitten of de huurder de rechten op het eind van de periode wel of niet koopt. Dat is het grote verschil met gangbare huurkoop, waar het totaalbedrag en de zekerheid van koop van tevoren al is vastgesteld en de verhuurder door de fiscus meteen wordt gezien als een verkoper’, zo verduidelijkt Hoekstra het best wel ingewikkelde verhaal.

‘Deze methode kan juist getuigen van goed ondernemerschap’

 

Concreet: als twee partijen kiezen voor het huren van fosfaatrechten in combinatie met een optie tot koop aan het eind van de periode, blijft het juridische eigendom en dus ook het risico liggen bij de verhuurder. ‘Bij deze optie spreek je ook een aflossingstermijn af, maar dan in combinatie met bijvoorbeeld een afspraak dat er na deze periode nog 10 of 20 procent moet worden betaald. Nogmaals, de koop moet niet van tevoren al 100 procent vaststaan, dat is de grens die de fiscus hanteert voor wat betreft het wel of niet ineens aanslaan van de verhuurder’, zo vertelt Hoekstra. Het voordeel voor de verhuurder bij deze constructie is dat hij gedurende de afgesproken periode – doorgaans een periode van zes tot acht jaar – jaarlijks huurinkomsten krijgt en aan het eind van de periode koopopbrengsten. Zo kan hij de inkomsten spreiden, wat fiscaal aanzienlijk voordeliger is. Want hij kan zo buiten het hoogste tarief van de inkomstenbelasting blijven. De belastingbesparing  kan oplopen tot wel 15 procent. Zit de verhuurder tegen de AOW-gerechtigde leeftijd aan, dan kan dit percentage zelfs oplopen tot bijna 30 procent.

‘Totale opbrengstprijs ligt hiermee hoger’

Een melkveehouder uit Brabant verhuurt via Fosfaatrecht.nu zo’n 1.500 kilo aan fosfaatrechten voor een afgesproken looptijd van vijf jaar via een huurkoopovereenkomst. ‘Dat is circa 35 procent van het totaal aan rechten dat ik had. Het overige heb ik verkocht en mijn schulden mee afgelost. Omdat ik dit geld niet direct nodig heb, heb ik bewust voor deze optie gekozen. Zo krijg ik vijf jaar lang € 26 per kilo en bij verkoop nogmaals € 80,-. Opgeteld een prijs van € 210,- die daarmee hoger ligt dan de prijs die ik anders kreeg. En door het gefaseerde inkomen over vijf jaren, bespaar ik in al die jaren belasting. Hoeveel? Dat weet ik niet precies, maar het kan vast uit.’

Helemaal zonder risico is zijn inzet niet. Theoretisch kan Nederland over vijf jaar zonder fosfaatrechtenstelsel zitten of de huurder ziet van de koop af. ‘Voor beide ben ik niet bang. Ik geloof niet dat we in dit land ooit weer van de fosfaatrechten afkomen en de huurder kan de rechten over vijf jaar vast niet voor een lagere prijs dan € 80,- kopen die wij nu hebben afgesproken.’

Goed ondernemerschap

Ook voor de huurder kan het huren interessant zijn ten opzichte van koop. Ids Schaap refereerde daar al aan in het begin van dit verhaal. Door het huren van fosfaatrechten hoeft in veel gevallen geen aparte financiering te worden geregeld. ‘Kopen via de bank en dan in vijf jaar tijd aflossen is niet voor iedereen weggelegd. Nu kun je dus die betaling spreiden met minder druk, het totaalbedrag pakt natuurlijk wel hoger uit’, zegt Schaap.Zijn ervaring is wel dat melkveehouders eerder te koop lopen met de opmerkingen als ‘Ik heb vandaag een pakket fosfaatrechten gekocht’ dan dat ze zeggen ‘Ik heb vandaag een pakket fosfaatrechten geleased.’ ‘Het idee is dan toch dat je het bij de bank niet rond kon krijgen. Ten eerste is dat lang niet altijd zo en ten tweede vind ik het juist getuigen van goed ondernemerschap, dat je op deze manier toch een methode vindt om je bedrijf door te ontwikkelen.’

Het gebruiksrecht van de fosfaatrechten wordt bij het verhuren in één keer overgeschreven van de verhuurder naar de huurder. Hierbij gaat 10 procent van de rechten verloren door afroming. Het eigendomsrecht blijft bij de verhuurder, de melkveehouder huurt de rechten voor een bepaalde looptijd en aan het einde van de looptijd moet er een definitieve koopovereenkomst worden gemaakt. Dit komt erop in de praktijk meestal op neer dat de koper aan het eind van de periode een koopsom betaalt, verminderd met de betaalde huurinkomsten gedurende de looptijd.

Maatschap is andere optie

Een ander alternatief voor het kopen van fosfaatrechten is het aangaan van een samenwerkingsverband tussen een stopper en een blijver. ‘In de maatschap brengt de stakende boer de fosfaatrechten in. Hij ontvangt jaarlijks een vergoeding voor zijn arbeid en inbreng’, licht Herrold Lammertink toe, directeur van DLV Advies. De verkoper heeft zo een langere overgangsperiode van het boer zijn naar het definitief staken van het bedrijf. Lammertink vertelt dat bij een maatschap de verkopende partij eigenaar blijft van de fosfaatrechten. Ook blijven alle fosfaatrechten behouden en vindt er geen 10 procent afroming plaats. ‘Deze constructie geeft de koper de mogelijkheid om over een langere periode de fosfaatrechten te betalen, maar deze wel al direct te kunnen gebruiken. Ook kunnen eventueel gebouwen en dieren van de verkoper meteen worden gebruikt.’

Nadeel van deze constructie is dat beide partijen daadwerkelijk in de onderneming moeten participeren. Dat brengt altijd risico’s met zich mee.