Het zijn de leden van de districtsraad van FrieslandCampina die zoals altijd de laatste stem hebben over de jongste plannen van de coöperatie. Voor hun inzet krijgen ze bakken kritiek terug. Tijd om in kaart te brengen hoe de ledenraad werkt en enkele ledenraadsleden zelf te vragen hoe zij die kritiek ervaren.

Wie de afgelopen weken de reacties op internetfora volgde, zag veel kritiek voorbijkomen op de ledenraadsleden van FrieslandCampina. De leden zouden er voor eigen parochie preken, aan de leiband van het bestuur lopen en handelen met voorkennis.

‘Ik was altijd kritisch betrokken bij de coöperatie. Als ledenraadslid kan ik van binnenuit meepraten en invloed uitoefenen.’

Bij zo veel kritiek kan de vraag eenvoudig rijzen wie nog ledenraadslid wil zijn en worden. Boze tongen beweren dat het hen om de vergoeding gaat. Nu is die met jaarlijks circa € 6.000 bruto voor de ingezette uren en de in te huren vervangende arbeid, redelijk te noemen. Rijk word je er echter niet van. Gerben Smeenk uit Makkinga kwam enkele jaren geleden in de ledenraad en is nu voorzitter van district 5. ‘Ik was altijd kritisch betrokken bij de coöperatie. Als ledenraadslid kan ik van binnenuit meepraten en invloed uitoefenen.’

Smeenk kent de kritiek ook over ‘handel met voorkennis’ door ledenraadsleden. ‘Ook mij wordt wel bijvoorbeeld nu eens gevraagd of ik wist dat er een referentie aankwam? Nee. Dat is pertinent niet zo. De ledenraad opereert integer, dat vertrouwen moet er zijn.’ Dezelfde lezing geeft Jolle de Haan uit Niekerk, die zijn tweede termijn in district 1 bekleedt. ‘Als je fosfaatrechten hebt gekocht, zou je dat met voorkennis gedaan kunnen hebben. Kocht je nog niet, dan zou dat ook voorkennis kunnen zijn omdat de jongste plannen de prijs naar beneden kunnen brengen. Zo kun je altijd wel beschuldigd worden.’

Hameren op integriteit

Toch zijn de ledenraadsleden vaak beter en eerder geïnformeerd dan andere leden. Zij moeten immers het verhaal doorvertalen naar de achterban. Dat geldt ook bij de huidige plannen?

Plannen waardoor menig RFC-lid zich ernstig overvallen voelde. Hoe vormt zo’n voorstel zich eigenlijk en kunnen de ledenraadsleden eventueel hun voordeel doen met hun informatievoorsprong? Smeenk: ‘Op 16 april zijn de plannen naar buiten gebracht. Als ledenraad zijn wij eind maart bij elkaar gekomen en zijn de plannen ons op hoofdlijnen onder embargo toegelicht. Dat er vijf referentieperiodes kwamen bijvoorbeeld en hoe die eruit kwamen te zien, is toen niet gedeeld. Maar er is ons heel goed duidelijk gemaakt dat we tot medio april absoluut geen actie mochten ondernemen in de zin van snel nog even fosfaatrechten kopen of iets dergelijks. Tenzij overduidelijk was dat dat al op de planning stond. Zo niet, dan zou je als ledenraadslid een probleem hebben. Met andere woorden: je vliegt eruit.’

Ledenraad ook verrast

Smeenk licht verder toe dat afgelopen jaar de ledenraad in kleinere groepjes in verschillende sessies bij elkaar gekomen is.

Het bestuur vroeg hen om na te denken over mogelijkheden hoe vraag en aanbod beter op elkaar te stemmen binnen de zuivelonderneming. ‘Als ledenraad hebben wij het bestuur zelf gevraagd om een voorstel uit te werken. Om te zorgen dat we niet voor een derde keer een standstill hoefden in te voeren of daarmee te dreigen’, zegt Jan- Roelof Jalvingh uit Ruinerwold die lid is van districtsraad 5.

Zowel Jalvingh als Smeenk en De Haan geven aan ook verrast te zijn over de exacte uitwerking van het voorstel die het hoofdbestuur presenteerde. ‘Maar alle opties zijn in het voortraject de revue gepasseerd. Van een poedertoren bijbouwen tot niets doen aan toe’, stelt Smeenk. ‘Alle vragen die leven bij de andere leden, worden ook in de ledenraad uitvoerig benoemd en behandeld’, zegt ook Jalvingh. ‘Tel je alles op, dan is dit voorstel een logisch gevolg.’

Aanpassingen zeker mogelijk

De ledenraadsleden zijn dus ook voorafgaande aan dit besluit volop meegenomen door het bestuur, voordat het überhaupt tot een voorstel komt. Waarschijnlijk komt daar ook een deel van het onbegrip en ongenoegen bij andere leden vandaan.

‘Voorstellen als deze vormen zich door van zeer grove planvorming naar fijnmazige voorstellen te transformeren’

Veel van hen voelt zich overvallen door de plannen terwijl de ledenraadsleden zo’n soort voorstel zagen aankomen. ‘Voorstellen als deze vormen zich door van zeer grove planvorming naar fijnmazige voorstellen te transformeren’, zegt Smeenk daarover. Overigens stellen de ledenraadsleden dat dat proces nog volop gaande is. Volgens de mannen wordt leden niet voor niets gevraagd om alle ideeën, aanvullingen en aanscherpingen vooral door te geven. ‘Als andere plannen of aanpassingen een verbetering blijken, is het bestuur echt niet te arrogant om het voorstel aan te passen. Daar ben ik heilig van overtuigd’, zegt Smeenk.

