Voor een boer die mest afvoert, ook al is het maar één vrachtje, tellen tegenwoordig de gemeten waarden van die vracht door richting de voorraadbeheer. Snel een beetje mest afvoeren met lage N- en P-waarden, vaak veroorzaakt door niet of slecht mixen, kan daardoor voor extra kosten en gedoe zorgen. 

‘Het is de bewustwording waar het hier en daar nog aan ontbreekt bij mestafvoer en voorraadbeheer’, zegt Bert Luimstra van het gelijknamige mesttransportbedrijf uit Surhuizum. Hij vertelt dat sinds 2018 de regels op dit gebied zijn aangescherpt. Golden voorheen bij afvoer de forfaitaire normen van 4 kilo stikstof (N) en 1,5 kilo fosfaat (P) in rundveedrijfmest, nu gelden de echte waarden die uit een mestmonster naar voren komen.

Luimstra schets een voorbeeld. Het is februari en een melkveehouder heeft de putten nagenoeg vol. Hij besluit een vracht mest af te voeren. Door de grote hoeveelheid in de putten wil de mest niet goed mixen; dit blijft er dan ook bij. De vracht drijfmest wordt afgevoerd en bemonsterd. Hieruit komen veel lagere waarden naar voren dan de 4 kilo N en 1,5 kilo P. Nu nadert het einde van het kalenderjaar. De melkveehouder denkt aan dezelfde voorraad genoeg te hebben, maar door de nieuwe regels van RVO en NVWA is er een grotere voorraad nodig om je mestboekhouding kloppend te krijgen. Er is namelijk, gebaseerd op de lage waarden in de afgevoerde mest, minder mest afgevoerd dan de veehouder had berekend op basis van de forfaitaire normen.

‘Het komt meer dan eens voor dat melkveehouders dat niet beseffen. Zij voeren in het begin van het kalenderjaar een beetje mest af en verwachten geen problemen. Deze regel geldt echter nu voor het tweede jaar en wij achten de kans groot dat de controlerende autoriteiten gaan optreden tegen degene die dit niet goed hebben geregeld. Vandaar onze waarschuwing.’

‘Melkveehouders beseffen vaak niet dat de regels zijn aangepast’

Luimstra zegt dat als het mis gaat op dit vlak, het eigenlijk altijd mis gaat met even één of een paar vrachtjes mest snel laten afvoeren. ‘Als je goed mixt, is er bijna nooit wat aan de hand. Dat moet dan natuurlijk wel tijdig gebeuren. Als het schuim al op de roosters staat, wil het meestal niet meer goed mixen. Voor volgend jaar is dat dan ook iets wat iedereen die mest afvoert nog beter tot zich kan nemen. Daarbij geldt namelijk ook nog eens dat de ontvangende partij veel liever homogene drijfmest ontvangt met voldoende hoge N en P waarden.’

Fout herstellen

Voor diegene die eerder dit jaar al wel zo’n ‘fout’ gemaakt heeft en nu waarschijnlijk afstevent op te weinig voorraad op papier, is het zaak tijdig dit te erkennen en op te lossen. Een optie is om voor 31 december extra mest af te voeren, maar die mest kan meestal in het voorjaar prima benut worden. Dat betekent dus extra kosten en extra verlies van nuttige eigen drijfmest.

Luimstra vroeg zijn accountant Arend Hoekstra van Van der Veen & Kromhout om mee te denken. Die adviseert in zo’n geval om kort voor 31 december de mest goed te mixen en monsters te laten nemen door een erkend monsternemer. ‘Zorg er voor dat die monsters representatief worden genomen en laat de monsternemer ook ondertekenen dat hij of zij dat op die wijze heeft gedaan’, zegt Hoekstra. ‘Door dit te doen heb je een soort contrabewijs om duidelijk te maken dat de N- en P-waarden van de eerdere meting veel te laag waren. Hiermee ben je niet 100 procent zeker gedekt, maar sta je wel veel sterker bij het aanvechten van een eventuele boete die de NVWA je mogelijk verstrekt.’