De zomer van 2020 was de derde droge en warme zomer op rij. Een beregeningsinstallatie begint bij steeds meer boeren tot het standaard mechanisatiepark te horen. Maar ook drinkwaterbedrijven, natuur, scheepvaart, industrie en de energiesector hebben water nodig. Van wie en voor wie is het water?

De beschikking over voldoende zoet water is een belangrijke vereiste voor een rendabele agrarische sector. In de waterrijke delta Nederland lijken de problemen peanuts vergeleken bij andere regio’s in de wereld, maar ook hier wordt het tekort aan zoet water en daarmee de verdroging en verzilting groter. De zomers worden droger, de winters natter en die trend zet de komende jaren door, is de verwachting. 

Recordjaar 2018

Sinds 2010 wordt er in het Deltaplan Zoetwater al gewerkt aan het weerbaar maken van Nederland tegen watertekorten. De droge zomer van 2018 zette druk op de ketel en heeft het watersysteem in Nederland hoger op de politieke agenda gezet. De in 2018 gevormde Beleidstafel Droogte – met vertegenwoordigers van alle overheden – schat de totale economische schade van de droogte in 2018 op een bedrag tussen de € 900 miljoen en € 1,65 miljard. De grootste schade is berekend voor de landbouw: tussen de € 820 miljoen en € 1,4 miljard. De schade aan de natuur is volgens de Beleidstafel Droogte ook aanzienlijk, maar moeilijk in geld uit te drukken. Daarnaast hadden drinkwaterbedrijven moeite om voldoende productie te kunnen draaien. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de land- en tuinbouw in 2018 een recordhoeveelheid water heeft gebruikt voor beregening (zie kader) en dat dit verbruik in 2018 sterk is gestegen ten opzichte van de jaren ervoor.

Stijgend waterverbruik in 2018

De land- en tuinbouw gebruikte in 2018 een recordhoeveelheid water van 350 miljoen m3, een stijging van meer dan honderd procent ten opzichte van 2017 (168 m3). Er is een groter areaal beregend. Ook zijn percelen vaker beregend dan gebruikelijk, blijkt uit cijfers van CBS en berekeningen van Wageningen UR. Het watergebruik in de veehouderij is het hoogst: bijna 200 miljoen m3 in 2018 tegen bijna 115 miljoen kuub in 2017. De grootste stijger is de akkerbouw. Het watergebruik in de akkerbouw nam toe van ruim 27 miljoen m3 in 2017 naar 103 miljoen m3 in 2018. De toename van het gebruik is volgens de WUR toe te schrijven aan het extra watergebruik voor beregening. In 2018 is bijna 300.000 hectare minstens één keer beregend en is het totaal beregende areaal meer dan een miljoen hectare. Uit de vergelijking in gebruik tussen grond- en oppervlaktewater blijkt dat de grootste stijging toe te rekenen is aan beregening uit grondwater. Deze steeg van ruim 68 miljoen m3 in 2017 naar ruim 198 miljoen m3 in 2018. Een stijging van 191 procent. Daarmee overstijgt de landbouw in grondwatergebruik voor het eerst in jaren de industrie die juist een gestaagd dalende lijn laat zien. Beregening met oppervlaktewater steeg van 12 miljoen m3 in 2017 naar ruim 66 miljoen m3 in 2018. Opvallend is dat het watergebruik voor veedrenking – zowel leidingwater als oppervlakte- en grondwater – juist iets afnam in 2018.

Exacte cijfers voor 2019 en 2020 zijn er nog niet, maar zullen volgens de Unie van Waterschappen vergelijkbaar zijn met die van 2018, wellicht nog wat hoger zelfs. De beregeningsinstallaties van boeren oogsten in de publieke opinie dan ook steeds meer kritiek als zijnde grote waterverspillers.
Is deze kritiek terecht? 

