De broers Leo, Erjan en Christian Swart boerden tot 2018 op verschillende locaties. Tot ze in 2018 de melkveetak samenvoegden in het Drentse dorp Zeijen. Met 360 melk- en kalfskoeien en 200 stuks jongvee is het een bovengemiddeld groot bedrijf. ‘Het belangrijkste daarbij is dat je met personeel om kan gaan’, stelt melkveehouder Leo Swart.

Vanaf de weg is het een prachtig bedrijf om te zien, de ‘Cremerhoeve’ zoals op de woning staat vermeld. Niet voor niets een rijksmonument. De oorsprong van de melkveehouderij dateert uit het jaar 1902 in Zeijerveld. In 1915 is het besluit genomen om de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar de ontginningsboerderij ’De Cremerhoeve’ in Zeijen. De boerderij vormde toen het slotstuk van de ontginningsactiviteiten op het Zeijerveld. In de loop van de jaren zijn door de familie Swart meerdere melkveelocaties bijgekocht. Op een tweede locatie in Tynaarlo was het jongvee. Een derde locatie is er in Ubbena, daar werden 55 koeien gemolken.

In 2018 zijn de bedrijven samengevoegd na renovatie van de bedrijfsgebouwen op de locatie in Zeijen. Bestaande stallen werden gesloopt. ‘Die waren aan vervanging toe, de stal was van 1971,’ vertelt Leo Swart. Er kwamen twee ligboxenstallen voor in de plaats. Deze twee stallen zijn uitgerust met een luchtwasinstallatie om zo de uitstoot van ammoniak terug te dringen naar vrijwel nul. De mest die vrijkomt uit de stallen wordt direct verwerkt in de biogasinstallatie op de locatie Tynaarlo (zie kader). Het digestaat komt weer terug vanuit de biogasinstallatie in een van de twee mestsilo’s die aanwezig zijn op de locatie in Zeijen. Deze mestsilo’s hebben elk een inhoud van 5.880 m3.

3.600 zonnepanelen

Locatie Cremerhoeve waar in 2018 alle melkvee-activiteiten zijn samengebracht.


Op dit moment heeft het bedrijf 360 melk- en kalfskoeien, 200 stuks jongvee met daarbij 280 hectare grond in eigendom. Het grootste deel hiervan is grasland, daarnaast mais, voederbieten en aardappelen. Ook wordt een gedeelte verhuurd voor lelies en asperges. Het voer wordt voor de koeien samengesteld in de voermengwagen.

‘Momenteel bestaat dit mengsel uit gras, mais, krulpulp, gemalen tarwe en tarwegistconcentraat’, vertelt Leo. Ook werd tot ver in het najaar veel vers gras bijgevoerd door middel van stalvoeren. ‘Het jongvee gaat hier naar buiten maar de koeien niet, dat is op deze lemige grond niet te doen’, volgens Leo.
De koeien worden gemolken in een Boumatic 2×16 Xpressway melkstal. Gemiddeld is de melkproductie 9.500 kilo melk per koe per jaar. Met gehalten daarbij van 4,25% vet en 3,60% eiwit is Leo tevreden: ‘Maar het mag altijd hoger. Dat gebeurt straks ook als de voederbieten bij het rantsoen inkomen, daar kunnen we het mee bijsturen.’

Bij de bouw van de nieuwe stallen zijn er op het bedrijf gelijk zonnepanelen geplaatst. In totaal liggen op het bedrijf in Zeijen en het bedrijf in Tynaarlo 3.600 zonnepanelen. Op beide locaties goed voor een capaciteit van 1 MegaWatt.

Goede balans

Om een optimaal veebeslag te behouden, komt Johan Mulder van Kompleet Fokkerij Begeleiding 2 á 3 keer per jaar langs om het vee te beoordelen. ‘Hij brengt de beperkingen van de pinken en vaarzen in beeld en zoekt daar een geschikte stier bij. Wij hebben goede ervaringen met stieren van GGI-Holland en daardoor gebruiken we de laatste tijd vooral stieren als Campen, First, Zarino, Sakai, Canum en Marpon en op het ondereind van de veestapel gebruiken wij een Belgische wit-blauwe: Istanbul.’

Deze stieren worden ingezet op de vaarzen of oudere koeien, want bij de pinken loopt een natuurlijk dekkende stier. ‘Voorheen werden ook de pinken wel geïnsemineerd, maar dit beviel ons niet. Ze zijn maar heel kort tochtig en dat kan je niet steeds in de gaten houden. Je mist dan teveel. Daarom kiezen we nu voor natuurlijke dekking bij die categorie.’