Jolle de Haan stelt dat er wat hem betreft een oplossing moet komen voor mensen die net voor 16 april alles klaar hadden voor een uitbreiding, maar bijvoorbeeld de overschrijving van fosfaatrechten bij RVO nog niet.

‘Het kan wat mij betreft niet zo zijn dat deze leden daardoor zwaar benadeeld worden binnen dit voorstel. Dat breng ik dan ook in, in de ledenraad.’ De Haan merkt daarbij op dat de laatste maanden wel degelijk volop gecommuniceerd is dat het bestuur met een voorstel zou komen over betere afstemming van het melkaanbod op de marktvraag. ‘Dat er iets kwam, was al langer duidelijk. Nu staan we voor een trendbreuk. Eerder droegen alle leden de gevolgen van individuele groei. In het huidige voorstel wordt het risico voor snelle groei bij de ondernemer zelf neergelegd. Is dat coöperatief of niet? Dat is de vraag die wij als ledenraad moeten wegen en beantwoorden. Ik neig te zeggen dat de nieuwe koers beter past in de huidige tijd en minstens zo coöperatief is voor het collectief.’

Hoe stemt de ledenraad

De ledenraad bestaat uit 210 leden verdeeld over 21 districten. Als voorstellen in december te stemming komen, stemt elk lid persoonlijk. Sommige districten bepalen gezamenlijk vooraf hun stemgedrag, daarin is een district vrij.

De zwaarte per stem verschilt. Dit wordt bepaald door het aandeel melk dat een district vertegenwoordigt binnen de coöperatie. Is de melkplas van een district exact het 21ste deel van het totaal, dan telt de stem van een ledenraadslid van dat district als één stem.

Bij een kleiner aandeel melk per district vermindert de stem, bij een groter aandeel weegt de stem zwaarder.

Zomerbijeenkomsten

Een andere trendbreuk is dat het huidige voorstel al in het voorjaar met de leden is gedeeld. Eerder gebeurde dat pas in het najaar, waarna er louter in de najaarsbijeenkomsten over werd gesproken. Nu worden de leden dus eerder en uitvoeriger meegenomen. Sterker nog, komende zomer mogen ze opnieuw meepraten. Op 12 juni komt eerst de ledenraad bij elkaar. Het bestuur heeft dan de voorstellen verder uitgewerkt en presenteert die. Daarop worden zomerbijeenkomsten over dit thema uitgezet voor de leden. Nadat ook de najaarsbijeenkomsten dan nog ‘gewoon’ op het programma staan, stemt de ledenraad in december over het voorstel. Zeer waarschijnlijk stemmen zij dan in grote meerderheid voor het voorstel dat dan voorligt.

Tegenstemmen gebeurt amper. ‘Het bestuur zou geen knip voor de neus waard zijn als ze een voorstel neerleggen dat onvoldoende draagvlak heeft binnen de ledenraad’, stelt De Haan. ‘Als je het zo bekijkt zijn wij inderdaad ja-knikkers’, zegt Gerben Smeenk ‘Maar wel pas nadat we uitvoerig en lange tijd een voorstel hebben besproken tot dat het een breed gedragen plan is geworden.’

‘Van lopen aan de leiband geen sprake’

Cor Hoogeveen uit Wieringerwerf is sinds december lid van het bestuur van de coöperatie. Daarvoor was hij enkele jaren lid van de districtsraad in Noord-Holland. Dat werd hij nadat hij door collegamelkveehouders als kritisch lid naar voren was geschoven als tegenkandidaat voor zo’n zit. Van kritisch lid tot bestuurslid dus.

Toch voelt hij zich alles behalve ingepakt of gezwicht voor het pluche. ‘Ik heb vaak gehoord dat de ledenraadsleden aan de leiband zouden lopen, maar wat moet je met zoiets. Wij kwamen jaarlijks vijf tot zes keer bij elkaar als ledenraad en tussendoor nog een paar keer binnen ons district. De ledenraadsleden zijn daarbij prima in staat de vinger op de zere plek te leggen en dat over te brengen aan het bestuur.’ Volgens Hoogeveen wordt het je als ledenraadslid snel duidelijk dat een bedrijf als RFC in een groot krachtenveld opereert dat erg complex is. ‘Dat realiseren veel leden zich niet altijd.’

Dat ledenraadsleden letterlijk of figuurlijk niet zichtbaar genoeg zouden zijn, herkent Hoogeveen niet. ‘Ik werd veelvuldig gebeld en gemaild en ik ken veel huidige ledenraadsleden bij wie het net zo gaat. Als je kritiek hebt, kun je of gaan zitten schelden in het openbaar en op internetfora of je gaat de dialoog aan. Dat laatste heb ik gedaan en dat werkt prima.’

Over de nieuwe plannen stelt hij dat juist gezocht is naar een richting die ruimte voor ondernemerschap overeind houdt. ‘En ja, het brengt wel onzekerheid met zich mee. Ik begrijp ook dat dat lastig kan zijn. Maar ik zeg daarbij tegen de leden: ga nog eens rustig zitten rekenen en stel je oordeel nog even uit.’