Gewasschade

De landbouw is sowieso niet de enige en grootste gebruiker van grondwater. Drinkwaterbedrijven onttrekken jaarlijks veel meer water aan de grond dan de landbouw. Een onttrekking waar boeren op hun beurt schade van ondervinden in hun gewasopbrengst. Wettelijk is hiervoor een schadevergoeding geregeld, maar volgens gedupeerde boeren is deze veel te laag. Individueel deze schadevergoeding aanvechten is erg lastig en daarom hebben boeren zich verenigd in het initiatief Droogteschade.nl. Dit bedrijf behartigt de belangen van circa 1200 deelnemende boeren. Er loopt een hoger beroep in een individuele zaak die als precedent kan dienen voor de andere deelnemers. Daarnaast worden in pilots de schadeberekeningen onder de loep genomen. ‘Jaarlijks wordt 2 tot 3 miljoen euro aan gewasschade vergoed, terwijl hydrologen hebben berekend dat de schade 15 tot 20 miljoen euro is’, duidt directeur Rein Philips van Droogteschade.nl. 

Lastig vergelijken

Vergelijking met andere watergebruikers, zoals drinkwaterbedrijven en elektriciteitscentrales, is lastig omdat er een verschil is tussen gebruik van oppervlaktewater en grondwater. Bij oppervlaktewater gaat het dan ook nog om zoet en zout water. Bovendien zit het grondwater in verschillende lagen waarbij de onderlinge verhoudingen en beïnvloeding per regio en grondsoort verschillen. De drinkwaterbedrijven putten hun water veelal uit diepere lagen dan boeren met hun beregeningsinstallatie.

 ‘ALS JE WATER TEVEEL HEBT, IS HET VAN NIEMAND. HEB JE WATER TE WEINIG DAN IS HET VAN IEDEREEN’

Natuurgebieden hebben al decennialang last van lagere grondwaterstanden en krijgen het door de droogte nu extra zwaar. Een tekort aan wateraanvoer heeft gevolgen voor zowel het oppervlakte- als grondwater en treft alle gebruikers, de mate waarin en de termijn waarop verschilt. 

Verdelen of verdringen

Van wie is het water? Volgens het Burgerlijk Wetboek behoren het grond-en oppervlaktewater tot de eigendom van de grond ‘wanneer het door een bron, put of pomp aan de oppervlakte is gekomen.’ Zolang het in de grond zit en blijft, is grondwater als een ‘res nullius’ te beschouwen. Oftewel: van niemand. Het komt er dus op neer dat er goede afspraken moeten worden gemaakt over de verdeling van het water.

Nachtberegening bespaart amper

Beregeningsefficiëntie is het percentage water dat het gewas opneemt om te groeien. Dit varieert volgens literatuur- en praktijkonderzoek van 70 tot 85 procent. Een deel van het overige water komt weer terug in de bodem, een deel verwaait en verdampt. Onderzoek wijst uit dat verplaatsing van beregening naar de nacht weinig zoden aan de dijk zet wat betreft verliezen door verdamping. Harde wind daarentegen heeft wel invloed op verliezen. Deze kunnen oplopen tot meer dan 10 procent bij matige wind.

Bij oppervlaktewater geldt een verdringingsreeks. Dit is een bij de Waterwet vastgestelde voorkeursvolgorde voor het aanleveren van oppervlaktewater in tijden van schaarste. Veiligheid, drinkwater, scheepvaart, natuur, recreatie en de landbouw zijn sectoren die in deze reeks zijn genoemd. Veiligheid (stabiele dijken bijvoorbeeld) staat in categorie 1, landbouw (beregening) in categorie 4. Voor grondwater geldt nog niet zo’n volgorde, maar de roep hierom wordt wel steeds groter. Duitsland is hierin al een stap verder. Daar zijn alle beregeningsinstallaties inmiddels standaard en verplicht uitgerust met een meter die het aantal opgepompte kuubs registreert. Het lijkt een kwestie van tijd dat dit ook in Nederland verplicht wordt. Vooral ook omdat drinkwaterbedrijven, die in het droge jaar 2018 net zo goed meer grondwater oppompten, de zwarte piet inmiddels openlijk toespelen richting de landbouw.

Mede door in de droge zomers meer te beregenen nam het waterverbruik vanaf 2018 sterk toe. Foto: Landpixel

Water vasthouden

Via vergunningen (veelal onttrekkingen boven de 60 m3/uur) en meldingen (veelal boven de 10 m3/uur) proberen provincies en waterschappen grip op het grondwater en de onttrekkingen in hun gebied te houden. Waterschappen monitoren de (grond)waterpeilen en kunnen een beregeningsverbod instellen als de peilen te laag worden. De laatste jaren kwam dit steeds vaker en steeds eerder voor.