Samenwerking van belang


Swart-Tynaarlo is in aantallen dieren al groot in omvang, maar daar houden de activiteiten bij lange na niet mee op. Naast het melkveebedrijf runnen de broers ook takken van loonwerk, biogas, mestverwerking en mesttransport. In totaal zijn er twintig personen werkzaam. Voor een bedrijf van deze grootte zijn zeker ook aanpassingen nodig in het management.

‘Het belangrijkste is dat je met personeel om kan gaan’, zegt Leo. ‘Zelf denk je soms dat je het beter kan, of dat je het zelf op een andere manier zou doen. Dat moet je los kunnen laten. Hier gaat het met de medewerkers heel goed, ik mag niet klagen. Zo voert onze parttime medewerker Annemiek ten Brink de dieradministratie van het melkveebedrijf uit. Daarnaast is Mathijs Haveman fulltime op het bedrijf aan het werk en verantwoordelijk voor diergezondheid en fokkerij. Ze weten wat ze moeten doen en dat verloopt goed.’

‘Wij vragen nu ook al geen derogatie aan’


Er is veel gaande in de melkveesector. De broers maken zich daar ook zorgen over. ‘Maar wij vragen in ieder geval toch al geen derogatie aan. Met de biovergister zijn we dit gelukkig ook niet nodig. Verder gaan we eerst op dezelfde voet verder. Hoe het verder precies komt in de sector, weet toch niemand.’

Christian, Erjan, en Leo Swart (van links naar rechts): ‘Ons personeel weet wat het moet doen, daarom loopt het bedrijf goed.’

‘Biogasinstallatie brengt milieuvoordelen’

Waar Leo Swart verantwoordelijk is voor het melkveebedrijf in Zeijen, zijn zijn broers Erjan en Christian dat op de locatie in Tynaarlo. Hier wordt gewerkt met een biogasinstallatie en wordt er loonwerk en mesttransport uitgevoerd. In 2008 kwam de biovergister erbij. Aanleiding hiervoor was de slechte prijs voor mais in die tijd. ‘We wilden de mais daarom gaan vergisten, maar uiteindelijk kwam het daar niet van. We waren jaren bezig met de vergunning. Toen de vergister gerealiseerd was, waren de maisprijzen inmiddels weer gestegen en kon verkoop daarvan weer uit’, vertelt Leo Swart. ‘Tot op heden vergisten wij in de biovergister restproducten uit de agrarische sector. Hierbij kun je denken aan tarra uien, witlof, wortelen en aardappelen.’
Broer Erjan legt uit hoe er gewerkt wordt met de vergister; ‘De restproducten en verschillende soorten mest die onze vergister ingaan, worden vergist. Na dit proces wordt de mest gehygieniseerd en gescheiden in een dikke en een dunne fractie doormiddel van een decanter. De dikke fractie wordt geëxporteerd naar Duitsland en Frankrijk. De dunne fractie wordt gebruikt voor bemesting op eigen land en op het land van collega-akkerbouwers in de omgeving. De gewassen uit de akkerbouw worden vervolgens verkocht voor consumptie of gebruikt voor veevoer. Het vee produceert hierdoor mest, deze mest halen wij op met onze eigen transportmiddelen. En net als de restproducten wat niet geschikt is voor consumptie wordt dit alles verwerkt in onze vergister. Hierdoor ontstaat er een kringloop.’
Bij de vergisting komt ook biogas vrij, van deze biogas wordt stroom opgewekt. Hiervan worden 8.500 huishoudens voorzien van groene stroom. Ook wordt 30.000 m2 aspergeveld verwarmd wat gelegen is naast de biogasinstallatie. Met de vergister kan tegenwoordig ook digestaat (de dunne fractie) gestript worden. ‘Hierdoor wordt het ammoniakdeel uit de mest gehaald en is er minder emissie en uitspoeling. Het zorgt voor een goede verhouding tussen fosfaat en stikstof en zo maken we de mest beter op maat voor de akkerbouw. Daarnaast houd je ammoniumsulfaat over, een relatief nieuw product dat kunstmest vervangt. Dit proces, en het niet meer hoeven te gebruiken van traditionele kunstmest, maakt dat onze productie minder belastend is geworden voor het milieu.’

Vorig artikelBoeren zijn inwisselbaar geworden
Volgend artikel‘Wacht nog even met rente vastzetten’