Bijeenkomst over water

Kenniscoöperatie Niscoo probeert nog dit winterseizoen een bijeenkomst te organiseren omtrent de vraag ‘Van en voor wie is het water?’. Afhankelijk van de maatregelen de komende maanden wordt gekeken op welke wijze en welk moment deze bijeenkomst vorm wordt gegeven.

De droogte van 2018 heeft de noodzaak om bewust met water om te gaan vergroot. Overal in het land voeren waterschappen – vaak samen met boeren – projecten uit waarbij het water wordt vastgehouden of opgeslagen, zodat het bij tekorten langer kan worden benut. Simpele stuwen of zelfs skippyballen in afvoerbuizen, leiden soms tot verbluffende resultaten. Door het water in de ‘haarvaten van het systeem’ vast te houden, treedt er minder snel verdroging op. Ook op grotere schaal zijn projecten opgezet. Zoals het pompen van zoet water in grote bellen onder de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Deze voorraad kan in de zomer gedoseerd worden ingezet om de lagere delen in het westen van Nederland van zoet water te voorzien, waardoor verzilting wordt teruggedrongen. In Zeeland – de droogste provincie van Nederland – wordt door infiltratie van zoet water in de zoetwaterbel de verzilting succesvol verdrongen. In de Waddenregio wordt eveneens zoet water gebruikt om het zoute kwelwater weg te spoelen of naar beneden te drukken. In het project Spaarwater is anti-verziltingsdrainage ontwikkeld die de zoetwaterlens en daarmee de zoetwatervoorraad kunnen versterk

Infiltreren en irrigeren

Boeren zijn voor het kunnen beschikken over voldoende zoet water dus vooral afhankelijk van het waterschap, maar kunnen zelf ook veel doen. In het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), een initiatief van LTO en de Unie van Waterschappen, worden boeren en tuinders gestimuleerd en ondersteund om zelf wat aan de wateropgave te doen. Daarbij gaat het zowel over de waterkwaliteit als zaken als verdroging en vernatting.

 ‘WATERQUOTUM IS SYMPTOOMBESTRIJDING’

 Een van die technieken waarmee in verschillende regio’s en op verschillende grondsoorten proeven worden gedaan, is peilgestuurde drainage. In droge perioden kan water worden vastgehouden, in natte perioden kan het worden afgevoerd. Het verschil met ‘gewone’ drainage is dat de drains uitkomen in een bemalen put, waarmee het waterpeil is te veranderen. Er is echter meer onderzoek nodig om de verschillende huidig beschikbare technieken rijp te maken voor de markt. 

Waterquotum 

De droogte van de afgelopen jaren heeft duidelijk gemaakt dat het in de zomer schipperen is om iedereen van voldoende water te voorzien. De droogte en de toename van het gebruik zijn aanleiding voor waterschappen om hun beleid voor grondwater en beregening te heroverwegen en waar nodig aan te passen, stelt de Unie van Waterschappen. ‘Welke kant het precies opgaat, is nu nog niet te zeggen.’ 

Wetterskip Fryslân wil met gerichte maatregelen voorkomen dat er een waterquotum nodig is, geeft dagelijks bestuurder Jan van Weperen aan. ‘Een quotum is symptoombestrijding’, stelt hij. ‘Wij zetten in op een gebiedsgerichte aanpak. Het generieke beregeningsverbod dat we in 2018 instelden, zouden we met de kennis van nu niet meer doen.’ Het waterschap werkt aan een beleidsplan voor duurzaam zoetwaterbeheer dat medio volgend jaar klaar moet zijn. Daarin wordt ook beleid ten aanzien van beregening opgenomen. ‘Bij ons is voldoende water nooit zo’n punt geweest, maar de afgelopen drie jaar hebben laten zien dat dit verandert. Water krijgt in de bedrijfsvoering van de boer een steeds nadrukkelijker plek. Als waterschap moeten we daarop inspelen, waarbij we rekening hebben te houden met verschillende belangen. Want als je water teveel hebt, is het van niemand. Maar als je water te weinig hebt, is het van iedereen.’